De Faakersee, het warmste meer van Oostenrijk

Als kind ging ik met mijn ouders jarenlang op kampeervakantie naar de Faakersee. Mijn ouders waren gek op meren en bergen en vooral op Oostenrijk. De hele zomervakantie, zes weken lang, vermaakten we ons op de camping. Heerlijk! We hebben het altijd zo leuk gehad met als gevolg dat ik later met mijn eigen kinderen daar ook vaak naar toe ben gegaan. Geen zes weken, maar inclusief reistijd toch wel drie weken. Inmiddels zijn de kinderen volwassen en ja zeker, ze gaan nog steeds eens in de zoveel tijd naar deze plek. Goede jeugdherinneringen doet wel wat met je …
Ook mijn man en ik zijn afgelopen zomer weer een weekje bij de Faakersee neergestreken. In het dorpje Faak am See hebben we een leuk appartement gehuurd.

Reizen

De Faakersee is een meer in de provincie Karinthië en met de auto zo’n 1200 kilometer vanaf Utrecht. Deze provincie ligt aan de zuidkant van de Alpen wat betekent dat je óf over óf door deze bergketen moet om het te bereiken.

Wij wisselen af, de ene keer nemen we de Grossglockner Hochalpstrasse, soms de autotrein door de bergen, maar meestal de autosnelweg door verschillende tunnels.

Hochalpstrasse

De Grossglockner Hochalpstrasse gaat over de Alpen heen. Het is een prachtige route met heel veel haarspeldbochten. Nogal tijdrovend, vooral als je bij de vele uitzichtpunten een stop maakt. Voor deze route moet je geen haast hebben. Op 2500 meter, het hoogste punt van de route, heb je een prachtig uitzicht op de Grossglockner. Dit is de hoogste berg van Oostenrijk, bijna 3800 meter.

Autoverladung

De autotrein, waar je de auto op de trein rijdt die vervolgens via een tunnel van 8,5 kilometer van Böckstein naar Mallnitz door het gebergte gaat, is een mooi alternatief voor de doorgaans drukke autowegen door de Tauern tunnels. Ook dit is niet de snelste route, want voor je bij de tunnel bent moet je eerst nog wel wat klimmen en dalen. Wij vinden het altijd wel leuk, want het breekt de reis een beetje en het is weer eens wat anders.

Het snelste is de Tauern autobaan waarbij je door de Katchbergtunnel en Tauerntunnel reist. In de zomermaanden is deze route erg druk. Karinthië is een populaire vakantiebestemming voor de Oostenrijkers zelf en ook geliefd bij Duitse toeristen. De vele meren als Wörthersee, Millstättersee en Ossiachersee zijn erg populair. Maar ook vakantiegangers richting Slovenië en Kroatië maken gebruik van deze route.

Qua kosten maakt het niet zoveel uit welke route je kiest want voor alle drie de routes moet je betalen.

Faakersee

De Faakersee is het warmste meer van Oostenrijk en eigenlijk redelijk onbekend. Het meer is met zijn 220 hectare ook veel kleiner dan de drie eerder genoemde meren. Op de Faakersee is het verboden om met  vervuilende motorboten te varen, waardoor vaarliefhebbers dit meer links laten liggen. Elektrische boten zijn wel toegestaan, maar varen mag dan alleen met lage snelheid.
Door bovenstaande maatregel is de kwaliteit van het water heel goed, heel schoon en helder. De prachtige licht turquoise kleur komt door de Worounitza. Deze bergbeek voorziet het meer van water met kalkdeeltjes erin die in de zon reflecteren.

Campings en strandjes

Aan de zuidkant van het meer zijn verschillende mooie campings met eigen strandjes. Voor de gasten van hotels/appartementen zonder eigen toegang tot het meer zijn er rondom 12 openbare strandjes te vinden met goede voorzieningen: toiletten, kleedhokjes, kluisjes, zonneweide, steiger en vaak ook een duikeilandje in het water.
Verder zijn roeiboten, zeilbootjes, elektrische boten, kano’s en surfplanken op verschillende plekken te huur en met de juiste visvergunning is het leuk vissen.

Wat mij altijd opvalt is dat de omgeving heel weids is, ondanks dat het meer omgeven is door bergen. Het Karawanken gebergte aan de zuidkant vormt de grens tussen Oostenrijk en Slovenië en is hemelsbreed nog geen 5 kilometer van het meer verwijderd.  Het hoogste punt van dit gebergte is de Mittagskogel (2145 meter). Aan de westkant grenst het aan het uitgestrekte natuurpark Dobratsch.

Natuurpark Dobratsch

Altijd, áls we er zijn, gaan we naar dit prachtig mooie natuurgebied van ruim 7200 hectare. De diversiteit aan dieren, planten en bomen is indrukwekkend.
Je vindt er typische alpendieren als gemzen en beren, maar ook hagedissen, schorpioenen en heel veel verschillende vlinder- en vogelsoorten.

De beren hebben wij helaas nog nooit gezien, maar het is gewoon fantastisch wandelen daar, mede vanwege de vele wandelpaden. De speciale themawandelingen zijn interessant en met kinderen is het leuk om de “leerpaden” te lopen.

Houd je niet van wandelen? Dan neem je de auto of motor om de 16,5 kilometer lange Villacher Alpenstrasse te rijden. Al kronkelend dwars door het natuurpark met onderweg verschillende parkeerplaatsen en uitkijkpunten.

Taborhöhe

Aan de oostkant van het meer is een lage berg, de Taborhöhe. Wij wandelen in ca. 20 minuten door het bos naar boven om van het uitzicht over de Faakersee te genieten én om op het terras van “de parasolletjes”, want zo noemen wij het altijd, een hele lekkere lunch met lokale specialiteiten te nuttigen.

Waaghalzen kunnen in het outdoorpark “Waldseilpark Taborhöhe” hun lol op. Een uitgebreid touwenparcours tussen de bomen op zo’n 20 meter boven de grond is leuk en best spannend om te doen, en niet alleen voor kinderen!

Steden

Vanaf de Faakersee ben je met de auto binnen een kwartier en op de fiets in 45 minuten midden in de stad Villach. Vooral leuk om te winkelen en voor sommige is de bedevaartkerk Maria Gail de moeite waard.

Maar nog leuker is Klagenfurt aan de Wörthersee op ca 30 minuten rijafstand. Het is de hoofdstad van de provincie Karinthië en heeft een oude binnenstad met prachtige gebouwen. Behalve winkelen en gezellig op een terrasje zitten aan het water is het themapark Minimundus een must, met of zonder kinderen. Het is een soort Madurodam met bekende gebouwen uit de hele wereld op een schaal van 1.25.

En ook hier is voor de liefhebbers het prachtige bedevaartkerkje Maria Wörth een bezoek waard.

Evenementen

De kasteelruïne Finkenstein uit de 12e eeuw staat vlak bij de Faakersee. Behalve de restanten van het kasteel is de “Burgarena” een bezienswaardigheid. Gedurende de zomer biedt deze arena plaats aan ca 1000 personen die kunnen genieten van uiteenlopende muzikale en culturele voorstellingen.

Maar het hoogtepunt in de regio is de European Bike Week. Tijdens de 1e week van september komen meer dan 120.000 motorrijders uit heel Europa bijeen om elkaars motoren te bewonderen en te genieten van parades waarbij de nieuwste modellen te zien zijn. Alles staat in het teken van motoren, er zijn exposities en overal is live-muziek. Heel gezellig en voor motorliefhebbers is het geweldig, maar anders kun je deze week de Faakersee beter mijden.

Dagtrips

  • Ga met de stoeltjeslift vanuit Arnoldstein (ca 20 rijminuten vanaf de Faakersee) naar het drielandenpunt Oostenrijk/Italie/Slovenie en bezoek daarna het 15 kilometer verder gelegen plaatsje Tarvisio in Italië
  • Dagje Slovenië: Rijd naar het beroemde meer van Bled en bezoek op de terugweg het dorpje Kransjka Gora waar je o.a. de waterval Peričnik kunt bewonderen.
  • Iets verder weg, maar zeker de moeite waard zijn de druipsteengrotten van Postojna

Tot slot

Nog even een resumé waarom wij zo graag naar de Faakersee gaan.

  • Een niet al te groot meer met heel helder, turquoise gekleurd zwemwater van een aangename temperatuur.
  • Mooie zandstrandjes met aflopende (kiezel) bodem en veilig zwemwater omdat er geen racende motorboten op je af komen.
  • Prachtige natuur voor wandel- en fietsentochten en omdat het zo dicht bij Slovenië en Italië ligt zijn de uitstapjes heel veelzijdig.

Kortom, de hele regio, niet alleen de Faakersee, maar de hele provincie Karinthië is een vakantiebestemming voor jong tot oud, van sportievelingen tot watersport- natuur- en cultuur liefhebbers. Eerlijkheidshalve moet ik er wel bij vermelden dat het weer een belangrijke factor is om e.e.a. te laten slagen, want het is voornamelijk buiten leven en beleven.

 

Geschreven door: Marianne van Hal

Rügen, een verrassend eiland in de Oostzee

Een Duitse vriendin besloot vorig jaar om van Keulen naar een gehucht vlak bij de voormalige Oost-Duitse grens tegen Polen aan te verhuizen. Voor mij een reden om me eens in die omgeving te verdiepen, want ik wilde haar zeker daar zo gauw mogelijk gaan bezoeken. Al snel ontdekte ik dat de Noord-Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern een heel waterrijk gebied is, het staat bekend om de vele meren, maar ook vanwege het grootste eiland van Duitsland: het eiland Rügen.

Hangbrug

Eerst een bezoek gebracht aan mijn vriendin en daarna óp naar Rügen, want het zou een prachtig eiland moeten zijn.
Het begint al op de autobahn als we in de verte de enorme, indrukwekkende hangbrug zien die het vasteland bij de Hanzestad Stralsund met het eiland verbindt. Daardoor wordt het eiland ook vaak een schiereiland genoemd: schier betekent namelijk “bijna”.

Maar ook de verschillende groene torens van Stralsund zijn duidelijk te zien. We rijden over de hangbrug en nemen gelijk de eerste afslag naar het plaatsje Altefähr omdat we vandaar uit een goede blik, over het water, op de stad hebben.

Stralsund

Heel toevallig parkeren we de auto bij de haven alwaar we een fiets/voetpontje ontdekken die in 15 minuten de overtocht naar het haventje van Stralsund maakt. Dat gaan we natuurlijk doen, we hebben tijd genoeg.

Stralsund blijkt een prachtige historische binnenstad te hebben, die in zijn geheel  op de Unesco Werelderfgoedlijst staat. Smalle straatjes, mooie pleinen, grote kerken, historische pakhuizen en koopmanshuizen, het meeste in opvallende rode bakstenen. En dat alles vlak bij elkaar op een soort stadseilandje gelegen.

Wij wandelen vanaf de haven naar de Alter Markt. Dit oude plein is het hart van de stad met als hoogtepunt het oude bakstenen raadhuis en de gigantische Nicolai kerk, waarvan we de groen torens dus al vanuit de auto hebben gezien. We gaan op een gezellige terrasje zitten en bewonderen, samen met een handjevol andere toeristen, op ons gemak het mooie plein.

Rasender Roland

Weer terug op het eiland Rügen komen we terecht in het plaatsje Putbus waar we een prachtige stoomtrein op een stationnetje zien staan. Het blijkt de toeristische Rügensche smalspoor Bäderbahn te zijn met als bijnaam Rasender Roland. Nou is 30 kilometer per uur niet echt razend, maar evengoed wel een nostalgische belevenis.

Wij stappen in, onze fietsen mogen in een aparte wagon, en we rijden mee tot de badplaats Binz.

Binz

Binz is dé badplaats van het eiland. Met een mooi wit en heel schoon zandstrand.
We wandelen met de fiets aan de hand over een prachtige promenade met allemaal restaurants en barretjes. Hier is het gezellig druk. We komen uit bij het Kurhaus aan het begin van een 370 meter lange pier. Als ik dit schrijf denk ik aan Scheveningen, maar toch is het heel anders. Kleiner, gemoedelijker en veel rustiger.

Rügen blijkt heel geschikt voor fietstochten. Het eiland is vrijwel vlak, op wat duinen en heuvels na en er zijn goede fietspaden. Behalve dat zijn de meeste wegen heel rustig ondanks dat het hartje zomer en prachtig weer is als wij er zijn.

Sellin

We fietsen in zuidelijke richting over een mooi verhard fietspad naar de volgende badplaats;  Sellin. Net als Binz is het een chique bedoeling hier. Grandeur, zoals dat heet. Je kunt zien dat hier van oudsher de mensen met geld kwamen, de huizen en villa’s zijn allemaal groots en indrukwekkend. Ook hier weer een keurig onderhouden, wit zandstrand met leuke strandhokjes.

Seebrücke

De hoofdstraat van Sellin eindigt bij een strandafgang vanwaar we een heel mooi uitzicht over de Seebrücke hebben. Ook weer een lange pier, maar deze is heel bijzonder: 394 meter lang met aan het begin een houten restaurant. We gaan via een lange trap naar beneden en zonder het zand te raken lopen we over een houten brug naar het restaurant.

Duikgondel

Daarachter loopt de pier door naar een koepel met een duikgondel, de duikerklok genaamd. Hiermee kun je naar de zeebodem en zou je bij helder water vissen en kwallen kunnen zien.
Wij zijn er helaas laat in de middag, dus de boel is al gesloten, maar dat heeft dan wel weer het voordeel dat we even later zien hoe prachtig verlicht de hele pier bij avond is.

We gaan terug naar Binz, want aan de noordelijke kant is nog veel meer te beleven.
Nu volgt een klein stukje geschiedenis: Binz grenst aan Prora, en daar werd in de nazitijd, in opdracht van Hitler,  een hotel voor Duitse arbeiders/soldaten gebouwd. Het idee was dat een 10-daagse vakantie, betaald door de Staat, de arbeidsproductiviteit zou verhogen.

Kolos van Prora

Op een prachtige locatie aan het strand werd het langste hotel ter wereld gebouwd. 4,5 Kilometer lang en met 10.000 hotelkamers, compleet met zwembaden, restaurants, een theater en een bioscoop! Maar de 2e wereldoorlog  brak uit waardoor er geen plaats meer was voor een vakantie, de arbeiders waren op andere plekken nodig. Daardoor is het gebouw nooit in gebruik genomen.

Jarenlang heeft het staan verpauperen tot ver na de oorlog. Afbreken was geen optie, want het was veel te degelijk gebouwd. Zelfs een poging tot opblazen had geen succes.
Pas na 2015 heeft een groot gedeelte een nieuwe bestemming gekregen. Luxe vakantie- en koopappartementen, restaurants, bars, een hotel en een jeugdherberg zijn inmiddels in gebruik genomen.

Maar nog lang niet alles is gerenoveerd en de grauwe, betonnen bunkers geven ons een triest gevoel. Het is allemaal wat overweldigend.
We zijn toe aan wat luchtigers, we gaan de beroemde krijtrotsen zoeken, typerend voor Rügen en één van de vijf die in Europa te vinden zijn.

Krijtrotsen

We fietsen naar het Jasmund Nationaal Park want daar zou het moeten zijn. De wegaanduiding naar het bezoekerscentrum is duidelijk aangegeven. We parkeren onze fietsen en gaan lopend naar een uitzichtpunt. Het is ons tot nu toe onduidelijk óf en hoe we die krijtrotsen gaan zien, want volgens mij staan we er bovenop!

En inderdaad, ik was er al bang voor: we komen uit bij een klein platform, het Victoria Sicht, waar ca. 10 mensen tegelijk op kunnen staan. Vandaaruit is het zeezicht prachtig, maar om de witte rotsen te zien moeten we over de rand hangen om links van ons een klein stukje te kunnen zien. Redelijk teleurstellend dus!

Königsstuhl

We besluiten om via een wandelpad naar beneden te gaan zodat we vanaf het smalle kiezelstrandje een beter zicht krijgen. En eindelijk, vanaf daar kijken we omhoog tegen de beroemdste rots van Rügen, de 118 meter hoge Königsstuhl.
Wij zijn er op een hele zonnige dag waardoor het glinsterende wit van de rotsen duidelijk afsteekt tegen de blauwe zee en heldergroene bomen. Werkelijk heel mooi!!

Maar goed, we moeten verder, want we hebben nog ca. 10 kilometer wandelen voor de boeg. De Hochuferwandelroute door het Jasmund nationale park is één van de mooiste van Duitsland.

Jasmund Nationaal Park

Het meer dan 700 jaar oude beukenbos staat sinds 2011 op de UNESCO Werelderfgoedlijst en is schitterend. We lopen tijdens de route langs prachtige plekken in het bos, uitzichtpunten met vergezichten op zee én op de rotsen. Het is een lange tocht, maar zeker de moeite waard.

We komen uit op de boulevard van de badplaats Sassnitz waar we op een gezellig terras wat te eten en drinken bestellen. We hebben het verdiend, vinden we zelf.
Om onze fietsen op te halen gaan we met de pendelbus terug naar het bezoekerscentrum. Vervolgens binnen 10 minuten terug in Sassnitz waar we in een heerlijk hotel overnachten. Al met al is het een vermoeiende dag geweest!

Sassnitz

Sassnitz is een badplaats, maar heeft vrijwel geen strand. Wel een mooie wandelboulevard en een drukke haven, die bekend staat als de poort naar Scandinavië. Vanaf een lange pier met een kleine groen witte vuurtoren op de punt hebben we een goed zicht op de verschillende ferry’s die aankomen en vertrekken.

Kap Arkona

Voor ons rondje Rügen gaan we de volgende dag naar het noordelijkste puntje van het eiland. Kaap Arkona is een fotogenieke plek met verschillende vuurtorens in een mooi landschap. Wel redelijk druk en toeristisch. Auto’s moeten op een parkeerterrein achtergelaten worden en met een toeristentreintje kan je naar de vuurtorens gebracht worden (allemaal tegen kosten natuurlijk). Gelukkig hebben wij de fietsen bij ons.

Vlak bij Kap Arkona ligt, direct aan zee,  het klein vissersdorpje Vitt. Met onze fietsen aan de hand dalen we door de duinen een stukje af naar het dorpje.

Vitt

Vanaf het kleine strandje hebben we een mooi zicht op de Kaap met krijtrotsen, maar leuker vinden we het dorpje zelf. Prachtige huisjes en een restaurantje waar we een traditioneel Rügens “ Fischbrötchen” eten. Het is niet meer dan een broodje met een stuk gepaneerde vis, wat sla en huisgemaakte saus erop, maar het bijzondere zit hem in de vis, supervers, zojuist gevangen dus. Ook populair is de Ostsee Hering en de Flunder, heerlijke haring en bot, tenminste, als je ervan houdt!

Dat Rügen best groot is merken we zo langzamerhand wel, want we hebben nog steeds niet alle noemenswaardige plekken gezien. Zoals het eiland Hiddensee bijvoorbeeld.

Hiddensee

Zoals de naam al aangeeft ligt dit autovrije eilandje een beetje verstopt. Het is te bereiken met een pontje vanuit Schaprode aan de noordkust van Rügen. Het eiland is vanwege de prachtige natuur heel geliefd bij fietsers en wandelaars en dat merken we als we aankomen. Automobilisten hebben moeite om op het grote parkeerterrein buiten het dorp nog een plekje te vinden. Uiteraard zijn wij op de fietsen gekomen en kunnen gelijk mee op het pontje.

Duindoornbes

Tijdens de rit over het langgerekte eiland  komen we wederom langs een vuurtoren en ontdekken we alle drie de dorpjes op het eiland. Het is grappig om te zien dat veel vervoer hier nog met paard en wagen gaat.
Gelukkig zien we onderweg ook de veel voorkomende duindoornbes. De oranje besjes geven een mooie kleur aan het landschap.

Van de besjes van deze struik worden allerlei producten gemaakt, zoals thee, snoepjes en sapjes. Wij kiezen voor een lunch met duindoornyoghurt als toetje en dat is erg lekker. Zo lekker dat we een goede reden hebben om bij een kleine souvenirwinkeltje wat duindoornbes cadeautjes te kopen om mee naar huis te nemen.

Tot slot

Rügen is een zeer veelzijdig eiland met heuvels, veenlandschap, loofbossen, kiezel- en zandstranden. De natuur is prachtig en de badplaatsen zijn mondain te noemen. Het eiland is vooral geschikt voor “buitenmensen”.

Voor wandelaars en fietsers is er genoeg te zien en te doen. Zonaanbidders zijn natuurlijk vooral afhankelijk van het mooie weer en die tijd is beperkt: de warmste maanden zijn juli en augustus, hoewel juni en september ook aangenaam kunnen zijn.

TIP

Gebruik zoveel mogelijk fietsen of openbaar vervoer en laat de auto achter bij het overnachtingadres. Parkeren in en om de badplaatsen en toeristische bezienswaardigheden is óf onmogelijk óf gruwelijk duur.

 

Geschreven door: Marianne van Hal

Grado en omgeving, een onontdekt stukje Italië

Bij toeval ontdekken we tijdens onze roadtrip een prachtige streek in het Noordoosten van Italië. Mijn man en ik zijn op weg vanuit Bologna naar het zuiden van Oostenrijk. Maar we hebben geen haast en dus besluiten we om geen gebruik te maken van tolwegen, maar over rustige landweggetjes en door leuke kleine dorpjes te tuffen.

Tweetalig

Voorbij Venetië volgen we een mooie weg langs de Adriatische kust. Ik herken namen als Lido di Jesola, Caorle en Bibione als redelijk bekende badplaatsen. Opeens valt het me op dat verkeersborden en plaatsnaamborden tweetalig zijn geworden. Maar welke taal, behalve Italiaans dan?

Lang leve internet: het blijkt dat we in de regio Friuli-Venezia Giulia terechtgekomen zijn en in deze provincie spreken ze behalve Italiaans ook Friulisch. Nee, geen dialect, maar een heuse oud Romaanse taal in woord en geschrift die nog steeds een vak op de scholen is.

Agriturismo

We gaan op zoek naar een plek om te overnachten en vinden vlak bij het plaatsje Cervignano del Friuli een mooie Agriturismo. Van oorsprong zijn dit boerderijen met de mogelijkheid om te overnachten. Het echte boerenleven is bij sommige inmiddels ver te zoeken, maar die van ons doet nog steeds dienst als wijnboerderij.

De uitbater die alleen Italiaans spreekt, of misschien is het wel friulisch, doet verwoede pogingen om ons iets over de omgeving te vertellen. Hij heeft onze fietsen achter op de auto gezien en daar moeten we schijnbaar wat mee gaan doen. Gelukkig komt hij even later met een Engelstalig foldertje.

Adria fietsroute

Aha, de opdracht is om een klein gedeelte van de “de CAAR” te gaan fietsen. Deze fietsroute, officieel de Ciclovia Alpe Adria Radweg, komt bijna langs onze boerderij. Nou ja, prima, gaan we doen. Het is prachtig weer, de omgeving is vlak en we hebben de hele dag de tijd.

We vertrekken in zuidelijke richting over een prachtig aangelegd fietspad richting het schiereiland Grado. En wat een verrassing! De badplaats Grado blijkt een absolute aanrader.

Grado

Het eiland staat ook wel bekend als klein Venetië, maar de bewoners zelf noemen het Isola del Sole, oftewel het eiland van de zon. We komen aan in een leuk haventje vol vissersboten en luxe jachten. Het is gezellig druk met voornamelijk Italiaanse toeristen.

Bij het toeristenbureau halen we een plattegrondje en de aardige dame vertelt ons waar we heen moeten voor het gratis strand, want het grootste gedeelte van het lange zandstrand hoort bij de vele hotels en is niet vrij toegankelijk.

Strand

Vijf minuten fietsen en we zijn bij een enorm breed zandstrand aangekomen. We zien kleedhokjes, douches en her en der wat “baywatch” uitkijkposten. Het strand is zo groot, dat het totaal niet druk lijkt. De zeebodem loopt heel geleidelijk af en tussen het strand en de weg staat een hek. Vooral met kinderen heel overzichtelijk allemaal.

“De zee” is trouwens de Laguna di Marano in de Adriatische Zee. Het is heel helder weer en vanaf het strand hebben we een geweldig uitzicht op Trieste, Slovenië en zelfs een puntje van Kroatië aan de overkant van de baai. Als we ons omdraaien zien we in de verte de besneeuwde bergtoppen van de Alpen. Supermooi en bijzonder om te zien. Hemelsbreed is de afstand tussen de zee en de bergen maar ca. 100 kilometer.

We blijven een uurtje op het strand en vertrekken dan om het eiland verder te verkennen. We fietsen over de lange boulevard langs de zee en komen langs de stranden die bestemd zijn voor hotelgasten.

Kuuroord

Hier is het druk, hutje mutje staan de strandstoelen en parasols bij elkaar. Grado blijkt een kuuroord te zijn en erg geliefd bij de Italianen. Het zeewater is rijk aan zout en jodium, goed voor astmatische aandoeningen en het zand bevat micro-organismen en minerale zouten wat zou helpen bij reumatische aandoeningen.

Historisch centrum

Uiteindelijk zijn we het eiland rond en weer terug in het gezellige haventje. Nu is het tijd om het middeleeuwse stadscentrum te bekijken. We laten onze fietsen achter want het grootste gedeelte is  voetgangersgebied.
Hoewel heel klein, is het centrum een doolhof van kleine steegjes, schilderachtige pleintjes en hofjes. Overal restaurantjes en opeengepakte vissershuisjes met balkonnetjes voorzien van kleurrijke bloemen. Dit hebben we absoluut niet verwacht in zo’n mondaine badplaats.

In de wirwar van straatjes staan we plots voor de kleine basiliek Santa Maria delle Grazie. Hier zijn prachtige, goedbewaarde restanten van vloermozaïeken uit de 5e eeuw te zien, net als bij de nabij gelegen grotere basiliek Santa Eufemia.
Al met al hebben wij een superleuke dag op het eiland Grado: heerlijke zon, aangename zee, groot strand, gezellig centrum met interessante cultuur en prachtige natuur. Zeer zeker de moeite waard voor een langer verblijf.

Maar niet nu, want we willen nog wat meer van de  regio zien. Al fietsend komen we ongeveer 6 kilometer landinwaarts door het Oud-Romeinse keizerlijke stadje Aquileia. Tenminste, wat er nog van over is.

Ruïnes van Aquileia

Het is net Rome, maar dan in het heel klein en opvallend rustig. Waarschijnlijk alleen bekend bij echte liefhebbers en toevallige passanten zoals wij. We lopen langs een oude basiliek met doopkapel en toren. Verder zijn er prachtige mozaïekvloeren te zien en opgravingen van een Romeinse straat. Iets buiten het stadje bewonderen we het kerkhof.

Archeologen zijn nog steeds bezig met graven, want onder de grond moet nog veel meer liggen, maar er is nu al genoeg om op de Werelderfgoedlijst te mogen staan.

Palmanova

Omdat het te ver is om te fietsen vanaf onze agristurismo, nemen we de lokale bus om een kijkje te nemen in het stervormige vestingstadje Palmanova. Onze bus rijdt het stadje in via één van de drie smalle toegangspoorten en we stappen vlak bij het negenhoekige pleintje in het midden uit.

Behalve het pleintje en de muurschilderingen in de kathedraal vinden we er niet heel veel aan. Maar goed, we hebben ons er dan ook niet echt in verdiept. En het moet gezegd worden, van bovenaf is het echt heel bijzonder. Niet voor niks staat ook dit stadje op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Udine

Onze tijd in deze regio begint te dringen want er is heel slecht weer op komst, maar we willen toch nog even naar de provincie hoofdstad Udine. Omdat wij hier tijdens de schoolvakantie zijn merken we er niet veel van dat dit doorgaans een gezellige studentenstad is.

Maar behalve dat, is deze stad, net als de hele regio, sowieso niet heel bekend bij het grote publiek. Hoewel we prachtige gebouwen en mooie pleinen zien, is het praktisch uitgestorven.

Piazza della Libertá

We lopen naar het belangrijkste plein, Piazza della Libertá en hier is het wel wat drukker. Alle belangrijke straten komen uit op dit plein, zo ook de belangrijkste winkelstraat Via Rialto. Opvallend zijn de mooie galerijen met zuilen, Loggia’s genaamd.

We hebben ze vaker in Italië gezien, o.a. in Bologna. Behalve dat het praktisch is, we wandelen immers lekker in de schaduw, vinden wij dat het iets deftigs heeft!

Castello di Udine

Na een pittige klim komen we bij het Castello di Udine en ook hier is geen mens te zien.
Het oorspronkelijke kasteel is tijdens een aardbeving volledig verwoest maar daarna dubbel zo stevig herbouwd, zodat het latere, heftigere bevingen heeft overleefd.  Vanaf hier hebben we een prachtig uitzicht op de Alpen in het achterland.

Het belangrijkste gebouw van Udine is de kathedraal. Binnen zijn mooie fresco’s te zien, maar manlief heeft genoeg van kerken, pleinen, mooie gebouwen en ruines. Hem maak ik blij met een bezoek aan het stadion van de voetbalclub Udinese.

Stadion Friuli

Stadio Friuli /Dacia Arena ligt er verlaten bij, maar ondanks dat het niet de juiste dag is waarop de “Stadium Experience” plaatsvindt, mogen we toch even om het hoekje gluren. Man ook weer blij!

We sluiten onze reis in de regio Friuli-Venezia Giulia af met een lekker biertje op een terrasje vlakbij het stadion.

Birra Moretti

Nu pas ontdekken we dat het Italiaanse bier, birra Moretti, wat we gedurende de reis hebben gedronken, hiervandaan komt. Het biermerk werd in 1859 in Udine opgericht door Luigi Moretti. Inmiddels is het in handen van bierbrouwerij Heineken, maar het wordt nog steeds volgens de Italiaanse traditie gebrouwen.

Conclusie

Deze roadtrip door Italië begonnen we bij Cinque Terre aan de noordwestkust (LEES HIER) en we eindigen hier aan de noordoostkust. De tegenstelling is enorm. Zo druk en toeristisch als het daar was, zo rustig en onontdekt is het hier. Maar ze hebben ook heel veel gemeen:  mooie stranden, heerlijk zeewater, schitterende natuur, pittoreske dorpjes, interessante steden, lekker eten en drinken. Kortom typisch Italiaans en allebei zeer de moeite waard.

TIPS: 

  • Breng een bezoek aan Triëst, op maar 80 kilometer vanaf Udine
  • Maak een dagtocht naar Slovenië. Hooguit 40 kilometer en je bent al bij de grens

 

Geschreven door: Marianne van Hal

 

Cruisen voor kinderen is leuk!

Cruisen is een echte belevenis! Cruisen met je gezin is geen gewone vakantie, het is een met niets te vergelijken vakantiebelevenis! Je arriveert elke dag in een andere stad zonder je koffers in-en uit te hoeven pakken. Je beleeft eigenlijk twee vakanties in één.

Met onze dochters Roos en Stella, toen 11 en 10 jaar, hebben wij twee jaar achter elkaar een cruise gemaakt in de Middellandse Zee. De ene met MSC Poesia in de oostelijke Middellandse Zee en de ander met MSC Splendida in de westelijke Middellandse Zee. Er zouden daarna nog meerdere cruises volgen.

Ook voor kinderen veel te doen

Stella: “Je kunt veel doen op een schip; naar het zwembad, bowlen en op het sportdek allerlei sporten en spelletjes doen zoals basketbal en tafeltennis.

Er is een entertainmentteam die allerlei leuke dingen organiseert met en zonder je ouders. Elke dag kom je ergens anders aan. Als ik terugkom op het schip ga ik altijd even zwemmen en daarna maak ik me klaar voor het avondeten. Er is ook een kindermenu maar dat is niet nodig want het diner is sowieso erg goed. We gaan elke avond naar een show en daarna drinken we wat in een café. Je ontmoet andere kinderen en mensen waarmee je na het eten afspreekt.

Het lijkt alsof de week heel snel gaat maar als je thuis bent, zie je op foto’s hoeveel je hebt gedaan en dan lijkt het veel langer”.

Schip is als een varend all-inclusive hotel

Roos: “Als je een stad binnenvaart, kijken mensen uit kleine bootjes en die zwaaien dan naar je. Je merkt niet eens dat je onderweg bent omdat het op het schip zo leuk is. Aan het einde van de dag verheug je je helemaal op de dag erna. As je aan boord bent, heb je het idee in een heel luxe hotel te zijn. Elke show is weer anders met verschillende acts en professionele dansers. Tijdens een cruise zie je veel. Ze kiezen de leukste plekken uit. Je komt elke dag ergens anders aan. Op het schip kun je zwemmen met uitzicht over zee en er Is een gezellige sfeer”.

Twee vakanties in één

Je arriveert elke dag in een ander land of stad zonder je koffers in-en uit te pakken.

Je beleeft eigenlijk twee vakanties in één. Zodra je terugkomt van een excursie (op eigen gelegenheid of georganiseerd) begint het tweede deel van je vakantiedag: een duik in het zwembad of naar de high tea? Eten we à la carte, van het buffet of in het specialiteitenrestaurant? Gaan we naar een theatershow of genieten we van live muziek in één van de vele bars (en wat voor soort muziek: jazz, klassiek of blues? Of doen we én de theatershow én live-muziek? Een avondwandeling op het dek onder de sterrenhemel of dansen bij een band of naar de disco? Ook voor kinderen is er veel te zien.

Combinatie met landarrangement

Cruisen in de Middellandse Zee laat zich gemakkelijk combineren met een autovakantie in Italië, Frankrijk of Spanje. Een cruise kan gecombineerd worden met een stedentrip Barcelona, Rome of Venetië.

Of je vliegt rechtstreeks naar Florida of Dubai waarvandaan de mooiste cruises met verschillende rederijen gemaakt kunnen worden. Dit kan eenvoudig samen worden geboekt met enkele dagen landarrangement.

Onterechte vooroordelen

Er zijn onterecht vooroordelen, waarvan hier onder een paar ….

  • Het zou voor oude mensen zijn, dat klopt niet. Er zijn cruises voor alle leeftijden!
  • Cruisen zou duur zijn. Er zijn diverse prijsniveaus ook met aantrekkelijke aanbiedingen. Bij MSC Cruises zijn kinderen tot 12 jaar gratis en in de leeftijd van 13 tot 17 jaar geldt een bijzonder tarief. Op sommige cruises van Norwegian Cruise Line geldt een korting van 50% voor kinderen of een gereduceerd tarief voor de derde en vierde persoon in de hut.
  • Je zou in chique kleding moeten dineren. Ook dat is niet juist. Een dure galajurk is echt niet nodig, een leuk jurkje is aan te raden. Mannen dragen wel of niet een jasje. Niets is verplicht.

Tot slot

Ik ben werkzaam bij TravelXL van Limburg in Nieuw Vennep en heb jarenlange ervaring met het maken van cruises en adviseer onze klanten geregeld om eens een cruisevakantie te boeken. Cruciaal is dat je je goed laat adviseren welke rederij en welk schip het beste binnen de wensen past.
Statistieken wijzen uit dat minimaal 90% van de cruisevakantiegangers binnen 2 jaar opnieuw een cruise boekt.
Als je eens wat anders wilt dan een vakantie zoals je die al jaren hebt gemaakt, denk dan eens aan cruisen. Je zult er met je gezin met veel plezier op terugkijken!

 

Geschreven door: Grace Stuurman

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Italiaanse Cinque Terre, net een schilderij!

Het begon een tijd geleden met een bezoekster in ons reisbureau in Nieuw Vennep. Ze vroeg om een brochure waar informatie over Cinque Terre te vinden was. De bestemming was mij toentertijd totaal vreemd, maar aan de naam te horen moest het iets in Italië zijn. Na even zoeken en wat geblader, kwam ik informatie én een foto van Cinque Terre tegen en ik was gelijk verkocht; daar wilde ik ook heen!

Inmiddels weet ik dat het een erg populaire plek is. Iedereen die ik spreek is er al eens geweest óf het staat ook op hun verlanglijstje. Het is een piepklein stukje Italië, maar blijkbaar heel bekend en waarschijnlijk uitermate toeristisch.

De dorpen

Cinque Terre betekent letterlijk “vijf landjes”, maar het zijn vijf schilderachtige vissersdorpjes die omringd worden door het gelijknamige nationale park Cinque Terre.

De vijf dorpjes, Monterosso al Mare, Vernazza, Corniglia, Manarola en Riomaggiore lijken geplakt tegen de ruige rotskust van de provincie Ligurië in het noordwesten van Italië. Ze staan sinds 1997 op de UNESCO werelderfgoed lijst en dat is zeer terecht.

Op reis

Ik reis hartje zomer, met echtgenoot en met eigen vervoer naar Italië. Bijna 1300 kilometer naar Noord Italië over drukke wegen en door tunnels met lange wachttijden. De eerste en gelijk de laatste keer, want volgende keer vlieg ik naar Pisa, dat is maar een uurtje bij Cinque Terre vandaan.
Hmm óf misschien beter om niet in het hoogseizoen tijdens de schoolvakanties te gaan?

Nou ja, het is zoals het is. Wij hebben voor vier nachten een leuk appartementje in La Spezia geboekt. Dit stadje is de toegangspoort tot Cinque Terre en daardoor erg druk.

Vervoer

Hier vandaan vertrekken boten en treinen om alle plaatsjes te kunnen bezoeken. Tevens de twee  beste mogelijkheden, want de dorpjes zijn vrijwel autovrij. Parkeren mag alleen voor vergunninghouders of op kleine, meestal volle parkeerterreinen ver buiten de dorpjes. Volgens ingewijden heb je het beste zicht op de dorpjes vanaf zee, dus gaan we op zoek naar de haven van La Spezia.

Varen

Dat blijkt geen moeilijke zoektocht te zijn, want vanaf het treinstation in La Spezia worden we in de flow van vele toeristen meegevoerd naar de havens. Daar vinden we al gauw de steiger van bootlijn 02, die van 25 maart tot 1 november volgens een dienstregeling langs de 15 kilometer lange kust naar vier van de vijf dorpjes vaart. Het dorp Corniglia ligt boven op een rots en heeft geen aanlegsteiger.

Voor maximaal € 39,= koop je een hop-on hop-off dagticket. Wij betalen € 30,= omdat de golven te hoog zouden zijn waardoor de boot waarschijnlijk niet in alle dorpjes kan aanmeren. Het lijkt ons wel vreemd, want het is windstil, een strakblauwe lucht en rustig kabbelend water. Gelukkig wordt er al na vijf minuten omgeroepen dat ze gedurende de dag alle vier de dorpjes wel kunnen bereiken.

Toegegeven, zodra we uit de haven varen en “om de hoek” op volle zee komen is er toch wel veel golfslag en al gauw blijkt dat het aanmeren bij de dorpjes aan de smalle, wankele steigers wel wat stuurmanskunst vereist. Uitstappen valt trouwens ook niet mee, want de boot schommelt als een malle.

Monterosso al Mare

Wij gaan, na circa 45 minuten varen, van boord bij de laatste halte aan het prachtige strand van  Monterosso al Mare.

Het dorp, de grootste van de vijf,  heeft een nieuw en een oud gedeelte. In het nieuwe gedeelte zijn we eigenlijk niet geïnteresseerd, want dat bestaat voornamelijk uit hotels en vakantieappartementen. Maar we gaan er tóch naar toe. Aan het eind van het overigens zeer mooie strand hangt namelijk het boegbeeld van dit dorp: “de reus van Monterosso”

De reus

Het beeld stelt Neptunus voor maar door het natuurgeweld en de bombardementen in de oorlog is het inmiddels zwaar beschadigd. Wij vinden het de moeite van de wandeling wel waard.

Terug naar het oude gedeelte, want dat is veel gezelliger. Hoewel we Monterosso achteraf niet het mooiste dorpje van de vijf vinden, zijn de smalle straatjes superleuk met gezellige eettentjes, winkeltjes en een kleine markt. In de buurt van de haven is het, als enige dorpje van de vijf, vrij vlak en we wandelen dan ook gemakkelijk. Dat zou anders worden bij de volgende dorpen!

Lokaal eten

We lunchen op een leuk pleintje met Focaccia, een platbrood wat verrijkt is met olijfolie en kruiden. Focaccia is ons wel bekend, behalve dat we niet wisten dat het oorspronkelijk uit deze streek komt. Als topping kan de klassieke versie met rozemarijn en zeezout, maar tomaatjes met olijven is ook heel lekker. Of met kaas en gegrilde groenten.

We nemen ook nog een pizzapunt Farinata. Typisch streetfood uit Ligurië. Wij hebben er nog  nooit van gehoord, maar het is echt heel lekker. Het lijkt op een pannenkoek, komt uit de houtoven en is gemaakt van kikkererwten. Nog gezond ook!

Vernazze

Na de lunch is het tijd om via de wiebelige steiger op de boot te stappen om naar het volgende dorp te varen. Wij stappen af bij Vernazze. Volgens vele het mooiste dorpje van de vijf.

En ja, het is prachtig. Smalle, steile straatjes met leuke gekleurde huizen en een imposant kasteel op de rotspunt. Het pleintje aan de kleine baai met jachthaven is gezellig druk. Net buiten de baai wordt volop gezwommen en gedoken vanaf de rotsen.

Het is zo’n warme dag, klimmen en klauteren in die steile straatjes is echt geen doen. Na een tijdje stappen we weer op de boot, want we willen nog een stop in Manarola maken.

Manarola

Ook dit dorpje, waarvan het grootste gedeelte op een 70 meter hoge rots ligt, staat bij vele bekend als het mooiste!

En ja hoor, hier is het al even pittoresk en charmant. Kleine haven, veelkleurige huizen en een pleintje met visrestaurantjes. Wij drinken wat op het gezellige pleintje en nemen de laatste boot terug naar La Spezia. Morgen weer een dag.
De volgende dag gaan we vanuit La Spezia met de trein naar de twee overige dorpjes.

Met de trein

Met de Cinque Terre treinkaart kun je voor € 18,20 de hele dag onbeperkt reizen op de spoorlijn La Spezia – Cinque Terre – Levanto. Ieder dorpje heeft een station. Kaartjes kopen we op het station, waar het héél druk is. De kaartautomaten zijn onduidelijk én alleen in het Italiaans dus moeten we aansluiten in de lange rij voor het loket.

Wonderwel verloopt de treinreis goed en gaat alles op tijd, ondanks de drukte op het station en de overvolle treinen.

Riomaggiore

We stappen uit bij het meest zuidelijke dorp Riomaggiore. En uiteraard net zo mooi, charmant, schattig en romantisch als alle andere. Heuvels, gekleurde huizen, steile steegjes met trappen en een mooie haven met kleurrijke bootjes.

Vanaf Riomaggiore kun je via de beroemde Via dell’Amore naar Manarola wandelen. Dit voetpad is uitgehouwen in de rotsen en moet prachtig zijn. Het is een eenvoudige wandelroute, maar helaas is het pad momenteel gesloten vanwege een aardverschuiving. Hoewel wij zien dat er hard gewerkt wordt, helikopers met bouwmaterialen vliegen af en aan, zal het pad waarschijnlijk pas in de zomer van 2024 weer open gaan.

We blijven een tijdje kijken en rondhangen in dit mooie dorpje en reizen dan met de trein binnen een kwartiertje van Riomaggiore naar het middelste dorp Corniglia. Het is vandaag minder warm en dus hebben we besloten te gaan wandelen in het nationale park Cinque Terre.

Corniglia

Het kleinste dorp, hooggelegen en heeft geen verbinding met zee. Doordat dit dorpje wat lastiger te bereiken is, want ook het treinstation ligt een eindje buiten het dorp én je moet 365 treden omhoog klimmen, is het een stuk rustiger en minder toeristisch.

Wij zien dat dan ook gelijk dat dit een geliefde halte is voor wandelaars en natuurliefhebbers.
Geen teenslippers en luchtige jurken meer, maar stevige bergschoenen, wandelstokken en rugzakken met flesjes water.

Wandelen in het Nationaal Park

Corniglia is een goed uitgangspunt voor verschillende wandeltochten door het nationale park. Het park is relatief klein maar heeft toch 120 kilometer aan wandelpaden met 48 routes. Voor de twee officiële routes, de bekendste en tevens drukste, moet je gedurende het zomerseizoen een Cinque Terre card à € 7,50 kopen. Alle andere paden zijn gratis. Hoewel de meeste routes de kwalificatie gemiddeld tot zwaar hebben gaan we toch op pad.

We lopen langs olijfbomen en terrasvormige wijngaarden, maar ook door een dichtbegroeid bos. De omgeving én de vergezichten over zee zijn adembenemend, zeer de moeite waard. Want moeite kost het! Enige wandelervaring is een must. Één en al heuvels, zelfs de “eenvoudige” routes zijn met dit warme weer zwaar en best lang. Al met al zijn we ruim 4 uur onderweg!

Portovenere

Dit dorp zou best de zesde parel van Cinque Terre genoemd kunnen worden. Het is zeker zo mooi als de andere vijf, maar veel minder bekend en daardoor veel rustiger. Het is ook een stuk groter en weidser waardoor we ons minder opgesloten voelen dan in de smalle, overvolle straatjes van Cinque Terre.

Hoewel makkelijker te bereiken vanuit La Spezia met auto of boot laten veel toeristen deze plek links liggen, waarschijnlijk wegens het ontbreken van een treinverbinding.

Pesto

Op internet heb ik gelezen over een bijzonder pestowinkeltje genaamd Bajeicò Bottega del Pesto. Uiteraard zoeken en vinden we het winkeltje. Heel erg leuk, buiten staan bergen groene basilicumplanten en vele potjes Genovese pesto. We krijgen een stukje brood met deze groene pesto aangeboden om te proeven. Mmm, superlekker. Hun opzet is geslaagd, want we kopen 4 potjes, als cadeautjes, om mee naar huis te nemen.

Conclusie

De mooie en felle kleuren als de foto’s die op internet te zien zijn geven een ietwat vertekend beeld. Zó kleurig is het in werkelijkheid niet. Maar gezellig, romantisch, schilderachtige en sfeervol zijn de dorpjes zeker wel.
Wij waren er alleen in een veel te drukke en te warme tijd. We hadden de fut niet, en trouwens ook de tijd niet, om de kerkjes, kloosters en kastelen bij de dorpjes te bekijken. Voor- of najaar zou beter geweest zijn.

Verder hebben we ontdekt dat de regio Ligurië meer is dan Cinque Terre alleen, we hebben ons daarop verkeken. De hele kust moet prachtig zijn en er zijn nog veel meer mooie dorpen en steden. We hadden hier veel langer kunnen blijven want Genua, de Toscaanse steden als Pisa, Lucca en zelfs Florence zijn als dagtocht met de trein of auto goed te doen.

TIPS

  • Vaar vanaf Portovenere naar het tegenovergelegen eiland Palmaria voor een heerlijk dagje strand en om de lekkerste mosselen van Ligurië te eten.
  • Ga wijn proeven in Monterosso of Riomaggiore. Beide dorpen staan sinds de middeleeuwen bekend om hun overheerlijke wijnen.

 

Geschreven door: Marianne van Hal

Ontdek de diversiteit van Maleisië

Met Malaysia Airlines vertrekken we naar Kuala Lumpur in Maleisië! Wij houden van Azië en vinden het heerlijk er met een huurauto op uit te trekken. In de meeste Aziatische landen is zelf rijden geen optie maar hier wel, dus bij aankomst in Kuala Lumpur halen we onze huurauto op.

We hebben de stad Kuala Lumpur tijdens een eerdere reis door Maleisië al bezocht dus we hebben ervoor gekozen direct na aankomst richting de oostkust te vertrekken. Een rit van een kleine 3 uur. Ietwat vermoeid na een lange vliegreis en een autorit komen we aan bij ons eerste hotel in Cherating (op zo’n 20 minuten van Kuantan). Een welkomstdrankje, wat doekjes om je op te frissen en vooral hele vriendelijke mensen doen mij weer realiseren waarom ik Azië en Maleisië zo’n fijne bestemming vind.

Kuantan ontdekken

Kuantan wordt vaak alleen geboekt als tussenstop en is daarom redelijk onontdekt. Toch schijnt het de moeite waard te zijn om te verkennen dus dat gaan we de volgende dag maar eens doen! We rijden naar het oude gedeelte van de stad omdat je hier de meeste bezienswaardigheden hebt. Een blikvanger is de moskee Masjid Sultan Ahmad Shah.

Het is er rustig en we worden uitgenodigd om binnen een kijkje te nemen. We krijgen gepaste kleding en een rondleiding aangeboden. De buitenkant is mooi maar de binnenkant nog veel mooier!  Deze moskee is dus zeker de moeite waard!

We lunchen bij een lokaal restaurant en stoppen onderweg voor versgeperste sinaasappelsap en watermeloen. Het oude centrum oogt wat rommelig en weinig sfeervol maar juist deze eet- en drinkgelegenheden, in combinatie met de vriendelijke en lieve mensen, maken het in mijn ogen juist weer heel gezellig!

In het nieuwe centrum van Kuantan vind je een aantal moderne winkelcentra met bekende winkelketens. Dit in tegenstelling tot andere steden aan de oostkust die nagenoeg geen winkelcentra of westerse winkelketens hebben.  Mocht je willen shoppen, dan kan dat hier dus prima!

Strand van Cherating

Ons hotel ligt aan het strand van Cherating, een mooi maar bijzonder strand. Door de grote eb en vloed verschillen ontstaan er zandbanken in de zee. In de middag is het tijd om hier even lekker te chillen.

Later op de avond willen we op firefly experience. Wanneer het donker is worden we met een lokale houten boot opgehaald om daarna de mangrove in te varen. Duizenden vuurvliegjes zweven er tussen de mangrovebomen door, echt een waar spektakel en met recht sprookjesachtig te noemen! Helaas is dit spektakel moeilijk op de foto vast te leggen maar de herinnering is er!

Schildpadden

De medewerkers van deze organisatie vertellen ons dat er iets verderop eieren van zeeschildpadden te zien zijn die op dat moment uitkomen. Als we het leuk vinden kunnen we even gaan kijken en ja natuurlijk vinden wij dat leuk!

De mama schildpadden worden goed verzorgd en de temperatuur wordt opgemeten om zeker te weten dat alles goed gaat. Daarna mogen we er allemaal 1 uitzoeken en uitzetten op zee. Nu maar hopen dat mijn schildpadje het gaat redden, en stiekem zeg ik dat hij voorzichtig moet doen voordat ik hem loslaat.

Naar Lake Kenyir

De volgende ochtend vertrekken we naar Lake Kenyir, het grootste meer van Maleisië. Dit zoetwatermeer grenst in het Zuidwesten aan Taman Negara, een van de grootste en oudste regenwouden van Maleisië. Je hebt hier 1 resort en verder een aantal kleine hotels. Wij hebben geboekt voor het resort dat chalets heeft met uitzicht op de jungle of over het meer.

Boottocht

Het resort heeft een eigen recreatiecentrum waar je excursies in het nationale park kunt boeken. Voor de volgende dag boeken we een boottocht over het meer met een bezoek aan een van de vele watervallen, en het kruideneiland.

Eerst varen we naar het kruideneiland en krijgen we uitleg over de kruiden die hier te vinden zijn en de werking daarvan. Kruiden die ervoor zorgen dat je gelukkig blijft in de liefde, altijd gezond blijft en ga zo maar door … Ach ja, het kan nooit kwaad …

Soak waterval

Dan gaan we verder naar de Soak waterval, op ongeveer 10 minuten varen. Deze waterval is vrij vlak. Geen grote hoogteverschillen dus, maar wel poeltjes waarin je even lekker kunt afkoelen.

Als je goed om je heen kijkt zie je ontzettend veel diersoorten. Vlinders, vogeltjes, vissen, hagedissen en maar ook enorme spinnen (moet je daar niet bang voor zijn…).

Nadat we hier wat tijd hebben doorgebracht varen we weer terug naar ons resort. De boottocht op zich is al een excursie waard. De omgeving is erg rustgevend en vanaf het water zie je allerlei diersoorten op het land zoals kleine aapjes en prachtige vogels. Als je heel veel geluk hebt zie je olifanten of zelfs tijgers, maar dat geluk hebben wij niet helaas …

Relaxen aan het zwembad

Aan het eind van de middag is het tijd voor een duik in het zwembad en zeg nou zelf, er zijn maar weinig plekken waar het uitzicht zo fantastisch is als hier!

Naar Kota Bharu

In het Noorden, dichtbij de Thaise grens, ligt onze volgende bestemming. Kota Bharu, de hoofdstad van de Islamitische deelstaat Kelantan. Er is hier heel lang een Islamitische politieke partij aan de macht geweest en dat is duidelijk te zien aan het straatbeeld.

Juist omdat de Islam hier een hele belangrijke rol speelt is de stad authentiek gebleven en kun je hier kennis maken met het ‘echte’ Maleisië.

Kleinschalig resort

Voorafgaand aan onze Maleisië reis zijn we in contact gebracht met een Nederlands stel die een kleinschalig resort beheren. Het bestaat uit een aantal eenvoudige chalets, gelegen rondom een grasveld en we worden hier zeer warm welkom geheten.

Fietsend de omgeving verkennen

In de middag huren we fietsen en krijgen we een route mee die ons naar bijzondere plekjes zal brengen. Het is bloedheet dus met genoeg water op zak gaan we op pad. We treffen een man die vliegers aan het maken is en we mogen een kijkje nemen in zijn schuurtje.

Dat mensen met zo weinig middelen zulke mooie dingen kunnen maken verbaast me!

De volgende stop is bij een aantal dames die aan het batikverven zijn. Dit is een eeuwenoude manier om stoffen te verven. Op de stoep voor hun huisje, in de brandende zon maken ze de mooiste creaties.

Ik mag het ook proberen maar bak er natuurlijk helemaal niets van, ik kijk wel. Enthousiast worden we uitgezwaaid en fietsen we naar een haventje. De vissers zijn druk in de weer hun vangst aan land te halen, en zittend in de schaduw met een flesje water kijken we dit eens even aan.

Het water is hier erg bruin maar we laten ons vertellen dat er dan juist meer te vangen is. In combinatie met de talloze gekleurde bootjes geeft dit een prachtig plaatje.

Als laatste een bezoek aan een klein oud fabriekje waar visworsten worden gemaakt. Klinkt niet echt smakelijk en zeker niet meer nadat je gezien hebt hoe dit wordt gemaakt. Dit neemt niet weg dat het fantastisch is om te zien met hoeveel passie de dames in de fabriek aan het werk zijn. Eerst wordt de vis in stukjes gehakt, dan gepureerd, vervolgens worden er worsten van gedraaid en klaar is kees!

Ontbijt bij de buren

De volgende ochtend kunnen we ontbijten in de tuin van de buurvrouw. Midden in haar prachtige bloementuin heeft ze een plekje ingericht voor de gasten van de buren. Wat leuk om hier te ontbijten in het zonnetje en hoe lekker is het om weer eens hagelslag op mijn beschuitje te kunnen doen!

Naar de Perhantian Islands

Na dit leuke avontuur in Kota Bharu is het tijd om naar de Perhantian Islands te reizen.  Op ongeveer een uurtje rijden ligt Besut en van hieruit kun je de boot nemen naar Perhentian Besar (groot) of Perhentian Kecil (klein). Wij varen naar Perhantian Kecil en met een speedboot zijn we binnen een half uur op de bestemming. Vanwege het koraal direct aan de kust worden we op ongeveer 50 meter afgezet op een ponton en is het wachten op een stille boot die ons aan land zal brengen.

De eilanden liggen in het noordoosten van Maleisië, het is de perfecte strandbestemming waar je prachtig kunt snorkelen en duiken maar waar ook de natuur de moeite waard is!

De accommodaties op Kecil zijn vrij eenvoudig maar de ligging daarentegen is fantastisch. Vanaf ons terras zien we de zon ondergaan, wordt er beachvolleybal gespeeld en is de sfeer vooral heel relaxed!

De kakkerlakken die we aantreffen als we naar bed willen nemen we maar even voor lief, maar als er dan ook nog eens een rat is die ons bezig houdt en er tot overmaat van ramp een vleermuis komt binnenvliegen, twijfel ik toch wel even over deze bestemming. Maar als we na deze rumoerige nacht de gordijnen open doen en het geweldige uitzicht zien, is het de moeite waard geweest.

We huren snorkels en genieten van de onderwaterwereld. In de middag hebben we een boottocht geboekt en kunnen we met haaien zwemmen. Het zijn dan wel kleine haaien, maar ik heb nog nooit zo hard gezwommen in ieder geval. Een gave ervaring maar voor mij net iets te spannend! Ik geniet wel even in de boot van de omgeving! We komen hier helemaal tot rust en bereiden ons voor op een totaal andere wereld op onze volgende bestemming.

Naar Penang

Een lange rit van zo’n 6 uur dus we vertrekken op tijd! Zoals van Maleisië bekend is de infrastructuur erg goed! De wegen zijn mooi en er is overal duidelijke bewegwijzering. Hou  er wel rekening mee dat je op tijd gaat tanken want tankstations zijn er niet in overvloed. Het scheelde weinig of wij moesten duwen …

Aangekomen in Penang merk je direct het verschil met de Oostkust. Het is het grootste eiland van Maleisië en verbonden aan het vasteland met 2 grote bruggen. Rijdend over een van deze bruggen zien we in de verte de grote hotels liggen, een wereld van verschil met de kleinschalige accommodaties waar we tot nu toe hebben verbleven.

De rust daar was heerlijk maar ik vind het persoonlijk ook wel weer even fijn om wat reuring om me heen te hebben! We brengen onze spullen naar de kamer en na ons kakkerlakken avontuur is het toch wel heel fijn even in een luxe kamer zonder beesten te verblijven. Penang staat bekend om de food courts op straat en dat moeten we natuurlijk even uitproberen.

Vlakbij ons hotel ligt een grote food court en we besluiten daar te gaan eten. Na wat onwennig te hebben rondgelopen en even veilig een loempia besteld te hebben, krijgen we de smaak te pakken. Het is echt heel leuk (en heel lekker) om hier van alles te proberen en de kwaliteit is erg goed.

Als we de foud court verlaten horen we heel veel herrie en er staan opeens heel veel mensen langs de kant van de weg. Zonder te weten wat er aan de hand is staan we opeen tussen deze mensenmassa en blijken er street races gehouden te worden.

Nu ben ik geen autofan maar dit is wel heel leuk om mee te maken!  Naast ons hotel ligt het Hard Rock Cafe en we sluiten de dag daar af met een gigantische cocktail!

Penang Hill

We beginnen de volgende dag met een bezoek aan Penang Hill. Met een bergtreintje kun je naar deze ruim 700 meter hoge berg.

Elk half uur vertrekt er een treintje naar boven en een ritje duurt ongeveer 10 minuten. De treinrit is een attractie op zich, er is weinig mogelijkheid tot genieten want je zit gemiddeld met 100 andere mensen in een vrij kleine cabine. Maar goed, eenmaal boven aangekomen genieten we van het uitzicht van de hoofdstad Georgetown en gaan we hier eens lekker rondwandelen.

In 10 minuten wandelen we naar The Habbit Penang Hill via de Curtis Crest. Een 360 graden verhoogd pad met uitzicht boven de bomen. Onderweg komen we een bijzonder koloniaal hotel tegen, een uilenmuseum en helemaal bovenaan een Indiase tempel.

Naast het uilenmuseum vind je het Cliff Café met zo’n 20 kraampjes met lokale gerechten. Na gisteravond hebben we de smaak te pakken en bestellen we hier wat lekkere gerechtjes.

Er zijn diverse wandelroutes op Penang Hilll, voor de geoefende en minder geoefende wandelaar. Het is verstandig om je hier vooraf even in te verdiepen zodat je weet waar je aan begint.

Georgetown

Daarna op naar de hoofdstad van het eiland, Georgetown! Ik moet even wennen aan de hectiek van deze stad, maar eenmaal gewend is het genieten. Georgetown heeft een prachtig oud UNESCO beschermd stadscentrum. Dit houdt in dat de oude Chineze huizen en winkelpanden bewaard zijn gebleven en die zijn echt heel erg mooi.

Georgetown staat bekend om zijn street art. Je wordt vrolijk van alle mooie schilderingen en vele kleuren.  We wandelen naar Chulia Street, zo’n beetje de hoofdstraat van Georgetown met talloze oude straten en leuke eettentjes. Na een lange dag zitten we hier wel even goed en genieten (want inmiddels ben ik helemaal gewend) aan de hectiek!

Pangkor Laut

Ik persoonlijk vind het altijd fijn de vakantie rustig af te sluiten en een paar daagjes te genieten van zon, zee en strand! Even alle indrukken verwerken en kletsen over alles wat we gezien en meegemaakt hebben. Dit gaan we dus ook doen op Pangkor Laut, wat ‘Beautiful Island’ betekent. Op dit privé eiland bevindt zich het gelijknamige en exclusieve Pankor Laut Resort, tevens het enige resort op het eiland.

Het resort is gelegen aan een hagelwitte baai met het prachtige groene landschap op de achtergrond. Hier doen we 2 dagen even helemaal niets en genieten we van het heerlijke eten en het mooie uitzicht. Wel moet je hier op je hoede blijven want apen zijn hier volop aanwezig en houden erg van chips …

Het eiland staat bekend om de zonsondergangen en dat kan ik beamen! Op onze laatste avond sluiten we de vakantie af met een prachtige zonsondergang en proosten we op Maleisië!

Op een kleine 4 uur rijden ligt de luchthaven van Kuala Lumpur waar voor ons de vakantie de volgende dag helaas weer zal eindigen.

Tot slot

Wat was Maleisië leuk! Natuur, cultuur, gezelligheid, lekker eten, mooie stranden en bovenal hele vriendelijke bevolking die met recht trots is op hun land!

Yellowstone, een majestueus park vol indrukwekkende natuurverschijnselen

Met onze camper rijden wij via de noordoostelijke ingang Yellowstone National Park binnen. We kunnen niet wachten om al het moois, dat dit grote National Park van Amerika te bieden heeft, te ontdekken.

We hebben hier al zo lang naar uitgekeken en hopen dat we niet te teleurgesteld gaan worden.  Bewust hebben we er voor gekozen om in totaal 5 nachten in het park te overnachten. Er is namelijk zoveel te zien dat we er niets van willen missen.

Lamar Valley

Als we Lamar Valley binnen rijden weten we dat we zeker niet teleurgesteld gaan worden de komende dagen.

Het landschap is niet alleen heel mooi, maar er lopen ook heel veel bizons rond. Wat een indrukwekkend gezicht is dat. Onderweg naar onze eerste camping stoppen we een aantal keer om van het mooie uitzicht te genieten.

De camping ligt nabij Canyon Village, het midden oost van Yellowstone. Vanuit deze plek willen we de oost kant van Yellowstone ontdekken.

Naar Mud Volcano

De volgende ochtend rijden we naar de Mud Volcano (moddervulkaan). Als we er bijna zijn zien we de rook al in de verte.

Als we bij een Mud Volcano uitstappen ruikt het naar verrotte eieren. We lopen over een vlonder door een gebied met diverse moddervulkanen.  Het ziet er heel bijzonder uit, de bubbelende modder en de rook die naar boven komt.

De geur van verrotte eieren ruiken we gelukkig niet de hele tijd.

Tower Fall

Onze volgende stop is de Tower Fall. Deze 40 meter hoge waterval ligt in het ruige deel van het park. Nadat we de camper langs de weg geparkeerd hebben wandelen we naar de waterval.

De waterval is omgeven door een imposant gebied van gele, vaak puntige, rotsen.

Canyon Village

Voordat we terug naar de camping gaan besluiten we bij Canyon Village nog wat hout voor ons kampvuur te kopen. Op de parkeerplaats staat een kraampje waar je Bear spray kunt kopen of huren.

Morgenochtend vroeg willen we graag een wandeling maken en we besluiten om Bear spray te huren (aangezien we de spray maar voor 1 keer nodig hebben is dat goedkoper dan kopen) en wat geurdichte zakken te kopen voor ons eten.

We krijgen eerst een instructie filmpje te zien hoe je moet reageren als je een beer tegen komt en hoe je de spray moet gebruiken. We hopen dat we de Bear spray niet nodig hebben, maar eigenlijk hopen we natuurlijk ook weer wel toch een beer tegen te komen.

Wandeling naar Cascade Lake

Om 6.00 uur gaat de volgende dag onze wekker. Snel zetten we de kachel even aan, want het is nog koud zo vroeg in de ochtend. We gaan een wandeling naar Cascade Lake maken, waar we hopen op dit vroege tijdstip dieren tegen te komen. Warm aangekleed gaan we even later op pad.

We moeten een klein stukje met de camper naar het vertrekpunt van de wandelroute rijden. We maken de Bear Spray met een band om onze taille vast en gaan met onze verrekijker en fotocamera in de aanslag op pad.

Het is een hele mooie wandeling en omdat we zo vroeg zijn zien we de dauw nog aan het gewas en hangt het ook nog boven het water.

Na een half uur wandelen zien we in de verte 2 elanden. We komen helaas geen andere beesten tegen en na een paar uur zijn we weer terug bij onze camper.

Naar Lamar Valley

We besluiten om naar Lamar Valley te rijden en daar tot de zonsondergang te blijven. Bizons schijnen namelijk aan het eind van de dag vanuit de heuvels in grote getalen terug naar het dal te gaan en dan ook over de wegen te lopen.

We vinden een mooi plekje langs de weg met uitzicht op een heuvel. We zetten onze stoeltjes en tafel voor de camper en gaan lekker in het zonnetje voor de camper zitten. Wat is het toch heerlijk om met een camper op pad te zijn, lekker alles binnen handbereik. Ik maak nog even snel wat te eten klaar. Terwijl we dit voor camper opeten zien wij al de eerste bizons uit de heuvels komen.

Wat een mooie schouwspel is dit. Wat zijn het toch imposante beesten. Op gepaste afstand maken we foto’s. Af een toe blijven er een aantal midden op de weg staan zodat auto’s er niet langs kunnen. In dit gebied zijn zij de baas, dat is wat ze uitstralen. We blijven hier een tijd zitten totdat de zon is onder gegaan. We gaan weer terug naar de camping, op een rustig tempo, want nog steeds chillen er bizons op de weg.

Naar de Upper en Lower Falls

De volgende dag  is de lucht weer strak blauw, zoals eigenlijk al de hele vakantie. Na het ontbijt vertrekken we naar de Upper en Lower Falls, gelegen in de Grand Canyon of the Yellowstone,waar het park Yellowstone zijn naam aan te danken heeft.  Deze watervallen liggen vlakbij onze camping. We parkeren de auto en wandelen naar het uitzichtpunt Lower Falls, de grootste waterval van Yellowstone.

Wat een prachtige omgeving. De vallei waar de waterval in uitmond is van geel gesteente. We rijden met de camper naar de andere kant van de Canyon om daar naar de Upper Falls te kijken. Ook deze waterval is erg mooi om te zien. Het water dendert naar beneden.

Norris Geyser Basin

Na de lunch in het restaurant van Canyon Village rijden wij vanuit het midden westen naar het midden oostelijke gedeelte van Yellowstone. Onderweg stoppen wij bij het Norris Geyser Basin.

Het gebied doet sprookjesachtig en betoverend aan, het heeft mooie kleuren en met de wolken uit de warmste geisers en bronnen van het Yellowstone National Park erbij doet het heel mysterieus aan.

Stoomboot Geiser

We wandelen over de houten vlonders naar de Stoomboot Geiser. De erupties van deze geiser zijn tot wel 90 meter hoog, geen enkele actieve geiser haalt deze hoogte.

Er komt nog steeds rook uit de geiser, maar helaas zijn we te laat om live de eruptie mee te maken. De komende dagen moeten we voor de geisers die we willen gaan zien dus goed bijhouden wanneer er ongeveer een eruptie is en dan vooral geduld hebben. De natuur is niet helemaal voorspelbaar dus het kan wel even duren voordat we ook daadwerkelijk een eruptie zien.

We overnachten vandaag op Madison Campground, gelegen nabij de westelijke uitgang van Yellowstone National Park.

Naar de westkant van Yellowstone National Park

Vandaag gaat de wekker weer vroeg. We hopen dat het dan nog niet druk is bij de bezienswaardigheden. Ook willen we genoeg tijd hebben om de eruptie van zoveel mogelijk geisers te zien. Onderweg naar onze eerste bestemming, het Upper Geyser basin, zien we in de verte al de eerste rookpluimen.

Het Upper Geyser Basin is één van de mooiste en bekendste plekken in het park. We hebben dus een hoge verwachting van dit basin vol geothermische activiteit. De Old Faithfull Geyser is de grootste en meest actieve Geyser. We wandelen over een houten vlonder langs de vele geisers , modder- en gekleurde waterpoelen. Helaas is de Old Faithfull op dit moment niet actief …

Beehive Geyser

Maar we krijgen te horen dat de Beehive Geyser elk moment actief gaat worden. We rennen er snel naartoe. En wauw wat is dit bijzonder om te zien.

Met onwijs veel kracht zien en horen wij het water naar boven spuiten en het water blijft de hele tijd ook nog op dezelfde hoogte, op ca. 45 tot 60 meter. Na ongeveer 5 minuten zakt het pas weer naar beneden.

Morning Glory

We krijgen een tip van een toerist om het pad te vervolgen om de warmwaterbon Morning Glory te bekijken. Bij aankomst zien wij een poel met prachtige kleuren.

Wat het zo leuk maakt om hier rond te lopen is dat iedereen zo enthousiast is en dat je direct kunt zien dat er weer iets moois te gebeuren staat. Mensen worden onrustig en vervolgen snel hun pas naar de volgende eruptie.

Castle Geyser en Giant Geyser

We zien uiteindelijk nog de eruptie van de Castle Geyser, één van de oudste geisers van het park.

En die van de Giant Geyser, waarvan de straal krachtig tot wel 60 meter hoogte gaat.

We wandelen nog wat rond om ook de kleine geisers, modderpoelen en kleurrijke waterpoelen te bekijken.

Grand Prismatic Spring

Aan het begin van de middag rijden we met onze camper naar het Midway Geyser Basin om daar de Grand Prismatic Spring te bewonderen. Deze grootste (diameter van bijna 100 meter) warmwaterbron van Yellowstone National Park, met zijn prachtige kleuren, zie je vaak in reisgidsen afgebeeld staan. Ik wil hem daarom ook heel graag in het echt zien.

We wandelen over de houten vlonder om deze indrukwekkende bron, met zijn dampende water (het water heeft een constante temperatuur van 85°C), te bewonderen. Om een beter beeld van de Grand Prismatic Spring te krijgen rijden we met de camper naar de overkant om vanuit daar de heuvel lopend te beklimmen.

Eenmaal boven hebben we een fantastisch uitzicht op de warmwaterbron. Dat ik dit gezien heb geeft mij een heel blij gevoel.

Fountain Paint Pot

Op de terugweg naar onze camping gaan we nog naar het Lower Geyser Basin om naar de pruttelende en naar zwavel ruikende  modderpot, Fountain Paint Pot te kijken.  De modder in dit gebied is rood, geel en bruin. Dit komt door de oxidatietoestanden van het ijzer in de modder.

Als we op de camping aankomen kopen we nog wat openhaard hout om deze mooie dag met een kampvuur af te sluiten.

Mammoth Hot Springs

De volgende dag rijden we al vroeg in de ochtend naar de kalksteen terrassen van Mammoth Hot Springs, gelegen in het  Noordwesten van het park.

Deze terrasvormige bekkens, zijn ontstaan door het warme water, de vele mineralen en de kalkstenen bodem. We lopen rond over vlonders en trappen en genieten van het mooie, kleurrijke en soms sinister aandoende landschap.

De Upper Terrace loop van Mammoth Hot Springs kun je per auto ontdekken. Onderweg kun je de auto bij een bezienswaardigheid parkeren om even uit te stappen. Wij doen dit gedeelte lopend omdat wij met onze camper daar niet mogen rijden.

Lunch in Mammoth

We besluiten om in de plaats Mammoth, het enige historische dorp in Yellowstone National Park, te gaan lunchen. In deze plaats lopen rendieren vrij rond. Er staan overal borden om niet te dicht bij deze dieren te komen omdat dat gevaarlijk is.

Na de lunch rijden we weer terug naar onze camping.

Laatste keer naar Biscuit Basin

Onze laatste ochtend in Yellowstone National Park is helaas aangebroken. Voordat we via de zuidelijke uitgang het park verlaten, brengen we onderweg nog een bezoek aan Biscuit Basin, dit omdat we er gewoon geen genoeg van kunnen krijgen.

Hier zien we onder andere  een mooie pool met helder blauw water, waar we uiteraard nog wat foto’s van maken.

West Thumb Geyser Basin

We vervolgen onze weg naar onze laatste stop in Yellowstone Park, West Thumb Geyser Basin, gelegen aan de westkant van het Yellowstone Lake.  Vanaf hier hebben we een mooi uitzicht over het meer.

We bezoeken de black pool, die niet meer zwart is. Ooit heeft de  pool deze naam gekregen, maar gedurende de jaren is de kleur van de pool verandert naar blauw. Wij krijgen te horen dat de kleur van deze pool wel vaker wijzigt en ze daarom de naam niet aanpassen. We zien ook een warmwaterbron die in het meer gelegen is.

Tot slot

Met pijn in ons hart nemen we afscheid van Yellowstone National Park. Wat hebben we hier mooie natuurverschijnselen gezien en wat heeft dit park onze verwachtingen overtroffen. Wat hebben we genoten van dit wonderschone park! Elke dag hebben we onze ogen uitgekeken en volop genoten. Wat zijn we blij dat we voldoende tijd hadden ingepland om zoveel moois te kunnen zien.

 

Geschreven door: Monique Boonders

Het Zuiden van Zuid-Limburg, waar drie landen samenkomen

We vieren onze vakantie in Nederland dit jaar! Mijn man en ik kiezen voor zekerheid in deze onrustige coronatijd. Nou ja, zekerheid wat betreft het land dan, want wáár in Nederland blijft tot de dag voor vertrek zeer ónzeker.

Alles zit propvol, blijkbaar zijn wij niet de enige die in eigen land willen blijven. Het is begin september, de scholen zijn weer begonnen en toch is het heel lastig om nog iets te vinden. Uiteindelijk wordt het Vaals in Zuid-Limburg waar we ‘last minute’ in een Landalpark nog een leuk huisje vinden.

Heuvels

Eerlijk gezegd ben ik, behalve een dagje Maastricht, nog nooit in Zuid Limburg geweest. We maken graag fietstochten  tijdens onze vakantie, maar dan wel in een vlakke omgeving.

De vele heuvels in Limburg hebben me altijd weerhouden om erheen te gaan, maarrr … de elektrische fiets heeft daar verandering in gebracht! We hebben het plan om uitstapjes met fiets of auto te gaan maken en na even googlen blijkt dat we mogelijkheden te over hebben.

Drielandenpunt

Dus beginnen we onze vakantie met een fietstocht naar het drielandenpunt op de Vaalserberg. Een uitdaging, want deze plek is tevens het hoogste punt van Nederland (322 meter), maar met onze fietsen blijkt het een makkie te zijn.

Het drielandenpunt ligt er vlak naast en een grote steen markeert de plek waar Nederland, Duitsland en België elkaar raken.
Het is nog vroeg in de ochtend en een beetje druilerig weer, dus nog rustig. Maar ik kan me zo voorstellen, vooral als ik de vele horeca gelegenheden om me heen zie, dat het hier soms heel druk kan zijn. Maar goed, het is tenslotte een bekende toeristische attractie met uitzichttorens, speeltuin, een labyrint en VVV kantoor.

Aken

Vervolgens gaan we naar Aken in Duitsland. Vaals ligt zó dichtbij de Duitse grens dat we op de fiets binnen 20 minuten midden in het centrum naast de beroemde Dom staan.

Prachtige kerk met hele mooie gebrandschilderde ramen. Gratis toegankelijk, maar wel met mondkapje op. In tegenstelling tot Nederland zijn mondkapjes in alle winkels en openbare gebouwen verplicht. Op het moment dat wij er zijn tenminste. Het kan per dag veranderen!
We fietsen een rondje over de keien door de stad langs gezellige pleinen, een mooi stadhuis en de Elisenbrunnen,  hét symbool van de kuur- en badstad Aken. Hier komen warmwaterbronnen in het midden van het stadscentrum omhoog borrelen.

Vakwerkhuizen

De volgende dag is het stralend weer en maken we een mooie fietstocht, met behulp van het ‘fietsknooppunten netwerk’. Deels door Duitsland en deels door Nederland via kleine dorpjes en langs vele vakwerkhuizen. Deze huizen staan bekend om de muren van stro, klei of steen, waarbij het dragende gedeelte uit houten balken bestaat.

Het is echt superleuk fietsen hier, over mooie fietspaden. Stil, landelijk en ruimtelijk, maar zeker niet saai.
We gaan door het Geuldal en over glooiende heuvels met groene weilanden waar we veel koeien, paarden en schapen zien grazen. We fietsen door hele kleine dorpjes (bijvoorbeeld Holset met ca. 160 inwoners) en iets grotere dorpen ( bijvoorbeeld Gulpen). Dorpen met mooie boerderijen, vaak een kerkje met een gezellig pleintje en een plaatselijk cafeetje waar we onderweg op het terras iets eten en/of drinken.

De dag is zo voorbij en we maken een keuze uit de vele mogelijkheden wat we de volgende dag gaan doen. We besluiten om een stuk van de beroemde Vennbahnweg te gaan fietsen.

Vennbahnweg

Dit 125 kilometer lange fietspad begint in Aken, gaat door België en eindigt in het Luxemburgse Troisvierges. Het fietspad slingert door het Hoge Venen-Eiffel natuurpark en regelmatig passeer je een landsgrens. Je fietst door de grensstreek over een voormalig spoorwegtraject met prachtige uitzichten. De stijgingen zijn minimaal en de weg is grotendeels geasfalteerd. Bijkomend voordeel is dat het hele traject alleen toegankelijk is voor fietsers, wandelaars en ruiters.

Maar wij gaan zeker geen 125 kilometer fietsen vandaag, we doen maar een klein gedeelte van dit bekende fietspad.  We nemen de auto naar het Belgische Waimes, stappen daar op de fiets en gaan op weg naar Monschau.

Monschau

Na 20 kilometer fietsen door een prachtig landschap komen we aan in het Duitse stadje Monschau. Ongeveer iedereen die we kennen is er wel eens geweest, behalve wij. Het blijkt een levendig, toeristisch stadje omringd door oude muren met nauwe steegjes en prachtige vakwerkhuisjes te zijn. Het is net of we door een openluchtmuseum wandelen.

We eten en drinken wat en gaan na een paar uurtjes op de fiets dezelfde weg weer terug. Al met al een leuke dag, veel gezien en zo’n 40 kilometer gefietst.

Hoe centraal we zitten blijkt wel weer als we de volgende ochtend, wederom op de fiets, voor een rondje Valkenburg en Maastricht vertrekken. Totaal zal het ongeveer 60 kilometer zijn, lijkt best veel, maar met een elektrische fiets is dat goed te doen.

Valkenburg

Uurtje fietsen en we schuiven aan op één van de vele terrassen in Valkenburg voor een kop koffie met een zalig stuk, echte Limburgse vlaai. Valkenburg staat bekend om het gezellige uitgaansleven, het centrum bestaat dan ook voornamelijk uit kroegen en cafeetjes.

Maar er is nog meer te doen: Grotten, kastelen en ruines zijn er volop in en om Valkenburg. Al fietsend komen we er voorbij, wij doen Valkenburg namelijk in vogelvlucht, en gaan verder naar Maastricht.

Maastricht

Mijn man heeft, na Aken en Monschau, genoeg van rondslenteren in steden. Het fietsen er naar toe vindt hij leuk, maar winkel in, winkel uit, kerk in, kerk uit, is niet zijn favoriete hobby. Maar goed, we willen ergens lunchen en dat doen we midden in het centrum van Maastricht,  vlakbij het Vrijthof. Gelukkig wil hij dit beroemde plein met de grote St. Servaasbasiliek en de St. Janskerk wel even bekijken, net als de Markt met het stadhuis en de Sint Servaasbrug.

Die brug fietsen we over en nemen een mooie route langs de Maas op de weg terug. Van veraf zien we de dertig meter hoge toren van de begraafplaats van Margraten, de enige Amerikaanse begraafplaats in Nederland.

Margraten

In totaal liggen 8291 Amerikaanse soldaten hier onder kruizen en Davidssterren begraven. Nog eens 1.722 namen staan vermeld op de Muren der Vermisten. Omdat het al einde van de middag is, besluiten we dat we de volgende dag deze plek gaan bezoeken. 16 kilometer vanaf Vaals, dus prima te doen op de fiets.

We hebben ons echt wel voorbereid dat het indrukwekkend zou zijn, maar toch zijn we sprakeloos: Rijen, eindeloze rijen van witte marmeren kruizen en Davidssterren. We wandelen een tijdje kriskras over de begraafplaats en gaan daarna enigszins stilletjes terug naar ons huisje op het vakantiepark in Vaals.

Het park heeft een zwembad, en wij hebben nog een paar uurtjes over. Genoeg tijd om te ontspannen na alle geestelijke en lichamelijke inspanningen van de afgelopen week!

Tips

  • Geniet van een dagje Thermae 2000 in Valkenburg. Dit kuuroord is een luxe spa- en wellnesscentrum met binnen- en buitenzwembaden
  • Ga wandelen. In de hele omgeving zijn verschillende natuurparken met vele prachtige wandelroutes.

Conclusie

Zuid-Limburg is een perfecte locatie als uitvalbasis voor allerlei uitstapjes naar Duitsland, Luxemburg en België, zeker tijdens de coronaperiode met de daarbij behorende, steeds wisselende reisadviezen.

 

Geschreven door: Marianne van Hal

Op vakantie naar Corfu in Corona tijd

Afgelopen weken belden we vanuit ons reisbureau onze teruggekomen klanten na en zonder uitzondering kregen we zulke positieve verhalen te horen, dat het bij mij ook weer gaat kriebelen. Op mijn vraag “voelde je je in het buitenland veiliger dan in Nederland” werd steevast “ja” geantwoord. Tussen de vele last minutes vind ik al snel een vakantie die helemaal bij onze wensen aansluit.

Een kleinschalig appartementencomplexje met een heerlijk zwembad in het noorden van Corfu.

Voorbereiden in Corona tijd

De voorbereidingen zijn op het moment wat uitgebreider dan voor corona tijd, maar geven wel een veilig gevoel.

Allereerst 72 uur voor vertrek een corona test. Bij ons reisbureau weten we precies welke touroperators deze test gratis aanbieden, wat al gauw €90,= per persoon scheelt. Na het digitaal aanvragen van de QR code, de code die toegang geeft tot Griekenland en het invullen van de formulieren van de RIVM (nodig in de periode dat ik er naar toe ging) zijn we klaar om te gaan.

 

We vertrekken om 6.00 uur en het is nog erg rustig op Schiphol. In het vliegtuig voelen we ons erg veilig, wetende dat iedereen aan boord de afgelopen 72 uur negatief getest is. Mondkapje op, de goede HEPA-filters,  alles draagt bij aan veilig en relaxed vliegen.

Aankomst

Na 2 uur en 25 minuten vliegen landen we op Corfu. De bagage staat al op de band en om 10.15 uur Griekse tijd zitten we al in onze transferbus. Het is een uur rijden naar onze accommodatie in Acharavi. Het is maar 39 kilometer, maar slingerend door de bergen schiet het niet echt op. Wel een prachtige route door een heel groen, heuvelachtig landschap vol cipressen en olijfbomen.

Eigenaar Niko staat ons al op te wachten als we met de bus aankomen. Na een warm welkom laat hij ons trots het zwembad en ons 3-kamerappartement zien. Al voor het middaguur hebben we onze koffers uitgepakt en liggen we aan het zwembad.

‘s Avonds genieten van de rust in ons aan het zwembad gelegen bar-restaurant terwijl de eigenaresse de lekkerste huisgemaakte gerechten voor ons klaarmaakt, stifado, pastitsáda, lamskoteletjes en heerlijke voorgerechtjes.

 

Acharavi

De volgende ochtend maken we een wandeling over het strand naar het centrum van Acharavi en de supermarkt om de rest van de middag te luieren bij het mooie zwembad, omgeven door de prachtige tuin met bloeiende oleanders.

Het strand van Acharavi is langgerekt, afwisselend met kiezels en zand, het zeewater loopt geleidelijk af. Als je op het strand ligt zie je  de hoge bergen van Albanië op de achtergrond en ’s avonds de lichtjes van bergdorpjes en vuurtorens.

Acharavi bestaat uit een lange straat met aan weerszijden restaurantjes en winkeltjes. Je vindt er alles wat je nodig hebt tijdens een vakantie, maar het is geen authentiek Grieks dorpje met vele kriskras straatjes zoals we bijvoorbeeld zien in Molyvos op Lesbos of Rethymnon op Kreta.

We huren 2 dagen een auto en gaan de eerste dag langs de kust richting het zuiden. Het noorden van Corfu wordt bepaald door het bergmassief van Mount Pantokrator, met aan de oostzijde een mooie kronkelende kustweg met pittoreske baaitjes met enkele taverna’s aan de azuurblauwe en kristalheldere Ionische zee.

Kassiopi

We rijden eerst naar Kassiopi, een van origine vissersdorpje, maar uitgegroeid tot een populaire vakantiebestemming op Corfu.

Het ligt op een schiereiland en heeft twee baaitjes met Griekse tavernes en hun terrasjes. In het haventje liggen behalve de excursieboten, vele vissersbootjes met hun netten op de kade.

Boven het haventje steken de resten van een oude Venetiaanse burcht boven de rotsen uit en vanuit de haven kun je Albanië zien liggen.

De ruïne van het Venetiaanse kasteel is gratis te bezoeken. Het is een klim tussen de huizen door via stenen trappetjes naar boven, maar als je eenmaal daar bent is het uitzicht prachtig.

Het centrum van Kassiopi ligt langs de weg van de haven naar de hoofdweg. Er zijn hier vele (souvenirs)winkeltjes, maar ook restaurants en bars zijn er genoeg.

Barmpati

We rijden door langs de kust naar het zuiden en stoppen in Barmpati waar we een heel mooi baaitje met strandje zien. We genieten van de natuur en het verfrissende, heldere water.

Via het binnenland rijden we weer terug naar ons hotel waar we nog even in ons zwembad duiken.

Naar Paleokastritsa

De volgende dag maken we een toertje richting Paleokastritsa, één van de oudste badplaatsen van het eiland Corfu. De rit ernaartoe is prachtig door de wondermooie, groene natuur. Zeer bosrijk met miljoenen olijfbomen, kleurige oleanders en met daartussen hoog erboven uittorende cypressen, een enorm gevarieerd landschap.

In het binnenland tientallen traditionele dorpjes met pastel gekleurde huisjes, kerkjes en hele smalle straatjes, waar we geen tegenligger tegen moeten komen, want dan moet een van de twee achteruit terug. Na 50 minuten rijden komen we aan in Paleokastritsa, wat bestaat uit 3 grotere baaien, gescheiden door twee schiereilanden.

Prachtig uitzicht

Je hebt er een prachtig uitzicht over de zee, de rotsen, de baaien, strandjes, het haventje in combinatie met het groen van onder andere de olijfbomen en cipressen, de blauwe lucht en het azuurblauwe water. Echt waanzinnig mooi!

Byzantijns klooster

Op het schiereiland ligt bovenop een berg een Byzantijns klooster. Het is gewijd aan de Moeder Gods ‘Theotokos’. Het werd in 1228 gesticht, echter de huidige gebouwen zijn van de 17e en 18e eeuw. Het klooster is namelijk totaal vernietigd door de oorlog met de Turken in de 16e eeuw en daarna weer opgebouwd.

In het klooster bevinden zich een kerkje, verschillende iconen en een mooi beschilderd plafond.

Er is een klein museum, daar worden schelpen, beenderen, iconen, oude boeken en een oude olijfpers tentoongesteld.

Het klooster is vandaag de dag niet meer in gebruik, maar er wonen nog wel monniken, die tevens de beheerders zijn. Vanuit de tuin kijk je op de groen bedekte rotspartijen en de baaien met prachtige kleuren zeewater.

Na ons bezoek aan het klooster rijden we door naar de haven van Paleokastritsa.

Met mountainbikes op pad

De volgende dag luieren we aan het zwembad en besluiten we mountainbikes te huren. Na een speurtocht wie de beste fietsen heeft, slagen we bij s-bikes in de hoofdstraat van Acharavi. Mijn man en jongste dochter, ervaren fietsers, zoeken het binnenland op.

Vanuit Acharavi is het meteen steil klimmen de bergen in. Gelukkig worden ze daarna beloond met een prachtige afdaling door de bossen met olijfbomen. Ze genieten zo dat ze de volgende morgen een soortgelijk toertje maken.

Mijn andere dochter  en ik doen het wat rustiger aan. We rijden deels langs het strand naar onder andere Roda.

Ook daar is het stijgen en dalen, maar niet te vergelijken met de bergen in het binnenland. Na deze inspanning kunnen we wel een frisse duik in het heerlijke zwembad gebruiken.

De overige dagen genieten we van de rust bij ons zwembad, maken een wandeling langs het strand of duiken we in de heldere zee.

Op de achtste dag stappen we weer, met mondkapje op in achtereenvolgens de transferbus en het vliegtuig en kunnen we terugkijken op een heerlijke en relaxte vakantie. Voor aanvang hebben we even getwijfeld door alle corona perikelen, maar we zijn heel blij dat we zijn gegaan!

Klimaat

Corfu heeft door de noordelijke ligging een iets koeler mediterraan klimaat dan de meeste andere eilanden van Griekenland. Toch zijn de zomers hier warm, met uitschieters boven de 30 graden. In de winter vriest het hier vrijwel nooit en ligt de temperatuur gemiddeld rond de 13 graden. Door de regenachtige winter is het een heel groen eiland.

Tot slot

  • Je kunt duidelijk merken dat de Grieken enorm blij zijn met toeristen, want ze doen alles om ons de perfecte vakantie te bezorgen.
  • Voor de mensen die werken in hotels en restaurants is het verplicht om een mondkapje te dragen. In ons hotel gebruiken ze plexiglas schermpjes, wat veel vriendelijker oogt.

  • In de supermarkt en overige winkels is het voor iedereen verplicht om mondkapjes te dragen. Het is wel even wennen, maar we zijn er alle vier over uit dat het heel veilig voelt.

 

Geschreven door: Patricia Straatman

 

Regio Achensee in Oostenrijk, the place to be!

Van kinds af gaan ging ik met mijn ouders al met de caravan kamperen in Oostenrijk. Vanwege de zon en de schone berglucht, volgens mijn vader. Zes weken op de camping aan een heerlijk meer, de hele schoolvakantie lang. Later gingen we ook in de winter, want we wilden graag leren skiën en snowboarden.

We zijn uiteindelijk blijven plakken in Maurach am Achensee, waar we nog steeds een paar keer per jaar met onze familie vakantie vieren. De Achensee ligt op 900 kilometer van Utrecht, gemiddeld zo’n 10 uur rijden met de auto. Een ideale bestemming en een goed alternatief wanneer een vliegvakantie, zoals in de coronatijd, niet of nauwelijks mogelijk is.

Trouwens, heel Oostenrijk is altijd al een buitengewoon fijn vakantieland. Prachtige natuur met hoge bergen en diepe meren, heel geschikt voor zomer- én wintervakantie.

Achensee

Zoals de naam al aangeeft, is de regio genoemd naar een prachtig blauw bergmeer, de Achensee (een Duitse ‘See’ is bij ons een meer en andersom is een zee in het Duits een ‘Meer’). Het meer ligt in een vallei op 900 meter boven zeeniveau aan de Noordelijke kant van de Alpen (deze bergketen loopt dwars door het midden van Oostenrijk) en is het grootste en diepste meer van de provincie Tirol.  Rondom het meer zijn drie kleine bergdorpjes: Achenkirch, Pertisau en Maurach. Nou ja, eigenlijk vier, maar Steinberg is wel héél klein en ligt wat afgelegen.

Gesmolten sneeuw, hoog uit de bergen, stroomt via kronkelende beekjes en watervallen naar beneden het meer in.  Het water is kraakhelder, maar ook ijskoud, zeker in het begin van de zomer. Ondanks de lage temperatuur is het toch heerlijk om op warme dagen bij één van de verschillende strandjes rondom het meer te gaan zwemmen. Oostenrijk heeft trouwens ook genoeg meren die qua temperatuur warmer zijn. Van sommige kan de watertemperatuur in de zomer wel boven de 25 graden zijn.

Actief in de bergen

Tijdens het zomerseizoen wordt er in veel regio’s in Oostenrijk van alles georganiseerd door plaatselijke toeristenbureaus. Zo ook door het  ‘Achensee tourismusverband’. Dit VVV heeft speciale programma’s voor kleine kinderen, jeugd, volwassenen en families. Er is zóveel te doen: bijvoorbeeld zeilen, (kite)surfen, duiken, canyoning, tubing of wildwater zwemmen. Je kunt klettern (bergbeklimmen of afdalen), paragliden, golfen of paardrijden.

Hardloop- en Nordic Walkingroutes zijn volop beschikbaar en de georganiseerde wandeltochten, soms met overnachting in een berghut, zijn erg populair. Bijvoorbeeld met als thema wildspotten of bijzondere bloemen en planten bekijken. Er zijn gratis wandelkaarten voor individuele wandelaars verkrijgbaar en het is leuk om met een speciale stempelkaart alle stempels te verzamelen die je bij het kruis van de omliggende bergtoppen in het Karwendelgebergte kan halen.

TIP voor wandelaars van de Oostenrijkers zelf: zorg dat je rond 16.00 uur de bergen uit bent want het weer kan heel plotseling omslaan en het is donker voordat je ’t weet. Onderschat de bergen niet! In de loop der jaren heb ik al heel wat waargebeurde horror verhalen gehoord.

Verder is mountainbiken, maar ook racefietsen een geliefde sport in Oostenrijk. Een goede conditie is noodzaak, want hoewel afdalen vanzelf gaat, moet je natuurlijk ook omhoog klimmen.  Óf, voor de minder geoefende fietser, is een E-bike een goed alternatief. Let wel: er zijn fietspaden, maar meestal niet in de bergdorpjes en al helemaal niet op de slingerende wegen met haarspeldbochten. Kan best gevaarlijk zijn hoor, dat fietsen op de openbare weg!

Niks doen

Maar lang niet iedereen wil in zijn vakantie heel actief zijn. En daar gaat het vaak mis bij de keuze van een geschikt vakantieland. Men denkt bij Oostenrijk gelijk aan bergen en dus wandelen of anderszins actief zijn,  maar de meeste vergeten dat je ook gewoon niks kunt doen. Op de verschillende strandjes rondom de Achensee kan je lekker luieren en zonnen, een beetje pootjebaden of dobberen op het meer en genieten van de natuur. Je kunt een bootje  huren en gaan varen, of vissen,  maar je kunt ook een tocht over het meer maken met één van de verschillende rondvaartboten.

Ik ken mensen die al moe worden als ze alleen al kijken naar de top van een berg, maar toch graag wat dichterbij diezelfde top zouden willen zijn. Die mensen neem ik mee omhoog in de gondellift en bovengekomen nemen we een hapje en drankje bij één van de ‘almhütten’. Niks niet vermoeiend, lekker op een terrasje van het zonnetje en het prachtige uitzicht genieten. En gewoon met de gondel weer naar beneden!

Toeristen krijgen sowieso met de gratis ‘Achenseecard’ verschillende kortingen en kunnen gratis met de regiobus reizen, maar met de ‘Erlebniscard’, te koop bij het VVV,  kun je onbeperkt reizen met de bergliften en rondvaartboten op en om de Achensee. Ook zijn verschillende musea en bezienswaardigheden gratis toegankelijk. De meeste Oostenrijkse vakantieregio’s hebben een soortgelijke kaart.

Overnachten

Voor het echte vakantiegevoel wil je natuurlijk ook lekker kunnen eten en slapen. Rondom de Achensee zijn verschillende soorten accommodaties: Hele eenvoudige berghutten, kleine pensions met ontbijt (ongeveer gelijk aan een Bed&Breakfast), vakantiehuizen en een paar grote All Inclusive hotels.

Maar de meest gebruikte accommodaties zijn de hotels op basis van half pension. Meestal vrij luxe hotels met eigen zwembad, wellness of spa. En niet onbelangrijk, een goede, uitgebreide Oostenrijkse keuken.

Restaurants

Zoals hierboven omschreven bieden de meeste hotels een ontbijt en diner aan, maar toch zijn er in de dorpen rondom de Achensee voldoende restaurants te vinden. De Wienerschnitzel kent iedereen wel en staat bijna overal op de kaart, maar probeer ook eens de Kaiserschmarren  (heerlijke eierpannenkoeken met vruchtenmoes), of Tiroler Gröstl
(pannetje met aardappels, spekjes en ei).

Lekker als lunch of tussendoortje is de Germknödel, heerlijk zoet deeg, warm geserveerd met vanillesaus en maanzaad. Gewoon een keer proberen!

Uitstapjes

Behalve sportievelingen, luilakken, bourgondiërs en natuurliefhebbers zijn er ook mensen die tijdens hun vakantie cultuur willen snuiven, of willen winkelen. Het spreekt voor zich dat de kleine bergdorpjes rondom de Achensee geen enorme winkelparadijzen zijn. Behalve supermarkten en sportwinkels zijn er een paar kledingzaken en wat souvenirs winkeltjes.
Voor het echte werk kan je naar Schwaz gaan (ca. 15 rijminuten), maar Innsbruck, de hoofdstad van Tirol,  is een betere keus. Half uurtje met de auto maar beide steden ook mogelijk binnen een uur met bus en trein.

Cultuur

Behalve om te winkelen is Innsbruck een mooie, gezellige stad om te bezoeken. In de binnenstad, ‘de historische Altstadt’, kan je diverse kerken, musea en het beroemde huis met het gouden dak bewonderen.
Wat je zeker niet mag missen is de dierentuin. Deze Alpenzoo is  hoger gelegen, iets buiten het centrum, tegen de bergen aan. Met de auto goed bereikbaar, maar leuker is het om met de tandradbaan vanuit het centrum te reizen. Juist de ligging maakt deze dierentuin zo bijzonder, maar ook het aanbod:  voornamelijk dieren die in het Alpengebied voorkomen. Echt de moeite waard.

Minder mooi weer

De zomers in Oostenrijk zijn met een gemiddelde temperatuur van 24 graden warmer dan bij ons. Maar het weer is wel onvoorspelbaar en grimmig. Een weersomslag kan heel plotseling zijn, maar door de bergen, ook heel plaatselijk. Regen gaat in de berggebieden vaak gepaard met stevige buien, onweer en bliksem. Het kan dan echt flink spoken! Kortom, rondom de Achensee is het ook wel eens wat minder mooi weer en wat dan te doen?

Nou, genoeg hoor! Op een prachtige locatie aan het meer bevindt zich het Atoll, een subtropisch zwembad met sauna’s, wellness, fitness, sporthallen met o.a. een klimwand en restaurants.

De verschillende kleine, lokale musea in Maurach, Pertisau en Achenkirch zijn leuk om te bezoeken op een regenachtige dag. Maar ook de wat verder gelegen attracties (op max. 30 rijminuten) zijn de moeite waard. Bijvoorbeeld de ‘Swarovski Kristallwelten’ in Wattens,  Schloss Tratzberg in Jenbach of een bezoek aan de zilvermijn in Schwaz.

Beste reistijd

Het vroege voorjaar, en dan bedoel ik de maanden april en mei, zijn niet de beste tijd om naar Oostenrijk te gaan. Het winterseizoen is net ten einde en de Oostenrijkers sluiten massaal de deuren van hun hotels, pensions en appartementen.

De natuur komt net onder de sneeuw vandaan en moet nog op gang komen en wandelen is op veel plekken onmogelijk. Daar waar de sneeuw nog niet weg is zijn wandelpaden afgesloten en ook de bergliften hangen anderhalf tot twee maanden stil en musea zijn gesloten. Samengevat: niks te beleven!
Vanaf eind mei begint het zomerseizoen pas écht en gaat door tot eind oktober. Na de herfstvakantie sluit alles weer, totdat half december het wintersportseizoen begint.

Tot slot

Tijdens het seizoen is het gebied rondom de Achensee een op en top vakantiebestemming.
Voor heel veel mensen geschikt: Jong en oud, avonturiers, sportievelingen, levensgenieters en bourgondiërs, luilakken, gezinnen met kinderen,  cultuur- en natuurliefhebbers.

TIPS

  • Abenteuerpark Achensee, een openlucht klimpark met verschillende parcoursen. Uitdagend voor iedereen door de opbouwende moeilijkheidsgraad.
  • Wandelen door de Wolfsklamm in Stans. Spannende tocht door een kloof met een wildstromende beek.
  • Dagtripje naar Salzburg, de stad van Mozart. Of München, super om te winkelen, leuk voor autoliefhebbers (BMW Museum) en/of voetbalfanaten (Allianz Arena).

 

Geschreven door: Marianne van Hal