Bilbao, op en top hip en hot! Van een somber industriestadje naar een hippe, moderne toeristenstad

Ik lees graag boeken en soms geeft de plaats waarin het verhaal zich afspeelt mij inspiratie.
Zo ook Bilbao. Ik zou er zelf niet zo gauw opkomen, maar door het boek “Oorsprong” van thrillerschrijver Dan Brown, kreeg ik enorme drang om het Guggenheim museum aldaar te gaan zien. Wat een boek al met je kan doen …

Vanwege de toenemende populariteit van deze Noord-Spaanse stad zijn er gedurende de hele dag vele mogelijkheden om vanaf Nederland naar Bilbao te vliegen. Wij vertrekken in de ochtend vanaf Amsterdam en in iets minder dan 2uur vliegen komen we ver voor het middaguur aan in het prachtige Baskenland.

Aankomst

Het vliegveld is klein, maar modern en al gauw vinden we de route naar het autoverhuurbedrijf, want we hebben een grote auto gehuurd om ná twee dagen Bilbao nog een rondje Noord-West Spanje te gaan rijden.

De rit naar ons hotel duurt iets langer dan gepland, want de navigatie van onze huurauto begrijpt niet helemaal wat onze eindbestemming is. Officieel is Bilbao tweetalig, zowel Spaans als Baskisch. Van het Spaans kunnen we nog wel wat maken, maar het Baskisch is totaal onbegrijpelijk. Het invoeren van een plaats- en/of straatnaam in het navigatiesysteem is dus een heel gedoe.

Bijvoorbeeld San Sebastian is hetzelfde als Donostia, heel verwarrend allemaal. Maar goed, na wat omzwervingen en onnodige tolpoortjes te hebben gepasseerd, arriveren we netjes bij ons hotel.
We hebben gekozen voor een hotel in een buitenwijk, met parkeergarage, zodat we over een paar dagen makkelijk en snel de stad uit kunnen rijden.

Stierenvechters arena

Eén van de vele Spaanse tradities is het stierenvechten en wat blijkt? Ons hotel ligt naast de belangrijke stierenvechters arena van Spanje, Plaza del Toros.

Hier hebben de beroemdste stiervechters aller tijden opgetreden en wie iets wil leren van deze cultuur en geschiedenis kan het museum bezoeken. Aan ons is het absoluut niet besteed dus we gaan op pad om wat leukers te bekijken …

‘Hop on hop off’ bus

De binnenstad van Bilbao is niet groot, maar heeft best wel wat hoogte verschillen en van ons reisgezelschap is er ééntje die op krukken loopt vanwege een knieblessure en die zetten we in de “Hop on hop off” bus zodat hij ook wat van de stad meekrijgt.

Lekker een paar uur op het bovendek rondtoeren langs de belangrijkste bezienswaardigheden. Gelukkig kun je achterin onder een scherm zitten, want de thermometer tikt de 42 graden aan. Vreselijk warm, maar wel een lekker windje.

Guggenheim museum

Intussen gaan wij het Guggenheim museum van dichtbij bekijken, de buitenkant is al een bezienswaardigheid op zich. Je hoeft niet eens een entreekaartje te kopen om de belangrijkste kunstwerken te kunnen zien.

Het beroemde kunstwerk ‘Puppy’ van Jeff Koons staat op het plein voor het museum en kun je niet missen. Op de achtergrond staat de enorme glazen toren van het Spaanse energiebedrijf Iberdrola. Vervolgens lopen we om het museum heen en bewonderen de bijzondere architectuur van het gebouw.

Mooi of niet, het is zeker heel bijzonder, het lijkt een beetje op een groot schip.
Niet iedereen van ons wil daadwerkelijk het museum in, maar ik wel, ben tenslotte niet voor niets naar Bilbao gevlogen. De binnenkant blijk ook apart, vooral de hoogte is indrukwekkend. De vaste en tijdelijke collecties zijn verdeeld over drie verdiepingen in verschillende ruimtes die groot en overzichtelijk zijn.

De hele tentoonstelling heb ik binnen twee uurtjes doorlopen en ondanks dat ik de buitenkant indrukwekkender vind, ben ik toch blij dat ik ook binnen ben geweest.

San Mamés voetbalstadion

We stappen bij onze geblesseerde reisgenoot in de rode toeristenbus en al rijdend komen we langs het beroemde San Mamés voetbalstadion, de thuishaven van club Athletic Bilbao. Volgens velen één van de mooiste van Europa en in 2015 heeft het zelfs de architectuurprijs gewonnen voor het mooiste stadion van de wereld. Liefhebbers spreken dan ook over een “voetbalkathedraal”.

Op het tijdstip dat wij er zijn is er weinig te beleven, er zijn vandaag geen rondleidingen, behalve de buitenkant zien wij er dus niet veel van.

Azkuna Zentroa

We gaan verder met de bus en stappen uit bij het Azkuna Zentroa, een cultureel centrum waarvan de binnenkant het bezichtigen waard is. Sommige gedeeltes van het gebouw lijken te zweven en andere delen worden ondersteund door allemaal verschillend gedecoreerde pilaren.

Heel bijzonder, maar vooral grappig is de glazen bodem van het zwembad op de bovenste verdieping welke tevens het plafond van het gebouw is. Vanaf de begane grond kun je de mensen zien zwemmen als je omhoog kijkt. Ook leuk voor de zwemmers zelf, zij hebben door glazen wanden een prachtig uitzicht over de stad tijdens het zwemmen.

Pintxo bar

Inmiddels is het etenstijd geworden, tenminste, ónze etenstijd. Voor Spaanse begrippen nog veel te vroeg, maar wij hebben trek en dus gaan we op zoek naar een Pintxo bar.
Een Pintxo is de luxe variant van de Tapas en een typische specialiteit van Baskenland. Pintxo betekent prikken en vandaar dat de hapjes met een prikkertje aan elkaar zitten en meestal op een stukje stokbrood vastgezet worden.

We hoeven niet lang te zoeken, want op iedere hoek van de straat zijn de Pintxos te krijgen. De prijs varieert van € 1,00 tot € 1,50 per stuk. Eigenlijk is het de bedoeling dat je de Pintxos staand eet, de meeste bars hebben dan ook maar weinig zitplaatsen. Gelukkig is het prachtig weer en buiten op de terrassen is wel genoeg plaats.

Estacion Abando

De volgende ochtend schijnt de zon alweer volop en na een eenvoudig ontbijt gaan we de straat weer op want er is nog genoeg te beleven. En dat vinden wij niet alleen; het stikt van de pelgrims in de stad want Bilbao ligt aan de belangrijke pelgrimsroute Camino del Norte, op de weg naar Santiago de Compostella. Net als wij zijn deze bedevaartgangers ook op zoek naar de leukste plekken in de stad. Bijvoorbeeld het perron van het belangrijkste treinstation, Estacion Abando.

Hier zie je een prachtige glas in loodraam met een afbeelding van het dagelijkse leven in de stad. Heel mooi.

Zubizuri voetgangersbrug

Op weg naar de oude stad moeten we de rivier de Nervion oversteken die dwars door Bilbao stroomt en dat doen we via de Zubizuri voetgangersbrug. Deze brug staat symbool voor ‘het nieuwe Bilbao’ en is ontworpen door de welbekende architect Santiago Calatrava, die ook het vliegveld heeft ontworpen.

Casco Viejo

In het oudste deel van Bilbao, de Casco Viejo, is het super gezellig. Je merkt dat de bevolking hier op straat leeft. Het centrum is niet groot maar er zijn wel veel winkeltjes, restaurantjes en bars. Een wirwar van smalle straatjes met mooie oude geveltjes, het drukke Plaza Neuve met leuke balkonnetjes en de kathedraal van Santiago zijn allemaal leuk om te bekijken en langs te slenteren. En slenteren doen we, want het loopt alweer tegen de 40 graden!

Bilbao ligt vlakbij een winderige hoek van de Atlantische oceaan aan de golf van Biskaje. Baskenland heeft hetzelfde klimaat als Nederland, alleen valt er meer regen en er is meer wind. Dat zie je ook gelijk aan het achterland, alles is fris en groen. Hoewel de zomers droog en warm zijn is het er vaak erg wisselvallig, wij hebben dus geluk!

Mercado de la Ribera

Tijd voor de lunch. Lekker binnen vanwege de koelte in de moderne markthal Mercado de la Ribera, gelegen aan de rand van het oude centrum en bekend om de prachtig art-deco gevel met mooie glas-in-lood ramen.

We eten wederom heerlijke pintxos en om de dorst te lessen bestellen we er een grote kan sangria bij …

Met de metro naar Getxo

We verlaten de oude stad en gaan met de metro naar de voorstad Getxo. Het metronet is niet groot, maar wel heel modern en efficiënt. Een kaartje kopen kan in de automaat en in het Engels is duidelijk omschreven hoe dat moet. Dat valt ons eigenlijk erg mee, want tijdens de anderhalve dag dat we hier zijn hebben we ontdekt dat er bedroevend weinig mensen Engels spreken. Op straat niet, in de winkels niet, in de restaurants niet en zelfs in ons hotel niet. Maar met ons gebrekkige Spaans en handen en voeten komen we er ook wel … Als ze maar niet in het Baskisch beginnen!

Viczayabrug

Na een ritje van ongeveer 20 minuten stappen we uit bij de halte Portugalete, vlakbij de plek waar de rivier de Nervión uitmondt in de Atlantische oceaan. We zijn hier naartoe gereisd omdat over de rivier een bijzondere hangbrug te zien valt. Het is werelds oudste zweefbrug en ontworpen door een leerling van Gustave Eiffel, die van de Eiffeltoren in Parijs.

En inderdaad, bijzonder is het! We hebben nog nooit eerder zoiets gezien. Een gondel vervoert iedere 8 minuten voetgangers, fietsers, brommers en ongeveer 6 auto’s van de ene kant naar de andere kant van de rivier.
Voor € 0,40 per persoon maken wij de oversteek want zo komen we in de buurt van ons laatste doel: één van de stranden van Bilbao.

Playa Savaje

Playa Savaje is een breed zandstrand omgeven door hoge kliffen. Het is werkelijk heel prachtig en bovendien behoort dit strand tot één van de schoonste en veiligste stranden van Europa.

Vanwege de wind perfect geschikt om te surfen, windsurfen, vliegeren en paragliden. Er zijn strandwachters, douches, wc’s, kleedkamers, voldoende parkeergelegenheid en de metrohalte naar de stad ligt op 10 minuten loopafstand. We zijn blij dat we het gezien hebben, ons tripje met de metro naar het buitengebied is zeer geslaagd.

Tot slot

Wij vinden Bilbao een succes, het is absoluut een aanrader voor een ‘short break’. Gezellig, typisch Spaans en een leuke mengeling van oud en nieuw. Omdat het een relatief kleine stad is, hebben wij aan twee dagen genoeg gehad. Wij gebruiken deze stad als opstapje voor onze rondreis door het groene noorden van Spanje (zie reisverhaal: “Spanje en Portugal, het onbekende en ongekende groene noordwesten“)!

Tips

  • Lees ook Dan Brown’s “ Da Vinci Code”, “Inferno” en “Bernini Mysterie” voor meer reisinspiratie.
  • Hop on hop off bus. Hele route duurt ca. 1 uur en de kaart is 24 uur geldig. Onderweg kun je bij 11 haltes, vlakbij de belangrijkste bezienswaardigheden, in en uitstappen zo vaak als je wilt.
  • Combineer een citytrip Bilbao met een paar dagen strand. Ook kun je Bilbao prima combineren met de steden San Sebastián of Santander. Beide zeer de moeite waard.

 

Geschreven door: Marianne van Hal

Noord-Macedonië, de kerken, meren en nationale parken …

Omdat we voor het najaar plannen hebben voor een grote reis, zoeken we voor het voorjaar nog een wat voordeliger reisje. Het wordt Macedonië, sinds februari dit jaar overigens officieel Noord-Macedonië geheten. Onze vlucht vertrekt op zondag aan het einde van de middag en na 2 uur en 20 minuten landen we in Ohrid. Doordat het een kleine luchthaven is, gaat de afhandeling erg snel.

Met een kleine shuttlebus worden we naar onze accommodatie gebracht, die  (inclusief de transfer stops) op een klein uurtje rijden is gelegen. Ons hotel ligt in het dorpje Trpejca, een piepklein wat hoger gelegen vissersdorpje. Na een vriendelijke ontvangst zoeken we onze kamer op, pakken de koffer uit en het is alweer tijd om te gaan slapen.

Met de auto naar Ohrid

Ons hotel is inclusief ontbijt, dus daar starten we de volgende dag rustig mee. Vanuit Nederland hebben we al een huurauto geregeld en deze gaan we vanmorgen ophalen bij een hotel zo’n 15 kilometer verderop. De receptie regelt voor ons een taxi en een vriendelijk babbelende chauffeur brengt ons hier naar toe. Zodra we de auto hebben, zetten we koers naar Ohrid. Op maandag is daar namelijk een markt waar de boeren uit de bergdorpen hun verse producten verkopen.

Dit zijn met name groente, fruit en bloeiende planten. De aardbeien geuren zo heerlijk dat we die natuurlijk niet kunnen laten liggen. Verder slenteren we wat door de winkelstraten en langs het meer van Ohrid. Het meer van Ohrid is één van de oudste en diepste meren van Europa en heeft een oppervlakte van circa 350 vierkante kilometer.

Vanmorgen staan we met regen op, maar zo rond het middaguur komt de zon aardig door. Tijd voor een drankje op het terras met prachtig uitzicht op het meer.

Koeien door het dorp

Halverwege de middag rijden we door de kustplaatsjes Sv. Stefan, Lagadin en Pestani weer terug naar Trpejca. Voordat we het dorp in kunnen, moeten we eerst even voorrang geven aan een tiental koeien die rustig over de weg lopen.

Op ons inmiddels lekker zonnig balkon maken we plannen voor de rest van de week.

Dineren aan de oever van het meer

Aan het begin van de avond lopen we naar het ‘centrum’ van het dorp. Of beter gezegd: we dalen af. In het centrum is een soort dorpspleintje met een kleine supermarkt en aan de oever van het meer een vijftal restaurants met heerlijke terrassen.

Terwijl de kikkers op de achtergrond kwaken en de vissen boven het wateroppervlak uitspringen, genieten we van ons diner bij Uno. We eindigen de dag met de klim terug naar boven.

Naar Galicica National Park

De volgende ochtend kunnen we heerlijk buiten in het zonnetje ontbijten. Daarna maken we ons klaar om op pad te gaan. Eerst even langs de supermarkt om brood en beleg te halen voor de lunch, aangezien we rond lunchtijd niet bepaald in de buurt zullen zijn van een restaurant. Met de benodigde producten in de rugzak stappen we weer in de auto en zetten koers richting Galicica National Park. Op een gegeven moment komen we bij een soort wachthuisje waar je een bedrag betaalt als entree voor dit park. Een paar honderd meter verderop moeten we alweer stoppen.

Nu voor een hert dat op de weg staat, ons eerst gespotte wild! Voordat we onze camera kunnen pakken is hij helaas alweer de struiken in gevlucht.

Prachtig uitzicht op het meer van Ohrid

Na de nodige haarspeldbochten komen we bij een uitzichtpunt waar je schitterend uitzicht hebt op het hele meer van Ohrid.

Ruim een derde van het meer hoort overigens bij Albanië, waar we ook prachtig zicht op hebben.

Wandelen naar de top van de Magaro

Hup, de auto weer in naar onze volgende stop: het beginpunt van de hike/wandeling naar de top van de Magaro (2255 meter). De wandeling staat aangegeven als acht kilometer, waar een gemiddelde wandelaar 4 uur over doet. Het begint met een flinke klim door een stuk bos.

Aan het einde van dit bos doet zich een klein probleem voor: Er ligt nog sneeuw! De sneeuw is erg glad, dus we kiezen ervoor om iets om te lopen. Dit betekent door begroeiing en rotsen.

Op een gegeven moment komen we bij een punt waar we moeten kiezen of we de berg linksom of rechtsom gaan benaderen. Op advies van een gids die daar toevallig zit gaan we linksom. Ook nu weer veel sneeuw, die er normaal gesproken in deze tijd van het jaar niet meer hoort te liggen.

We wagen het om een klein stukje door de sneeuw te lopen, maar kiezen daarna toch weer voor het veilige omlopen. Bijkomend nadeel is dat je de markering van de wandeling slecht kunt zien. Op diverse punten twijfelen we welke kant we op moeten, maar gelukkig was daar dan telkens een aardige Zwitser met gps in de buurt om ons de juiste kant op te wijzen.

Fantastisch uitzicht

Eindelijk zijn we dan op de top, maar sjongejonge wat een zware wandeling.

Ons geklim en geklauter wordt wel beloond met een fantastisch uitzicht op zowel het meer van Ohrid als het meer van Prespa, wat qua grootte weinig onderdoet! Er staat een behoorlijk koude wind op de top.

Geen lekkere plek om te lunchen, dus we beginnen eerst maar met de afdaling. Het begin gaat lekker vlotjes en redelijk snel vinden we een rots om even op te zitten en te lunchen.

Niet te lang, want er komen wat donkere wolken aan. Wat dan volgt is een hele pittige afdaling waar we beiden een aantal keren wegglijden. Gelukkig niet ernstig, maar wel een schaafwond hier en daar. Negen kilometer en 5 uur later zijn we toch blij dat we weer bij de auto zijn.

Nog even naar het Prespameer

Eenmaal weer in de auto rijden we nog even door naar het Prespameer. Eerst naar het plaatsje Stenje, waar een tweetal beachclubs zouden moeten zitten. Helaas zijn ze beide gesloten. Omkeren dan maar. Ineens zien we iets over de weg lopen … een schildpad.

Na deze bijzondere ontmoeting rijden we door naar Otesevo, maar meer dan een verlaten camping en een vervallen hotel is dit ook niet. Geen terrasje aan het Prespameer voor ons dus. We kronkelen weer terug de bergen in en rijden dezelfde weg weer terug naar Trpejca. We eindigen waar we begonnen: bij de supermarkt voor een makkelijke maaltijd! In onze kleine kitchenette maken we een stevige soep en hebben als toetje heerlijke verse aardbeien met yoghurt.

Naar St. Naum

Na een paar dagen staat er een dagje zwembad in de planning. Als we echter naar buiten kijken zien we zware bewolking aankomen en switchen we van plan. We stappen in de auto en rijden naar St. Naum, vanaf ons hotel zo’n 10 minuten rijden. We parkeren de auto en lopen de poorten van het klooster in.

Wat meteen opvalt is dat het terrein keurig onderhouden is. Je loopt direct langs verschillende souvenir stalletjes, wat restaurants met heerlijke terrassen aan het meer van Ohrid, een hotel en helemaal aan het einde het klooster van St. Naum.

Het klooster

De kerk van het klooster werd gebouwd in 900 na Christus, de heilige Naum is er ook begraven. De legende gaat dat als men zijn oor op zijn graf legt, je zijn hart nog kan horen kloppen. Deze informatie lazen wij pas achteraf, dus we hebben het niet gecheckt.

De binnenkant van het kerkje is prachtig trouwens, geen enkel stukje wand of plafond is onbeschilderd gebleven. Om de kerk heen lopen overigens een boel luidruchtige pauwen waarvan er altijd wel een paar hun verentooi opzetten.

Bij het klooster liggen ook de bronnen van St. Naum waar je met een bootje op kunt varen (gedeeld en met een ‘kapitein’). Je kunt er ook voor kiezen om er omheen te lopen. Dit is een wandeling van circa 2 kilometer en voert door bosachtig gebied ook nog langs een drietal andere kerken.

Teruggekeerd op het terrein van het klooster is het alweer lunchtijd en kiezen we voor een terras aan de oever van het meer. Inmiddels is de zon gaan schijnen en is het dus heerlijk toeven. Tijd om weer verder te gaan. Omdat we nog maar 5 minuten van de grens met Albanië zitten, rijden we eerst nog even die kant uit. Onze huurauto mag niet de grens over, dat weten we hoor. Het is gewoon even voor het idee.

Naar Bay of Bones

We keren om en rijden in een kwartiertje naar Bay of Bones (ook wel Museum on Water of Gulf of Bones genoemd), gelegen tussen Trpejca en Pestani. Hier is in 2007-2008 een prehistorisch dorp op palen nagebouwd met een twintigtal hutten.

Deze zijn hier natuurlijk niet toevallig neergezet, maar wel omdat er tijdens bodemonderzoeken circa 6000 overblijfselen van palen gevonden zijn op de bodem van het meer. Daarbij zijn ook keramische vaten, wat brons en botten van dieren (gebruikt als gereedschappen) gevonden. Deze zijn terug te vinden in het kleine museum wat erbij gelegen is.

Het is leuk om te zien, maar eerlijk gezegd heb je na huisje één en twee de rest ook al gezien. Op hetzelfde terrein bevinden zich ook nog overblijfselen van een fort uit het Romeinse rijk, dus als je er dan toch bent …

Na een blik in het kraakheldere water van het meer, waar je overigens ook kunt duiken, keren we terug naar ons hotel. In de avond lopen we weer de berg af richting het meer en proberen vandaag een ander restaurantje uit aan het water, te weten Sirena.

Naar Struga

Donderdag is het weer net lekker genoeg om buiten te ontbijten. Daarna gaan we er weer met de auto op uit. Na in Ohrid getankt te hebben, rijden we in een klein half uurtje door naar de badplaats Struga. Wat een leuke plaats is dat zeg!

Het heeft een levendige winkelstraat die eindigt bij de rivier de Drim. Het meer mondt in Struga uit in de Drim. Langs de Drim is het ook lekker slenteren en er is genoeg gelegenheid om op een terras wat de eten en/of te drinken. Zelf gaan we op het zonnige terras van ‘Relax’ zitten, gelegen op het punt waar het meer de rivier instroomt.

Lopend richting de auto beseffen we dat we deze vakantie nog helemaal geen ijsje gegeten hebben. Dat kan natuurlijk niet, dus de volgende stop is er eentje voor een ijsje aan het meer.

Naar Kalista en Vevcani

We rijden door naar Kalista, bekend om het klooster met het grotkerkje.

Na een kort bezoek aan deze bijzondere kerk rijden we door naar een dorpje wat meer in het binnenland, Vevcani. Bekend hier zijn de bronnen van Vevcani. Een mooi park door en rondom bronnen en watervallen.

We hebben net entree betaald en de regen komt ineens met bakken uit de hemel. Gastvrij als de Noord-Macedoniërs zijn, komt er direct iemand met een paraplu naar ons toe gelopen. Deze mogen we gebruiken en aan het einde van de wandeling weer terug geven. Het is een prachtig stukje natuur.

De oude stad van Ohrid

Tijd om weer richting Ohrid te rijden. De oude stad staat nog op het programma. In een half uurtje zijn we er weer. We parkeren de auto buiten de oude stad, want in de oude stad mogen alleen bewoners en taxi’s rijden.

Het is een aardige klim omhoog en we lopen als eerste naar de kerk St. Pantelejmon, ook wel bekend als St. Kliment. Op hetzelfde terrein liggen ook archeologische overblijfselen, Plaosnik genaamd.

De volgende klim is naar het Czar Samuel Fort. Een deel van het fort is mooi opgeknapt en je hebt vanaf de dikke muren een prachtig uitzicht over Ohrid, het meer en de wijde omgeving.

We lopen weer naar beneden, bezoeken nog een paar kerken en strijken neer op het open balkon van restaurant Gladiator met uitzicht op het amfitheater, het meer en Ohrid.

Gladiator staat hoog aangeschreven en het eten is ook zeker lekker. Na het diner rijden we net voor het donker in een half uurtje weer naar Trpejca.

Toch geen ‘rustdag’

Na het ontbijt breekt de volgende dag de wolkenlucht open. Tijd voor het zwembad dus. Boekje erbij, drankje, niks meer aan doen! Net na het middaguur wordt het toch weer wat meer bewolkt, waardoor het bij het zwembad te fris wordt. We lunchen op ons balkon en pakken de auto om naar Ohrid te rijden. We parkeren aan het begin van de wandelboulevard.

Eerst een kleine klim over een brug omdat er een kleine jachthaven gelegen is. Vervolgens langs wat openbare fitness-apparaten, een gedenkteken voor de schrijver A. Den Doolaard en een stuk verderop nog wat andere beelden.

Gisteren hebben we twee belangrijke bezienswaardigheden nog niet gezien in de oude stad, dus daar gaan we vandaag heen.

De kerk Sveti Sophia

Als eerste de kerk Sveti Sophia. Een van de belangrijkste kerken van Ohrid. Binnen zien we weer de meest mooie fresco’s, prachtig!

Sveti Jovan Kaneo

Vervolgens klimmen we weer wat straten hoger en aan het einde dalen we weer af naar de kerk die werkelijke het mooiste gelegen is in Ohrid, Sveti Jovan Kaneo. Deze kerk is gewijd aan de apostel Johannes.

Doordat de kerk op een heuvel staat ver in het meer gelegen, is de kerk aan drie kanten omgeven door water. Een juweeltje om te zien.

Vanaf de overzijde van het meer zien we regen en onweer aankomen, dus we dalen weer af naar de boulevard. Gelukkig is er nog wel tijd voor een ijsje op een terras.

We komen net droog over naar de auto en onderweg naar Trpejca zien we dat het inderdaad flink geregend heeft.

Voor het diner dalen we weer af naar het dorp en kiezen deze keer voor Taverna Mrestilishte, een zeer goede keuze. Het eten is er zo smaakvol omdat er gegrild wordt op hout.

Naar Rostuse

Zoals we alle dagen doen, beginnen we ook deze dag weer relaxt. Vandaag hebben we een aantal plaatsen op het programma en we rijden via Debar naar het kleine plaatsje Rostuse.

Het is een lange rit van 2 uur door de bergen, uiteraard wel met mooie vergezichten op de brede rivier de Zwarte Drim die overgaat in het meer van Debar. In Rostuse is er een wandeling van circa 1100 meter door een canyon naar de Duf waterval.

Als het goed is stroomt deze waterval het hele jaar en het water klettert 23,5 meter naar beneden. Altijd indrukwekkend de kracht van zo’n waterval.

Het Bigorski klooster

Vervolgens rijden we circa 3,5 kilometer verder naar het Bigorski klooster, ook wel St. Jovan of St. John The Baptist. Hier krijgen we een zwarte lange rok omgewikkeld.

Of je nu een korte of lange broek aan hebt, het maakt geen verschil. Bij het klooster hoort natuurlijk ook weer een kerk, en wat voor één! Dit is verreweg de allermooiste die we deze vakantie hebben gezien. Wat een pracht en praal!

Elke local die binnenkomt slaat minstens drie kruisjes en gaat dan alle iconen af om weer te bidden en te doneren. Op het moment dat wij er zijn wordt er net door een orthodoxe priester gebeden voor een jongen in een rolstoel.

Naar Mavrovo

Na dit mooie bezoek eten we onderaan het klooster een late lunch. Het volgende punt in de planning is een wandeling in Mavrovo National Park, maar inmiddels is de tijd harder gegaan dan gedacht. We rijden nog wel naar de (wintersport)plaats Mavrovo toe.

Hier bevindt zich namelijk een oude, grotendeels vervallen, kerk die bij tijd en wijle in het water van het Mavrovomeer staat. Vandaag staat hij op het droge. Het is al laat, we hebben nog twee uur rijden voor de boeg, dus tijd om terug te gaan. Omdat de lunch laat is geweest, eten we vanavond iets kleins.

Laatste dag

De laatste vakantiedag is alweer aangebroken, vanavond vertrekken we weer richting Nederland. Ons laatste ontbijtje is net als de eerste van de vakantie: binnen. Helaas is het een behoorlijk regenachtige dag en ziet het er voorlopig niet naar uit dat het droog gaat worden. We stappen de auto in richting het vliegveld en maken een tussenstop bij de supermarkt. Het leuke van vakantie in een niet-Euroland is namelijk dat je je geld mag opmaken!

Op het vliegveld aangekomen is het heel simpel: auto voor de deur parkeren en de sleutel door het gat in het raam van de juiste verhuurder gooien. De incheck verloopt wat chaotisch en duurt betrekkelijk lang voor die ene vlucht die vertrekt. Na de controle is er een wachtruimte met 1 kleine winkel en een kiosk om wat drinken te kopen. Er is één gate, dus wel lekker overzichtelijk. Vanaf de gate lopen we in een paar stappen naar het vliegtuig. De vlucht verloopt weer soepel en na deze heerlijke week landen we na een kleine 2,5 uur weer veilig op Schiphol.

Tot slot

Noord-Macedonië is een bestemming in opkomst. Het toerisme staat nog aardig in de kinderschoenen, wat natuurlijk zijn charmes heeft.

Heel fijn is de zeer goede prijs-kwaliteitverhouding. Wij waren wat vroeg in het seizoen, waardoor het weer nog wat wisselvallig was. Maar elke dag (behalve de laatste dan) heeft het zonnetje zich wel laten zien!

 TIPS

  • Als je in een wat kleinere plaats verblijft, zorg dan dat je meteen op de luchthaven pint. Het pinapparaat bevindt zich in het vertrekgedeelte van de luchthaven. Als je bij aankomst naar buiten loopt, ga je de volgende deur weer naar binnen en daar zie je al snel het pinapparaat.
  • Neem als je gaat wandelen/hiken (opvouwbare) wandelstokken mee, het geeft je veel meer grip en houvast tijdens de wandeling.

 

Geschreven door: Nicole Bakker

Short trip Manchester, het walhalla voor voetballiefhebbers!

Mijn reisgezelschap bestaat deze keer uit mezelf en mijn man. En geloof me,  het valt niet mee om mijn man mee te krijgen op een stedentrip, dus er ging wat denkwerk aan vooraf om een leuke bestemming te kiezen.

Eén van de dingen die mijn man ‘leuk’ vindt, is voetbal en dus ga ik op zoek naar een stad met een voetbalstadion wat de moeite waard is om te bezoeken.

Engels voetbal schijnt interessant te zijn en al snel kwam ik uit bij Manchester United: de naam zegt het al, een voetbalclub uit Manchester, gelegen ergens in het midden van het Verenigd Koninkrijk met als thuisbasis het populaire Old Trafford stadion.

Na kort overleg is mijn man tevreden over deze keuze en vliegen we voor twee dagen de Noordzee over. Ondanks dat het geen hele grote, internationale stad is, zijn er vele rechtstreekse vluchten vanaf Amsterdam. Waarschijnlijk vanwege het zakelijke karakter van de stad.

Aankomst

Wij gaan niet zakelijk, maar lekker als toerist om er even een paar dagen tussenuit te zijn!
Bij aankomst maken we gelijk kennis met het Mancunian dialect, een grappig accent dat ons doet denken aan de vroegere tv soap ‘Coronation Street’.

Voor we het niet kent: deze langlopende serie ging over het alledaagse leven in een gewone straat in Manchester. Tot op de dag van vandaag is het mogelijk om een filmtour over de set te maken.

Moderne compacte stad

Het begint dus al goed met dat leuke taaltje en hele vriendelijke mensen. Het weer zit ook mee, het is licht bewolkt en de eerste indruk van de stad is, in tegenstelling tot wat we dachten, geen oude vieze industriestad, maar een moderne compacte stad met veel glas en hoge gebouwen, zoals de Beetham tower waarin het Hilton hotel gevestigd is.

Manchester Town Hall

Aangekomen in het centrum maken we gelijk een rondje langs de belangrijkste bezienswaardigheden; dan hebben we dat maar gehad!
Eén daarvan is het Albert Square, een groot mooi plein met diverse belangrijke gebouwen, waaronder de Manchester Town Hall. Aan de buitenkant is het een mooi historisch gebouw en binnenin is het ook zeker de moeite waard.

We mogen maar een klein gedeelte bezoeken, maar de vloeren en plafonds zijn prachtig. De entree is gratis, zoals de meeste musea in Manchester, en de afternoon tea die er geserveerd wordt schijnt heerlijk te zijn. Maar goed, wij zijn er voor het middaguur, dus veel te vroeg voor de thee!

The John Rylands Library

Een straat verder komen we bij The John Rylands Library, een onderdeel van de universiteit van Manchester. Deze relatief kleine bibliotheek heeft een enorme hoeveelheid zeldzame, oude boeken en manuscripten. Maar ook al heb je niets met boeken, het gebouw alleen al is meer dan de moeite waard en de toegang is gratis. Het is net een kathedraal, maar dan vol met boeken!

De entree is heel modern, maar wanneer we eenmaal in de ‘reading room’ van de oude bibliotheek zijn kijken we onze ogen uit. Ik had het al ergens gelezen, maar het voelt alsof je middenin in een Harry Potter film zit.

Castlefield

We lopen verder door de stad en komen bij Castlefield, een beschermd gebied in de stad waar we een 2000-jaar oud Romeins fort bezoeken. Eerst wandelen we door de Romeinse tuin en daarna lopen we langs de kanalen.

Vervolgens bekijken we spoorwegviaducten, ruines met opgegraven funderingen en bewonderen de stadswallen, alles prachtig gerestaureerd en wederom alles gratis. Het is een levendig gedeelte van de stad, veel van de oude, industriële gebouwen zijn inmiddels prachtig gerenoveerd en zijn nu appartementen, restaurants en bars.

St. Mary’s Cathedral

We brengen ook nog een kort bezoek aan de middeleeuwse kathedraal van Manchester, de St. Mary’s Cathedral oftewel de Christ Church.

Het is een redelijk kleine kathedraal, maar toch kan je er bijna niet omheen, zo centraal gelegen en vlak naast het grote reuzenrad. Entree van de kerk is gratis, maar om foto’s te maken moet je £ 1,= betalen.

Arndale shoppingcentre

Niet veel verder, ook midden in het centrum van de stad, komen we bij één van de grootste overdekte winkelcentra van Europa, het Arndale shoppingcentre.

Alle bekende grote winkelketens zijn hier te vinden. Manchester blijkt sowieso een geweldige winkelstad te zijn, er zijn vele andere grote en kleinere winkelcentra met gewone winkels maar ook speciaalzaken en originele, exclusieve boetiekjes. En erg gezellig, met veel straatmuzikanten.

Curry Mile

Na een lange dag zijn we op aanraden van een aardige Brit met de bus in een paar haltes naar de ‘Curry Mile’ gegaan.

In deze straat zijn het grootste aantal Aziatische restaurants van het Verenigd Koninkrijk en we vinden dan ook een restaurantje waar we heerlijk eten.

Een pint in de Tavern

Terug in het centrum nemen we nog een lekkere ‘pint’ in de Tavern op Piccadilly Street, vlak bij ons hotel. Deze (ongeveer) halve liters worden getapt met zo min mogelijk schuim en dus zoveel mogelijk ‘beer’.

Het is gezellig in de pub, iedereen is vriendelijk en uiteraard wordt er over voetbal gepraat. En wij, als Nederlanders, mogen meepraten want wij hebben tenslotte Ajax, Feyenoord en PSV … en dat is zelfs voor zo’n voetbalstad als Manchester niet niks!

Typisch Engels hotel

We overnachten in het typisch Engelse Britannia hotel, een prachtig Victoriaans gebouw met van binnen grote trappen en authentieke kroonluchters.

We hebben dit hotel gekozen vanwege de ligging, in het centrum en vlakbij het treinstation Manchester Piccadilly dat een directe treinverbinding van ca 15 minuten naar de luchthaven heeft.

Openbaar vervoer

Hoewel het centrum van Manchester niet groot is, je kunt alles prima belopen, is het prettig dat het openbaar vervoer goed geregeld is. Bussen en trams rijden af en aan en binnen het centrum zijn zelfs 3 busroutes gratis. Deze “Metroshuttle City Centre” bussen rijden in en om het stadscentrum langs alle bezienswaardigheden, belangrijke bushaltes, treinstations en parkeergarages.

Natuurlijk nemen wij ook de gratis bus! Het is een leuke manier om wat van de stad te zien en zeker aan het eind van de dag, wanneer je, zoals wij,  met de aankopen die we onderweg hebben gedaan, nog een stuk moet lopen, is het lekker makkelijk.

Voetbaldag

We slapen lekker, hoewel het ‘s nachts erg rumoerig is op straat. Maar ja, het is weekend en er zijn veel pubs in de omgeving. Wij zijn uitgeslapen en verheugen ons op een hele dag die gewijd is aan voetbal.

Old Trafford stadion

Na het ontbijt gaan we met de bus naar het Old Trafford stadion, dat trouwens volgens velen een voetbal témpel wordt genoemd.
We bezoeken eerst het Manchester United Museum om ons vervolgens aan te sluiten bij een rondtour door het stadion van een uur, die op verschillende tijdstippen per dag worden georganiseerd.

De tour is zeker de moeite waard, we komen in de kleedkamers (waar de gedragen shirts van de spelers hangen), we mogen op de tribunes zitten en met het stadiongejoel via luidsprekers mogen we door de spelerstunnel naar het veld lopen, maar tót het gras, niet óp het gras. We mogen wel even in de dug-out plaatsnemen.

Gedenktegel

Het hele gebeuren is leuk maar ook leerzaam. Er wordt op gepaste wijze stilgestaan bij de gedenktegel van de vliegramp in München in 1958 waarbij het halve elftal van Manchester United is omgekomen. De stadionklok staat al jaar en dag stil op 3.04 pm, de exacte tijd van het ongeval.

Megastore

Aan het eind van de tour worden we in de Megastore achtergelaten en zien we pas hoe erg het Engelse voetbal ‘leeft’.  Hele gezinnen, vader, moeder en kinderen, maar ook baby’s worden in voetbal outfits gehesen.

Portemonnees, tandenborstels, shampoo, glazen, servies en bestek, alles wordt in grote hoeveelheden gekocht en uiteraard niet voor niets. Het is allemaal best prijzig…!  Maar eerlijk toegeven, wij kopen ook een shirt voor onze zoon.

National Football Museum

Na de Old Trafford ervaring gaan we terug naar de stad want het National Football Museum is aan de beurt.

Het museum, naar eigen zeggen het grootste voetbalmuseum ter wereld, is verdeeld over 6 verdiepingen in het apart vormgegeven Urbis Building. Tot voor kort was het museum gratis, maar inmiddels is de entree £ 10,= pp.
Al met al zijn we een paar uur zoet, het museum staat bol van memorabele voetbalobjecten, (wel voornamelijk op Engels voetbal gericht) waaronder een oud gedragen voetbalshirt van Diego Maradona.

We eten een heerlijke hamburger  in Café football, maar wil je wat luxer uit eten … Sinds kort beschikt het museum ook over een sterren restaurant op de 6e etage.

Etihad Stadium

Onze voetbaldag zit er bijna op en hoewel ik het superleuk vind, heb ik voorlopig meer dan genoeg van, met en over voetbal gehoord en gezien. Maar ik zeg ‘bijna’, want we kunnen Manchester toch niet verlaten zonder heel even een blik te werpen op het ‘Etihad Stadium’.

Dit is de thuishaven van die ándere grote voetbalclub, namelijk Manchester City.
Ook hier worden rondleidingen aangeboden en volgens enthousiaste supporters die ons buiten aanspreken is het bij deze club veel leuker en persoonlijker dan bij die andere club. Dit stadion is ook veel mooier, en ze voetballen veel beter. Maar ja, het zijn dan ook supporters …

Tot slot

Nog een laatste avond, morgenochtend vertrekken we weer naar huis. Manchester is een complete verrassing geworden. Allereerst een  geweldige winkelstad en ten tweede hebben we genoten van het gemoedelijke sfeertje. De lokalen geven je al snel het ‘ons kent ons’ gevoel.

Na twee avonden in dezelfde pub te zijn geweest lijkt het al op een stamkroeg. Voor we op de kruk zitten, staat zonder vragen onze pint al klaar en vol overtuiging zegt de barkeeper “see you tomorrow” als we weggaan. En ja, voetbal is wel een dingetje, je hoeft er zelf niet van te houden, maar je moet het niet erg vinden dat zij dat wel doen, anders wordt het niks in deze stad.
Kortom, Manchester is een superleuke bestemming voor een short break.

TIPS

  • Het National Football Museum is ook een leuk museum voor kinderen, er is een speciale doe- Kids Zone en een ruimte met verschillende interactieve games.
  • Voor nog meer voetbalbeleving kun je Manchester combineren met een dagje Liverpool (50 kilometer, prima treinverbinding in 30 minuten).

 

Geschreven door: Marianne van Hal

 

De Costa del Sol, ook een heerlijke winterbestemming!

Ik denk niet direct aan de Costa del Sol voor mezelf als reisbestemming in december, maar dit jaar overwinteren mijn zusje en schoonzusje 3 maanden nabij Malaga en is het wel erg leuk om ze op te zoeken. Daarom boekte ik een vlucht voor mij en mijn dochter naar de Spaanse kust en konden we gaan genieten van een weekje zon, prachtige natuur en leuke steden. En wat een verrassing werd het, nooit gedacht dat een weekje naar Spanje in de winter zo heerlijk zou zijn!

Na een kleine 3 uur vliegen met de KLM in de comfort class komen we aan op Malaga airport, waar onze auto klaar staat. Al vooraf gereserveerd, via ons reisbureau, waardoor we al heel snel wegrijden vanaf de luchthaven.

Comares in het binnenland

De eerste bestemming is Comares, een schattig wit dorpje in de bergen, op circa 1 uur rijden vanaf Malaga. Mijn zusje verblijft er in een eeuwenoude Spaanse boerderij, geheel gemoderniseerd met behoud van de authentieke sfeer en gelegen op een prachtige plek met rondom het huis fantastisch uitzicht.

Daar in de bergen komen we bij van ons drukke leven in Nederland, we maken een mooie ‘voetstap-wandeling’ in Comares en volgen daar de ingemetselde voetstappen door het dorpje met zijn witte huizen en prachtige uitzichten.

De witte dorpen in Andalusië

Het zuiden van Spanje staat bekend om zijn witte dorpjes en Comares is daar één van. Deze dorpen behoren vaak tot de oudste stadjes van Andalusië en hebben veel Moorse invloeden.

De meeste liggen tegen een steile helling gebouwd of pál bovenop een berg. Vroeger boden ze bescherming tegen vijandelijke aanvallen. Veel dorpen hebben dan ook een versterkte muur en soms een kasteel of resten daarvan. De witte kleur van de huizen was vooral van praktische aard: de witte kalk weerkaatst de zon en door de dikke muren blijft het in de soms hete Andalusische zomers lekker koel. In de winter blijft de warmte juist goed binnen.

Andere bekende witte dorpjes, zeker waard om te bezoeken vanaf de Costa del Sol, zijn: Mijas, Ronda, Ojén, Competa en Frigiliana.

Marbella

Omdat Comares vrij afgelegen in het binnenland ligt vinden we het leuk om ook even aan de kust te verblijven en boeken we voor 2 nachten een appartement aan de kust in Marbella. Marbella staat bekend als mondaine badplaats, maar Marbella is veel meer dan glitter en glamour.

We ontdekken dat deze luxe eigenlijk hoort bij de jachthaven Puerto Banús waar de meest mooie jachten ter wereld aanmeren en de ware jetset de stad binnenkomt. Marbella zelf is een leuke stad met vele gezellige, kleine straatjes in het oude centrum.

Het heeft een mooie boulevard en meerdere zandstranden. We bekijken al winkelend het oude centrum, we wandelen over het Plaza de los Naranjos, het plein met de vele sinaasappelbomen; door het Parque de la Alameda met zijn met tegeltjes bedekte bankjes en we zien het werk van kunstenaar Salvador Dali op de Avenida del Mar.

’s Avonds dineren we buiten op het terras van een van de talloze restaurantjes.

Estepona

De volgende dag maken we een uitstapje naar Estepona, ook wel de ‘tuin van de Costa del Sol’ genoemd. Als je in het oude centrum rondloopt is het meteen duidelijk waarom: de muurtekeningen van bloemen, de met vrolijke bloempotten bedekte gevels en de botanische tuin werken allemaal mee aan het thema.

Op de terugweg lunchen we bij restaurant Camuri in Laguna Village, een prachtig restaurant dat schitterend gelegen is aan de zee. Mooi opgemaakte borden, heerlijke gerechten, mooi uitzicht en een lekker wijntje, wat willen we nog meer? Echt een aanrader!

Wandelen langs de boulevard

Op onze laatste dag in Marbella wandelen we over de boulevard, die 5 kilometer lang is, naar Puerto Banús, dus ongeveer een uur lopen.

Na een gezellige lunch op het strand lopen we weer terug en hebben we het gevoel dat we de lunch weer verbrand hebben.

Marbella is misschien wel de stad met het beste klimaat van Spanje. De berg ‘La Concha’ beschermt Marbella namelijk van de koude winterse wind uit het noorden, maar ook van de warme zomerwind. Hierdoor zijn de winters warmer dan in de rest van Spanje en de zomers minder heet.

’s Avonds rijden we weer naar Comares waar we de volgende dag luierend aan het zwembad doorbrengen. Heerlijk is het toch om in de winter te genieten van het zonnetje.

Malaga

Onze laatste dag in Spanje hebben we onze zinnen op Malaga gezet. Ik merk dat Malaga de laatste tijd erg populair voor alle leeftijden is geworden en wil heel graag met eigen ogen zien waarom. De volgende morgen rijden we in een uurtje naar de stad, waar we gemakkelijk kunnen parkeren in parkeergarage central bij het Plaza de Marina. Deze is gunstig gelegen tussen de haven en de grootste winkelstraat van Malaga, de Calle Larios.

Mercadero de Atarazanas

Na een lekkere kop cappuccino op een terrasje lopen we richting de Mercadero de Atarazanas. Wat een geweldige markt is dit, al die geuren en kleuren. Heel veel verse groenten, fruit, vlees en vis worden afgewisseld met delicatessen, kruiden en streekproducten.

Overal hangen grote hammen en we zien fruit dat we nooit eerder hebben gezien. Met ons handen en voeten Spaans kopen we allerlei lekkere kaasjes en tapas voor de borrel en slaan we souvenirs in voor de familie.

We besluiten de route te volgen van een stadswandeling en lopen zo langs allerlei mooie gebouwen, kerken en leuke winkeltjes.

Tapas bij de Plaza de la Merced

We lunchen op het terras van La Plaza op de Plaza de la Merced en krijgen een mooi plateau met tapas voorgeschoteld. Onder de sinaasappelboom in het zonnetje genieten we van de lekkere hapjes.

We lezen dat op dit plein de kleine Picasso zijn eerste levensjaren doorbracht. In een van de panden vlakbij het restaurant is hij geboren. Tegenwoordig is het een klein museum.

Leuk om te weten: elke laatste zondag van de maand is er een leuke markt op het plein met vooral ambachtelijke producten.

Teatro Romano

We lopen richting het Teatro Romano, een theater dat in de jaren 50 is ontdekt en zo veel mogelijk is opgegraven. Bijzonder dat de resten van zo’n groot theater midden in een stad liggen.

Daarna gaan we door naar de haven waar we over de moderne wandelboulevard lopen langs de winkeltjes en restaurants. We ploffen neer op een bankje en genieten in het zonnetje.

Stranden

Malaga heeft ruim 15 stranden waarvan het populairste strand ‘Playa La Malagueta’ is, dat op minder dan een kwartier lopen vanuit hartje Malaga ligt.

Erg leuk is het om langs de kust te lopen naar het vissersdorp ‘Pedregalejo’. Vanaf de haven een uurtje lopen en dat wordt beloond met allemaal knusse terrassen en restaurants.

Parque de Malaga

Door het stadspark, het Parque de Malaga, lopen we weer richting het centrum langs het openluchttheater. Het lijkt me leuk om eens een muziek optreden mee te maken in het park.

Wij hebben tijdens onze dag Malaga te weinig tijd om de stad uitgebreid te bezoeken, maar voor reizigers die meer tijd hebben is er nog van alles te zien. Het Picasso museum; het Alcazaba, een Moors fort met prachtig uitzicht over de haven, de kust en het achterland van Malaga; lekker shoppen in de Calle Marques de Larios, slenteren over de stranden en natuurlijk uitgebreid lunchen en tapas eten in de vele leuke restaurantjes.

Malaga is in december heel sfeervol. Door de duizenden lichtjes voel je overal in de stad de gezellige kerstsfeer. De terrassen hebben vaak terrasverwarming, waardoor je al gauw buiten kunt eten.

Parque Natural de los Montes de Malaga

Voor wie Malaga wil combineren met de prachtige natuur van de Costa del Sol is Parque Natural de los Montes de Malaga een enorme aanrader. Dit park ligt slechts 5 kilometer ten noorden van de stad en is het thuis van vele soorten zoogdieren, vogels en planten.

De hoogte van de bergen in dit gebied varieert tussen de 80 en 1000 meter boven de zeespiegel. Je kunt er wandelen of fietsen, je vindt er de rotsschilderingen van Casabermeja en ook kun je een bezoek brengen aan het Ecomuseo Lagar de Torrijos, waar je kennis maakt met oude ambachten uit de streek.

Tot slot

Na ons dagje Malaga komt er al weer een eind aan onze vakantie aan de Costa del Sol en vliegen we weer richting het 15 graden koelere Schiphol, vol mooie herinneringen aan een hele leuke week!

Weetjes

  • Malaga is heel goed te bereiken met het openbaar vervoer vanaf de luchthaven. Na het ophalen van je bagage kun je binnen een half uur in het centrum van Malaga staan. Het treinstation ligt tegenover de aankomsthal van het vliegveld. Elke 20 minuten vertrekt de trein (lijn C1) richting Malaga-Centro Alameda in het centrum van de stad, 12 minuten rijden. Een enkele reis kost ca € 1,80. Het kaartje kun je kopen in een van de automaten waar je kunt betalen met munten of biljetten, maar ook kunt pinnen.
  • Vanaf Malaga (station Maria Zambrano Malaga) gaan ook treinen langs bekende kustplaatsen als Torremolinos, Benalmadena en Fuengirola. Ook is het mogelijk de hogesnelheidstrein te nemen richting Cordoba, Sevilla of Madrid.
  • Houd rekening met de siësta in Spanje. Tussen 14.00 en 17.00 uur ligt het sociale leven stil. Winkels, banken en bedrijven zijn dan dicht. De Spanjaarden eten tussen 13.30 en 15.30 uur warm (vaak buitenshuis), daarna moeten ze ‘uitbuiken’. In de namiddag komt het leven weer op gang. De winkels zijn vaak vanaf 16.30 uur weer open tot 21.00 of 22.00 uur.
  • Aan de Costa del Sol wordt het veel later donker dan in Nederland waar het in december om 16.30 uur donker is. In Comares werd het pas donker om 18.30 uur, waardoor je 2 uur langer kunt genieten van de dag.

Toen wij er waren hadden we voornamelijk blauwe luchten en was het met gemiddeld 20 à 22 graden heerlijk weer! Met 320 zonnige dagen per jaar, doet de Costa del Sol zijn naam eer aan.

 

 

 

Helsinki, wat anders dan anders!

Geen bestemming waar je gelijk aan denkt bij een stedentrip, maar ach, waarom niet? Volgens een vriendin die daar een tijdje heeft gestudeerd is het wel degelijk de moeite waard. Dus vooruit dan maar …

Vanaf Schiphol vliegen we rechtstreeks in minder  dan twee en een half uur naar Vantaa airport. De vluchttijden zijn erg gunstig, meerdere op een dag,  waarvan één op de heenweg op wat wij een normale tijd in de ochtend vinden en drie dagen later een vlucht vroeg in de avond terug.

En ook het  weer zit mee, strak blauwe hemel, heerlijk zonnetje en 22 graden.
Vanaf de luchthaven brengt de Finnair City Bus ons in een half uurtje naar Rautatieasema, het centraal station, midden in de stad.

Centraal station

Ons hotel ligt op bovenstaand stationsplein, dus nadat we de bagage in de hotelkamer hebben achtergelaten gaan we meteen de eerste toeristische attractie bekijken: het centraal station!

In eerste instantie kunnen we het niet zo waarderen, de binnenkant is een gewoon kopstation met perrons en in de stationshal zijn wat winkeltjes en eettentjes. Maar we stellen onze mening al snel bij, want de buitenkant is prachtig. Helsinki staat bekend om de verschillende bouwstijlen en het station schijnt een Neormantische stijl te hebben.

Tuomiokirkko

Vervolgens gaan we op weg naar hét hoogtepunt van Helsinki en heel Finland, de Tuomiokirkko. Deze Lutherse domkerk staat op het beroemde Senaatplein en is aan de binnenkant nogal sober, maar de buitenkant en het plein met de trappen  zijn erg mooi. Omdat de kerk wat hoger ligt, hebben we een prachtig uitzicht over Helsinki en omgeving.

Het valt ons wel op dat het nogal stil op straat is: we zijn in de zomer op een prachtige zondag op het meest beroemde plein van de hoofdstad van Finland, waarop de grootste bezienswaardigheid van het land staat en er zitten maar een handjevol mensen op de trap voor de kerk. We zien aan de rand van het plein één touringcar staan en het gezelschap daarvan loopt onopvallend rond in de enorme kerk.

Regeringspaleis

Op het grote Senaatplein zien we aan de ene kant de bibliotheek en het hoofdgebouw van de universiteit en aan de andere kant het regeringspaleis, allemaal gebouwd in neoklassieke stijl.

De rust op straat komt waarschijnlijk voor een groot deel ook doordat de universiteit, die bekend staat als een goede keuze om rechten te studeren, wegens de zomervakantie gesloten is. Veel buitenlandse studenten zijn misschien naar hun thuisland, maar toch … voor een hoofdstad is het erg stil op straat!

Wandeling

Op goed geluk en zonder vast plan gaan we vanaf het Senaatplein aan de wandel.  De stad is gebouwd op een aantal onregelmatig gevormde (schier)eilanden met veel bruggen en meerdere havens.

Al snel lopen we door woonwijken met heel veel verschillende bouwstijlen, van supermoderne huizenblokken tot prachtige pakhuizen in Jugendstil. Het gehele straatbeeld is zeer afwisselend, niet rommelig maar vooral bijzonder. We zien veel kleine stadsparkjes met speelgelegenheden voor kinderen en alles ziet er schoon en goed onderhouden uit. Ook hier is het rustig op straat.
We lopen langs een haven waar grote ijsbrekers (schepen) liggen te wachten tot het weer winter wordt.

Uspenski kathedraal

Inmiddels is het einde van de middag en gaan we terug richting binnenstad. Maar eerst gaan we de Uspenski kathedraal bewonderen! Deze Russische orthodoxe kerk is ook weer een prachtig, vooral kleurrijk bouwwerk. Ook binnenin is het bijzonder mooi; grote zuilen en mooie fresco’s.

Voor vandaag hebben we genoeg gezien, we gaan terug naar ons hotel om nog even te genieten van de typische Finse sauna die op iedere gang van ons hotel aanwezig is. Heerlijk!

Stadspark

We slapen heerlijk en de nieuwe dag begint wederom met een prachtige blauwe lucht. Ons eerste doel is het stadspark waar het monument van de Finse componist Sibelius staat.

Als wij aankomen is er een groepje studenten muziek aan het maken en al gauw blijkt dit een ‘echte’ toeristische attractie. Bussen vol toeristen komen langs: bus uit, rondje monument, bus in en hup,  weer verder. Wij blijven ook niet heel lang want we staan te popelen om naar de volgende bezienswaardigheid te gaan!

Temppeliaukion kirkko

En dat is de Temppeliaukion kirkko, een kerk gebouwd in een rots en grotendeels onder de grond, midden in een woonwijk. Werkelijk heel apart.

We hebben op al onze reizen heel veel bijzondere gebouwen bezocht maar zoiets als dit hebben we  nog nooit gezien.  De kerk is aan de binnenkant sober maar het plafond van glas en koper is erg mooi. Volgens zeggen wordt deze kerk vanwege de geweldige akoestiek vaak voor concerten gebruik.

Het eiland Seurasaari

We zijn toe aan wat natuur en dus gaan we op zoek naar het eiland Seurasaari  want we willen het aldaar gelegen openluchtmuseum gaan bekijken. Het eiland is met een houten brug verbonden met het vaste land en het is er best druk.

Het is een populaire weekend bestemming voor de inwoners van Helsinki, zeker met dit mooie weer. Er zijn bossen, speelplaatsen, restaurants, picknickplaatsen en (naakt) stranden. In het openluchtmuseum staan, weliswaar herbouwde, traditionele houten Finse huizen uit het hele land. Er zijn jagershutten en boerderijen, maar ook landhuizen. Het oudste gebouw is een klein kerkje uit 1686.

Finse specialiteiten

Wij vinden het leuk en de vele brutale eekhoorns die er rondscharrelen blijkbaar ook. Het met aardappelen gevulde ‘Karjalan piirakka’ pasteitje van roggedeeg, wat een typisch Finse specialiteit is vinden ze ook heel lekker, ze eten het zelfs uit onze hand.

Net als de meeuwen … Gelukkig maar, want wij vinden het niet zo lekker! Een andere Finse specialiteit, de kaneelbroodjes die ‘Korvapuusti’ heten, vinden we wél heel lekker.

Terug naar het centrum

We zijn alweer een hele tijd op pad en hebben kilometers gelopen. We hebben geen zin meer om terug te lopen naar het centrum dus nemen we de bus. Pfff … even uitrusten, het is spitsuur en de bus doet er 30 minuten over om bij het ondergrondse busterminal in de binnenstad te komen. Dit is het grootste en meest moderne overdekte busstation van Europa.

Winkelen

Het is tevens de halte voor een bezoek aan het enorme winkelcentrum Kamppi. Zes verdiepingen met restaurants, bars, cafés, nachtclubs, winkels en supermarkten. De winkels zijn tot 21.00 uur open. We winkelen wat en we eten wat.

Buiten is het inmiddels een beetje gaan regenen, máár … in Finland hebben ze goed nagedacht. Vanwege de strenge winters zijn veel winkelcentra met elkaar verbonden door verwarmde ondergrondse tunnels, zo ook met metrostations en het Centraal Station.

De gemiddelde Helsinkiër hoeft de hele winter nauwelijks buiten te komen voor zijn dagelijkse boodschappen. Wij wandelen lekker droog van Kamppi via winkelcentrum Forum en het beroemde warenhuis Stockmann, terug naar ons hotel. Echt ideaal als het slecht weer is!

Rondje met de tram

De volgende dag besluiten we om zo min mogelijk te lopen, de kilometers van gisteren zijn een aardige aanslag op onze spieren geweest.

We nemen al vroeg de tram die een rondje langs niet te missen bezienswaardigheden rijdt: het Olympisch stadion, verschillende kerken, het Finse pretpark Tivoli, het operagebouw, het parlementsgebouw, de veerboot- en cruise terminals en de prachtige oude markthal ‘Wanha Kauppahalli’.

Suomenlinna

Met onze aangeschafte openbaarvervoerkaart kan je ook boottochten maken en dus besluiten we na het toeristische tramreisje van ruim twee uur om met de ferryboot naar het vestingeiland Suomenlinna over te varen.

De overtocht duurt een kwartiertje en het is heerlijk om even ‘uit te waaien’ want het is ook deze dag heerlijk weer. Het vestingeiland zelf is prachtig, maar wij komen niet verder dan een bezoek aan een kerkje en een kop koffie in het zonnetje. De voetpaden met keien lopen dermate slecht dat het maar een kort bezoekje wordt.

Voor de terugweg nemen we een wat langere ferry, die langs verschillende omliggende eilandjes vaart zodat we de stad ook rustig vanaf het water kunnen bewonderen. Bij terugkomst op het vasteland lopen we even over het centrale marktplein waar vandaag een leuke ambachtelijke markt is.

Esplanada

We gaan terug richting binnenstad en dwars door het stadspark Esplanada, alwaar het gezellig druk is met locals die van het zonnetje genieten.

We bewonderen het aan het  park gelegen legendarische hotel Kämp,  het eerste echte luxe hotel van Scandinavië uit 1887 en we lunchen  in het naastgelegen koffiehuis Fazer, bekend van de chocoladerepen van Karl Fazer en een must als je in Helsinki bent. Het is er superdruk en achteraf wel prijzig, maar ze hebben dan ook heerlijk gebak en zalige chocolademelk.

Niet alleen duur

Scandinavië heeft de reputatie duur te zijn, maar dat heb je toch echt zelf in de hand. Net als in alle steden kun je een duur restaurant vinden maar goedkoop eten kan ook gewoon bij een stalletje op straat of in een markthal.

Een drankje op een terras is ongeveer gelijk aan de prijzen in het centrum van Amsterdam, het is maar net wáár je gaat zitten, dus hoe populair de plek is. Wij vinden het leuk om juist op bekende/beroemde plekken iets te eten of drinken en ja, daar betaal je dan ook voor, net als overal in de wereld.

Allas Sea Pool

Onze tijd in Helsinki zit er alweer bijna op, maar we kunnen nog net naar de ‘Allas Sea Pool’. Deze grote zeesauna ligt in het centrum, vlakbij het marktplein en de ferryhaven.

We hebben het al eerder op de dag gezien, maar we moeten eerst terug naar het hotel om zwemspullen te halen. Hete sauna en afkoelen in het ijskoude water van de Baltische zee, echt heel Fins … Ook zijn er verschillende warmwater (zwem)baden, het is een belevenis! Wel toeristisch, maar superleuk. Het lijkt ons in de winter ook heel bijzonder.

Het Nationaal Theater

Uiteindelijk moeten we ons haasten om op tijd op de luchthaven te zijn. We blijven namelijk ook nog even staan om het Nationaal Theater te bekijken en dat kost ook weer tijd.

Tips

  • Beste reistijd zijn de maanden juni, juli en augustus vanwege de lange dagen en zomerse temperaturen.
  • Maak een dagtocht naar Tallinn of combineer de twee steden met elkaar. In 2 uur vaar je naar de hoofdstad van Estland.
  • Wie een beetje op de kleintjes wil letten kan het best koffie gaan drinken en/of lunchen in de restaurants van musea. De koffie is vers gezet, zelf inschenken en naar behoefte bijvullen. Blijkbaar is dit een Scandinavische gewoonte: in Denemarken, Zweden en Noorwegen hebben we dit ook al vaker meegemaakt.

Tot slot

We hebben Helsinki verrassend leuk en afwisselend gevonden en ondanks dat de stad vrij klein is en geen echte hoogtepunten heeft, hebben we toch veel moois gezien. Het weer zat natuurlijk ook enorm mee zodat we ook ’s avonds tot laat  lekker op een terrasje hebben kunnen zitten.

 

Geschreven door: Marianne van Hal

Porto, prachtige stad aan de Douro …

Elk jaar wordt het voor het jaarlijkse vriendinnenweekend moeilijker om een stad te vinden waar niemand nog is geweest. Dit jaar hebben we er voor gekozen om in oktober naar  Porto te gaan. Weer eens wat anders!

Om half 4 gaan we de lucht in en circa 2 uur later landen we al op Porto. We hebben alleen handbagage dus we gaan gelijk door naar de taxi die ons in korte tijd naar onze accommodatie brengt. Heerlijk om de hoek van de Douro!

Omdat het inmiddels al richting etenstijd gaat, gaan we gelijk op zoek naar een restaurant. Al gauw vinden we een leuk tentje. We eten hier een heerlijke Portugese maaltijd met allemaal kleine hapjes en nemen er een wijntje bij. Na een lange gezellige avond gaan we naar bed. Op naar een leuk weekend in het mooi Porto!

Mercado do Bolhao

De tweede dag is aangebroken. Na een lekker ontbijt in ons appartement gaan we eerst naar de markt Mercado do Bolhao om wat vers fruit in te slaan en even gezellig rond te struinen.

Door het grote hoogteverschil tussen 2 straten heeft de markt twee verdiepingen. Je kan er verse producten verkrijgen, fruit, worst, kaas enzovoort. Het aanbod is niet enorm, maar er is genoeg te krijgen.

Se do Porto

Daarna gaan we naar Se do Porto, de kathedraal van Porto. Hij is gelegen in de oude binnenstad en is één van de oudste monumenten van Porto.

Oorspronkelijk was het een vestingkerk. De bouw is gestart rond 1110 en was klaar in de 13e eeuw. Later is de begrafeniskapel voor João Gordo toegevoegd. In de tijd van de Barok zijn er ook nog veel elementen aan de binnen- en buitenkant veranderd. Zo is er door de jaren heen een mooie mix aan bouwstijlen ontstaan.

Torre dos Clerigos

We lunchen in het heerlijke zonnetje, waar we extra van genieten omdat het in Nederland best al fris is. Daarna gaan we naar de Torre dos Clerigos. Deze toren steekt hoog boven Porto uit en kan je vanaf veel plekken in de stad zien.

Torre dos Clérigos is een barokke meesterwerk uit de 18e eeuw. De toren, die is gebouwd van graniet en maar liefst 75 meter hoog is, zit vast aan een kerk en is er door een tussengebouw mee verbonden. Je kan deze toren beklimmen en dat gaan we doen … Het zijn maar liefst 240 traptreden, maar eenmaal boven genieten we van het adembenemende uitzicht. Het schijnt het hoogste punt van Noord-Portugal te zijn.

Dan is het al weer tijd om te gaan eten. We zoeken een gezellig restaurant uit en maken er weer een lange avond van. Na het diner genieten wij nog van een glaasje Port en wat bijpassende kaas in een gezellig barretje. Heerlijk!

Straatbeeld

De volgende en tevens laatste volledige dag staan we al vroeg op en lopen we door de kleine, schattige straatjes van Porto. Overal door Porto zien we de azulejos, de prachtige, vaak in blauw beschilderde,  keramieken tegels.

Het maakt het straatbeeld erg vrolijk. Ook is er veel street art te vinden. Dit is niet in graffiti stijl in de bekende bolle letters, maar echte kunstwerken van bekende kunstenaars.

Lello e Irmao

Al lopend komen we bij ons doel, de Lello e Irmao, een prachtige boekenwinkel van 125 jaar oud.  Er staat zelfs een rij! Jeetje, we wisten niet dat het zo populair was. De toegang is € 3,= per persoon. Binnen is het prachtig! Er zijn twee verdiepingen en we zien houten muren bewerkt met glas en oude boeken, de mooie gebrandschilderde ramen, de cirkelvormige trappen en het bewerkte plafond.

Wel is het erg druk en we besluiten op een gegeven moment maar weg te gaan.

Treinstation

Nu op naar het treinstation. Het station van Sao Bento, dat in het centrum van Porto ligt, schijnt meer dan 20.000 azulejos te hebben en één van de mooiste stations van de wereld te zijn. Nou, het komt zeker in de buurt!

Het station is gebouwd aan het eind van de 19e eeuw en is vernoemd naar het klooster São Bento de Avé-Maria dat hier eerder stond. In 1916 is de hal helemaal bedekt met azulejos van de schilder Jorge Colaco. Op de tegels worden oude ambachten en militaire gebeurtenissen uit de geschiedenis van Noord-Portugal afgebeeld. Een prachtig gezicht!

Boottochtje

Na een heerlijke lunch besluiten we Porto van een andere kant te bewonderen. We maken een boottocht over de Douro. Het is even zoeken naar de leukste boottocht, er zijn er namelijk meerdere. We besluiten er eentje van ongeveer 1 uur te doen. Het zonnetje schijnt heerlijk en we genieten van het water en de gebouwen langs de oever.

We hebben nu ook een goed zicht op de vele porthuizen en marktjes langs de kant. Na de boottocht besluiten we iets te doen wat je niet mag overslaan wanneer je Porto bezoekt.

Porthuis

We bezoeken een porthuis, waar we een rondleiding kunnen krijgen door de portkelders en daarna een portproeverij. Daar zeggen we geen nee tegen! De kelders zijn heel mooi en we krijgen veel informatie over de verschillende portsoorten en het ontstaan ervan.

Daarna, weer boven de grond, krijgen we een rondleiding door het porthuis zelf en informatie over de eigenaar en het ontstaan van dit porthuis. En dan kunnen we gaan proeven. We krijgen 3 verschillende soorten port om te proeven; twee rode en één witte port. Deze zijn zo lekker dat we besluiten om een fles aan te schaffen.

Hierna is het tijd voor ons laatste diner. Weer genieten we van de Portugese specialiteiten. Dat zullen we zeker gaan missen! Als afsluiter duiken we een cafeetje in waar we nog genieten van onze laatste portjes.

Laatste dag

De volgende dag moeten we weer vroeg op. Onze vlucht vertrekt om 11.00 uur. Helaas hebben wij niet zoveel aan deze dag, behalve dat we de zon zien opkomen in een nog rustig Porto op zondagochtend. Dat heeft ook wel wat!

Tot slot

Na een paar uurtjes landen we op Amsterdam Schiphol en is er al weer een einde gekomen aan een mooie trip naar een prachtige stad! Porto is een aanrader voor mensen die al veel steden hebben gezien en eens wat anders willen. Het lijkt bijvoorbeeld niet op Lissabon, het heeft echt een heel eigen karakter.

 

Geschreven door: Samantha van Berk

Authentiek Lissabon gecombineerd met het mooie binnenland van Portugal

Nadat familie van ons zesenhalf jaar geleden is geëmigreerd naar Portugal leek dit ons een heel mooie reden om voor de eerste keer naar Portugal te gaan en natuurlijk onze familie te bezoeken. Heel benieuwd waren we naar dit land waar we al veel goede verhalen over hadden gehoord. En onze verwachting klopte, Portugal is een prachtig, veelzijdig land.

Half augustus vertrekken we met het vliegtuig naar Lissabon. Na een goede vlucht met Transavia komen we aan op Lissabon. We verblijven de eerste 4 dagen bij onze familie in Espinhal en vervolgens reizen we door naar Lissabon om daar nog 5 dagen de hoofdstad te bekijken.

Vanaf de luchthaven van Lissabon nemen we de bus naar het treinstation Lisboa Oriënte.

Vanaf daar de trein richting Pombal. Omdat het niet heel duidelijk staat aangegeven is het even zoeken waar we onze treinkaartjes kunnen kopen, maar na wat rondvragen vinden we het betreffende loket. Als we eenmaal zitten is het prima, we hebben een goede zitplaats en wifi en na anderhalf uur arriveren we in Pombal.

Espinhal en omgeving

Op het kleine station van Pombal staat onze familie ons al op te wachten. Een bijzonder moment, om elkaar na zolang weer terug te zien! Met de auto rijden we naar het kleine dorpje waar ze wonen, Espinhal. Het valt op hoe groen de omgeving is, heel anders dan andere zuidelijke landen waar in augustus al veel planten en gras zijn verdord.

Na een korte rit komen we aan in Espinhal waar onze familie in een prachtig authentiek huis  woont. Wat een mooi plekje is dit, zo rustig en omgeven door groen en bergen. Bij hun huis hebben ze een stuk land met verschillende fruitbomen, een eigen moestuin en overal bloemen en olijfbomen. Een heerlijke plek om tot rust te komen! Na een lekkere maaltijd in de tuin en veel bijpraten gaan we slapen na deze lange dag.

Castelo de Penela

Na een lekker ontbijt, rijden we de volgende dag naar Castelo de Penela, een mooi oud kasteel dat gebouwd is op een granieten berg.

Hierdoor heb je een prachtig uitzicht over de omgeving. De toegang is gratis. Omdat het nog ochtend is, is de temperatuur erg aangenaam en we wandelen hier dan ook heerlijk in het zonnetje …

Figueira da Foz

Na het bezoek aan het kasteel rijden we door naar het badplaatsje Figueira da Foz. Hier drinken we een lekker kopje koffie met de typische Portugese gebakjes ‘pasteis de nata’ en dan gaan we naar het strand dat fijn zand heeft. Het is niet zo heel warm, rond de 22 graden, maar tussen de beschutting van de keien is het heerlijk in de zon.

De zee  is echter koud met een vrij stevige stroming en mensen gaan daarom ook niet ver de zee in.

Cascata de Pedra de Ferida

Omdat het ‘s middags erg warm wordt, staan we de volgende dag vroeg op voor een wandeling richting de waterval Cascata de Pedra de Ferida.

We lopen door de bergen, bossen en langs riviertjes en op sommige stukken moet je ook behoorlijk klimmen over smalle paadjes. Het is dan ook belangrijk om goede schoenen aan te hebben, maar het is zeker de moeite waard.

We komen uiteindelijk bij de waterval aan, heel mooi om te zien!

De temperatuur is inmiddels al lekker opgelopen, dus het is een goed moment om terug te lopen.

Praia Fluvial Sao Simao

Na de lunch gaan we met de auto naar Praia Fluvial Sao Simao. Dit is een rivier met allemaal watervalletjes waar je in kunt zwemmen.

Aangekomen bij Praia Fluvial Sao Simao, blijkt dit  een prachtig plekje te zijn, met heerlijk fris helder water met stukken waar je kunt zwemmen en ondiepe stukjes waar je op een kei lekker in de zon kunt zitten. Zeker aan te raden om naartoe te gaan!

Het is alweer de laatste dag bij de familie. Na nog een lekkere gezamenlijke lunch gaan we naar station Pombal om vanaf daar de trein te nemen naar Lissabon.

Lissabon

Tegen half 4  ‘s middags komen we aan in Lissabon waar we een mooi appartement hebben gehuurd, vlakbij het centrum tussen de wijk Bairro Alto en Alfama in.

Bairro Alto, dat letterlijk ‘bovenstad’ betekent,  is een gezellige wijk in het centrum met veel winkels, eettentjes en terrasjes, waar je ’s avonds ook prima kunt uitgaan. In de wijk Alfama hoor je uit  vrijwel alle restaurants Fado muziek. Dit is het weemoedig klinkende Portugese levenslied dat begeleid wordt door een gitaar.

De eerste avond na aankomst eten we in Bairro Alto op een gezellig terrasje en bekijken we wat winkeltjes, waarvan de meeste tot een uur of half elf zeker open zijn en sommige zelfs nog langer. Zoals in alle Zuid- Europese landen is het hier erg levendig in de avond.

Gebouwd op 7 heuvels

Lissabon is de meest westelijke grote stad en hoofdstad van Europa. Het is een prachtige stad, heel authentiek en sfeervol. In de bouwstijl vind je Spaanse, Italiaanse en Moorse invloeden. Midden door de stad loopt de rivier de Taag. De stad is gebouwd op 7 heuvels, de straten lopen dan ook veel omhoog en omlaag en soms is het best even klimmen.

Voor degenen die liever niet gaan lopen, rijden er natuurlijk de bekende trams door de hele stad. Tevens zijn er verschillende liften die het hoge en lagere deel van de stad met elkaar verbinden. Overal zijn kleine sfeervolle straatjes en er zijn ook verschillende mooie pleinen.

Feira da Ladra

De tweede dag in Lissabon gaan we naar Feira da Ladra (letterlijk vertaald als de dievenmarkt), een hele grote antiekmarkt in Alfama waar mensen van alles verkopen. Een erg leuke en gezellige markt, waar mooie spullen te vinden zijn.

’s Middags verkennen we de stad verder, wandelen we lekker rond en eten we gezellig in de stad.

LX Factory

De derde dag hebben we een vol programma. ’s Ochtends gaan we naar de LX Factory, een industrieel terrein met een markt met lokale producten, kleding en terrasjes waar je een drankje kunt doen.

Deze hippe hotspot van Lissabon is een leuke aanvulling op een stedentrip!

Sintra

’s Middags gaan we met de trein naar Sintra, dat zo’n 30 kilometer van Lissabon ligt. Dit sprookjesachtige oude stadje mag je zeker niet missen als je naar Lissabon gaat. Het staat vol met prachtige oude kastelen en paleizen, omringd door de mooiste tuinen en parken.

Palácio Nacional de Pena

Met een tuktuk gaan we naar het bekendste paleis, de Palácio Nacional de Pena. Dit paleis ligt bovenop een berg en vanuit daar heb je een geweldig uitzicht over de hele omgeving.

Het paleis is heel indrukwekkend, in mooie pastelkleuren geschilderd en bewerkt met veel mozaïek tegeltjes.

Nadat we het paleis bekeken hebben, lopen we in ongeveer drie kwartier weer naar beneden richting het station.

Naar Cascais

Na dagen op pad te zijn geweest, hebben we eigenlijk wel zin in een relaxdagje dus dat besluiten we de volgende dag te gaan doen … We rijden met de trein in ongeveer 20 minuten naar de badplaats Cascais, een oud vissersdorpje met een historisch centrum. Bij een van de kleine, maar prachtige strandjes bij het centrum genieten we van een dagje zon en strand.

’s Avonds eten we bij een leuk restaurant in Alfama, waar we naar de welkbekende Fado luisteren. Bij ons terras zitten muzikanten die de hele avond zingen, wat een echt vakantiegevoel geeft!

Na het eten lopen we nog even door de sfeervolle wijk met zijn kleine straatjes en mooie oude kerkjes en restaurantjes. Zeker ’s avonds is het hier erg gezellig!

Belém

Voor de laatste dag hebben we een hop-on-hop-off pas gekocht, waarmee we 48 uur gebruik mogen maken van de trams en sightseeing bussen. Als eerste rijden we met de tram naar Belém, een historisch deel van Lissabon aan de Taag vol met monumenten die verwijzen naar de ontdekkingsreizen in de Gouden Eeuw.

Na Belém pakken we een Sightseeing bus en maken we een hele tour door de stad. Heel leuk om alles vanuit de open bus te zien en alle informatie te horen over de stad.

’s Avonds gaan we nog even naar Alfama om wat souvenirtjes te kopen.  We eten nog een keer in Bairro Alto en dan zit het er toch echt op …

Tot slot

In deze paar dagen hebben we heel veel gedaan en gezien, maar toch willen we heel graag nog een keer terug! Lissabon is een geweldige stad waar nog veel meer te doen is!

 

Geschreven door: Daphne Boom

Schotland, zó mooi!

We reizen deze keer af naar Schotland voor een roadtrip, een mooie rondreis met een huurauto. Ik ben erg benieuwd, want we zijn qua natuur de laatste tijd een beetje verwend, vooral na IJsland … Misschien vinden we het, behalve mooi, wel een beetje saai!

Weliswaar is eind juni de beste reistijd voor Schotland, maar het land staat bekend om de groene natuur en dat komt niet vanzelf. Daar is regen voor nodig en dus stouwen we onze koffers vol met regenjassen en -broeken, waterdichte schoenen, paraplu’s en sneldrogende kleding.

Edinburgh

Onze reis begint met een middagje Edinburgh, de hoofdstad van Schotland. Natuurlijk is een middag veel te kort, maar we gaan tenslotte voor een roadtrip door de hooglanden en niet voor een citytripje. Toch vind ik een Schotlandreis zonder Edinburgh niet compleet en dus maken we een stadswandeling van een paar uur om zo een eerste indruk te krijgen.

Het mooie, hooggelegen Edinburgh Castle mag je niet missen en ook de oude stad met de bijzondere smalle steegjes, de zogenaamde ‘closes’ zijn leuk om te zien. Tevens heeft de stad nogal wat hoogteverschil, waardoor je af en toe prachtige vergezichten hebt. Voor meer info: zie het collega verslag “Edinburgh, parel van Schotland” op deze site.

Treinreis

Ik heb me laten vertellen dat Schotland bij uitstek geschikt is om per trein te reizen. Zodoende vertrekken we de tweede dag al vroeg met Scotrail vanaf het grote centraal station in Edinburgh. Beetje gesleep met de koffers, maar dat moet dan maar!

Allereerst gaan we over de Forth railway bridge, een grote stalen spoorbrug om vervolgens dwars door de ‘highlands’ via allerlei kleine stationnetjes naar het noordelijk gelegen Inverness te reizen. De reis duurt in totaal 3,5 uur en het uitzicht is geweldig en zeer afwisselend.

Autohuur

Onze huurauto staat klaar in Inverness. Hier begint de eigenlijke roadtrip: 11 dagen met 10 overnachtingen in allemaal verschillende accommodaties. Leven uit de koffer, zoals dat heet.
Omdat in Schotland links gereden wordt hebben we een huurauto met automatische schakelbak gekozen. Gas geven of remmen en heel goed op het verkeer letten zonder ook nog te moeten schakelen.

Links rijden is even wennen, vooral de eerste dagen pakken we zo hier en daar een stoeprandje, maar uiteindelijk is het goed te doen.
TIP: bespaar niet op de kosten van je huurauto voor een rondreis. Ruimte, met name voor je bagage, is heel prettig als je een langere tijd zo goed als in je auto leeft.

B&B, guesthouses, apartementen en hotels

Onze eerste overnachting is in een stadshotel vlakbij het station in Edinburgh. Groot, druk, op een zeer centrale ligging in de binnenstad maar onze tweede nacht brengen we door in een gezellig familiehotel in de middle of nowhere. De tegenstelling met gisteren is natuurlijk enorm,  “wow” wat een uitzicht vanuit onze kamer!

Prachtige groene heuvels, schaapjes in het weiland en in de verte de Atlantische oceaan. Niet onbelangrijk dat het weer erg meezit, de lucht is helderblauw, de zon staat hoog aan de hemel en het is 23 graden met een beetje wind. Heerlijk!

Tijdens de reis verblijven we verschillende keren in een B&B of guesthouse, een kamer met  Schots ontbijt bij iemand thuis. Hoewel ik van te voren een beetje bang was dat we dan de hele avond met de gastgevers moesten optrekken, blijkt dat totaal ongegrond. Hele aardige, behulpzame mensen, die zich alleen laten zien bij aankomst en bij het ontbijt.

We krijgen mooie schone kamers, sommige met zithoek, goede badkamers met shampoos en zeepjes en een aparte ontbijtruimte voor gasten. De enige aanmerking die we hebben, maar dat geldt evengoed voor de hotels, is dat de standaardmaat van een 2 persoonsbed 130-150 meter breed is en dat is best krap. Zeker als het warm is!
Vanwege het klimaat in Schotland is het niet gebruikelijk, en meestal ook niet nodig, dat men airco heeft. Maar ja, wij hebben hoge temperaturen met schitterend weer … Behalve de typische B&B’’s wilde ik ook persé een nacht in een echt Schots kasteel doorbrengen en dat is gelukt: het Atholl Palace hotel in Pitlochry.

Een prachtig  kasteel met mooi uitzicht. De kamers zijn niet super bijzonder, net als het diner en ontbijt, maar het is gewoon leuk om in zo’n mooi kasteel te slapen. Check, kan ik afvinken!

Schots ontbijt

Terug naar de tweede dag. Die begint op zijn Schots: een ontbijt met worstjes, bonen, champignons, eieren (geklutst, gekookt, gebakken of gepocheerd, wat je maar wil), gebakken tomaten en ‘black pudding’, een gebakken schijf bloedworst. Tegen verwachting in krijgen we het meeste weg en eigenlijk vinden we het nog best lekker ook.

Maarrr … na wat onderling overleg en rekenwerk besluiten we dat we om de dag voor het Schotse te gaan en de andere dag gewoon continentaal met een toastje met jam, ham of kaas en yoghurt met fruit en granen, want als we dit iedere dag gaan eten hebben we na 11 dagen minimaal 20 eieren op en dat lijkt ons geen goed plan. En dan heb ik het alleen nog maar over de eieren!

Roadtrip

Ik dwaal af, het gaat tenslotte om wat we gezien hebben tijdens de rondreis. Let wel: hoewel Schotland uitstekend geschikt is voor wandeltochten, doen wij het meeste met de auto. Ik ga de reis verder niet van dag tot dag beschrijven maar een overzicht geven van wat wij onderweg allemaal gezien hebben, en dat is héél veel moois.
Wij rijden per dag ca 100 mijl (= 160 kilometer) op ons gemak. Kan ook niet anders, want de meeste wegen die wij nemen zijn de zogenaamde ‘single track’ wegen, smalle éénbaans weggetjes  waar ‘passing places’ zijn om je eventuele tegenligger te laten passeren.

Doordat we niet harder dan tussen de 30-50 kilometer per uur rijden kunnen we rustig naar buiten kijken. We stoppen om de haverklap vanwege een prachtig vergezicht of om een bloemetje, vogeltje of ander dier te spotten. En niet zelden omdat we móeten stoppen vanwege één of ander beest op de weg. Zó leuk! Soms liggen ze gewoon midden op de weg te slapen!

Munro’s en Glens

Een Munro noemen ze in Schotland een berg die minstens 914,4 meter (3000 voet) hoog is. Officieel zijn er 282 munro’s te beklimmen in Schotland en de bekendste is de Ben Nevis. Wij klimmen natuurlijk niet, maar rijden met de auto in de glen tussen de munro’s door.
Glen is het Schotse woord voor een vallei die is ontstaan door een uitgesleten gletsjer, meestal U-vormig, vaak breed en met een heel wijds uitzicht.

Wij rijden onder andere door Glencoe, zó verschrikkelijk mooi, allerlei kleuren groen met paarse heide erdoor, afgewisseld met  af en toe een prachtig loch en een geweldig uitzicht op Munro’s.

Lochs

Op weg naar Isle of Skye komen we langs het schitterende Loch Maree, bekend als één van de mooiste meren van Schotland. Hier stoppen we even op een parkeerplaats langs de weg voor onze meegenomen lunch en te genieten van het uitzicht.

Andere hele mooie lochs waar we tijdens de reis langskomen zijn onder andere Loch Shin, Loch Affric en Loch Beinn a’Mheadhoin. Natuurlijk werpen we ook een blik op het enorme grote en beroemde Loch Ness, maar dat is zeker niet het mooiste Loch,  en het monster Nessie laat zich ook niet zien.

Watervallen

Een ideale tussenstop om even de benen te strekken is de Corrieshalloch Gorge, een kloof van 1,5 kilometer lang en 60 meter diep met een bruggetje erover en uitzicht op een mooie waterval.

De parkeerplaats is vlakbij en in een half uurtje ben je het gebied doorgewandeld.

Op Isle of Skye gaan we naar Fairy Pools, een populair wandelgebied met mooie waterval. Tenminste, dat zou zo moeten zijn maar niet nu bij ons hoor. Ten eerste maken we onmiddellijk kennis met de beruchte Schotse mug, de midges. Grote zwermen minimuggen vallen ons aan. We zijn er op voorbereid en hebben ons lichaam ondanks de warmte goed bedekt, maar zelfs een sjaal om je hoofd is nodig want voor je het weet zit je mond en neus vol.

Ten tweede valt de waterval nogal tegen wegens gebrek aan water, het heeft al weken niet geregend in Schotland en dat gaat ten koste van de watervallen. De omgeving is wel heel mooi en na een wandeling van een uurtje zijn we weer terug bij de auto. Het eerste kwartiertje rijden we met alle ramen wagenwijd open om alle meegekomen muggen weg te laten waaien.

De waterval bij Kilt Rock op Isle of Skye heeft ook last van gebrek aan water, maar het uitzicht is geweldig en vanwege de zeewind zijn de muggen gelukkig gevlucht.  

Isle of Skye

Behalve de eerder genoemde watervallen is er nog veel meer te zien op dit eiland. Isle of Skye is onderdeel van de Binnen-Hebriden en door een bijzondere brug verbonden met het vaste land. We maken een stop bij The Old man of Storr, een aparte rotssteen, we rijden over glooiende heuvels in de Cuillin Hills en de Quiraing en maken een mooie wandeling bij Fairy glen.

“Je mond valt open van verbazing bij het zien van dit stukje Skye” had ik ergens gelezen en dat is ook zo. Fairy glen is lastig te bereiken, touringcars kunnen er niet komen en daardoor kunnen wij heerlijk genieten van de rust in een prachtige natuur samen met een handjevol andere toeristen.

Hebriden

Op ca 2 uur varen ten noordwesten van Schotland ligt de eilandengroep Buiten-Hebriden.  We gaan erheen omdat we varen leuk vinden, vanwege de ruige natuur en om wat historische hoogtepunten te vinden. De natuur is inderdaad veel woester dan op Skye, waar het voornamelijk vriendelijk aandoet. De wegen zijn goed, meestal tweebaans en alles is duidelijk aangegeven.

De Buiten-Hebriden bestaan uit vele eilanden waar Harris en Lewis de belangrijkste en grootste van zijn. Op Lewis ligt de hoofdstad Stornoway dat zelfs over een klein vliegveld beschikt. Behalve de ruige natuur hebben de eilanden enkele van de mooiste stranden van de wereld, heb ik ergens gelezen.

We komen aan op het eiland Harris en gaan op zoek naar het mooie witte zandstrand met azuurblauwe zee bij  Seilebost. Al snel gevonden, de eilanden zijn namelijk niet zo groot, en inderdaad : mooi is het!

Gearannan Blackhouse Village

Vervolgens nemen we een stap terug in de geschiedenis als we een bezoek brengen aan Gearannan Blackhouse Village, een heel klein openluchtmuseum over hoe de mensen vroeger leefden en werkten. Op de Hebriden leven meer schapen dan mensen en die schapen leveren prachtige wol waar het beroemde Harris Tweed van wordt gemaakt.

In één van de huisjes laten ze zien hoe deze stof, meestal ruitpatroon, wordt gemaakt.
Op de Hebriden wordt nog steeds veel op turf gestookt, want dat hebben ze veel, en zo ook in dit museum. Veel te warm, maar het ruikt heerlijk.

Brochs

Tijdens ons rondje op de eilanden bezoeken we de Calanais Standing Stones. Deze verzameling van staande stenen uit de bronstijd zijn geplaatst in een cirkel en waarschijnlijk heel bijzonder. Wij vinden er niet zo veel aan. Des te leuker is de Broch Dun Carloway, een ronde, stenen toren, waarvan de muur bestaat uit twee wanden met een klein deurtje erin.

Brochs, waarvan de functie onbekend is maar waarschijnlijk als kleine vesting diende, stammen uit de IJzertijd.  Dun Carloway is aan de zuidzijde iets meer dan negen meter hoog, waarmee deze broch één van de hoogste ter wereld is.

Dieren

Omdat we op onze vorige reis in IJsland de papegaaienduikers gemist hebben willen we nu kost wat het kost kennismaken met deze leuke vogels. We varen naar het vogeleiland Handa en met wat geduld en een verrekijker spotten we eindelijk de bijzondere ‘puffins’.

Zalmen zien die tegen de stroom in zwemmen en springen, staan ook op ons verlanglijstje en natuurlijk de prachtige Schotse Hooglanders. Deze koeien met lange haren, die zo ongeveer het nationale symbool van Schotland zijn, zien we bijna nergens, ondanks tien dagen toeren door de hooglanden. Maar gelukkig zien we hele scholen zalmen springen bij de watervallen van Shin en de koe vinden we de laatste dag op een soort kinderboerderij.

Tijdens onze reis zien we vele, vele schapen en een handjevol herten. Gedurende de verschillende overtochten die we maken zien we dolfijnen en zeehonden. Om de dolfijnen nog beter te kunnen zien gaan we naar Moray Firth, waar de wilde dolfijnen bij vloed deze zeearm binnenzwemmen, achter de zalm aan. Een bekende spottersplek vanaf de wal is bij Chanonry Point en we zijn precies op tijd.

Het is gezellig druk met spelende tuimelaars en dat alles heel dichtbij!

Cultuur

Een kasteel bezoeken is een must tijdens ons verblijf in Schotland. Het land ligt ermee bezaaid dus maken we een selectie. We picknicken bij het Urquhart Castle bij Loch Ness, bezoeken het Balmarol Castle in de hooglanden, bekend als zomerresidentie van de Britse koninklijke familie, maken een stop bij het Eilean Donan Castle, dat gebruikt is als inspiratie en locatie voor films als Highlander, James Bond en de serie Outlander.

Schotland is sowieso bij uitstek geschikt als filmlocatie: Denk maar aan Harry Potter! Hoewel wij niet echt fan zijn vinden we het toch leuk om ook daar iets van mee te krijgen. Dus besluiten we om naar het Glenfinnan Viaduct te rijden. Een prachtig viaduct waar de ‘Jacobite stoomtrein’ overheen rijdt die voorkomt in verschillende Harry Potter films. Wij staan op tijd bij het viaduct om de trein te zien, samen met tientallen juichende fans!

Whisky

Behalve over kastelen struikel je ook over whiskystokerijen. Ze hebben er meer dan 100 en vooral in het Speyside gebied kom je er heel veel tegen. Deze regio is bekend om de ‘Malt Whisky Trail’,  een 3-daagse tour langs verschillende stokerijen. Ons probleem is dat we een rondreis met de auto maken en dat de chauffeurs toevallig  ook de whisky liefhebbers zijn! Wij kiezen voor de Edradour stokerij, de kleinste van het land, in Pitlochry want dat kunnen we vanaf ons hotel lopend af.

De rondleiding is leuk, leerzaam, en de proeverij is lekker. Het is een zeker een ‘must’ als je in Schotland bent, ook al ben je niet zo van de whisky!

Tot slot

Totaal hebben we 1700 kilometer gereden en dat was goed verdeeld over de dagen. We hebben voldoende tijd voor tussenstops en we kunnen alles afvinken van wat we wilden zien, behalve de Schotse regen dan!
Derhalve is ons beeld niet geheel objectief denk ik. Wij hebben prachtig helder warm weer en kunnen van alle kleuren en van ieder uitzicht genieten. Glibberen op een natte ondergrond, lopen in de mist en tegen een regengordijn aankijken is toch anders, maar wel heel Schots.

Dacht ik voor dat we weggingen nog dat het misschien een beetje saai zou worden op den duur? Nou, ik heb me, gelukkig, verschrikkelijk vergist. Geen moment van “we hebben nu wel genoeg gezien”. Sterker nog: we willen terug!

 

Geschreven door: Marianne van Hal

 

Club Med Kamarina, een mooie plek op het prachtige Sicilië!

 

Omdat we niet van schoolvakanties afhankelijk zijn en het hoogseizoen nadert, besluiten we in mei nog even een weekje weg te gaan. Deze keer valt de keus op Club Med Kamarina op het voor ons nog onbekende Sicilië.

Voor dag en dauw vertrekken we op zondag vanaf Schiphol richting de luchthaven Catania. Het is helder weer en boven Sicilië hebben we een prachtig zicht op de imposante Etna.

Op de luchthaven pikken we onze vooraf bij Sunny Cars gehuurde auto op en gaan we richting Club Med, dat in het zuid-oosten van Sicilië ligt. Omdat we het adres met onze meegebrachte Tom Tom niet kunnen vinden, doen we over de heenweg vrij lang, maar uiteindelijk biedt google maps uitkomst.

Club Med Kamarina

Om circa 2 uur arriveren we dan eindelijk op onze bestemming.

We checken in en kunnen nog net even aanschuiven bij de lunch, die zoals altijd bij Club Med, uit een uitgebreid buffet bestaat. Een uurtje later zoeken we onze kamer, die in de Village is gelegen, op.

Dit deel van de Club is in de stijl van een pittoresk Italiaans dorpje gebouwd, met geplaveide straatjes, originele Siciliaanse huisjes en veel bomen en planten. Het is net alsof je in een ècht dorpje loopt! We kleden ons om en gaan nog voor 2 uurtjes naar het zwembad, waar we nog even lekker van de zon genieten.

Het zwembad is een van de grootste van alle Club Med Resorts en omdat er enorm veel te doen is op de Club, zijn er meer dan genoeg ligbedden.

’s Avonds nemen we na het dinerbuffet nog een drankje op het terras van Agora, de aan het centrale plein gelegen bar.

We zijn echter moe van de korte nacht ervoor en gaan daarom niet al te laat naar bed.

Dagje rust

Het weerbericht is voor vandaag nog goed en voor de komende dagen wordt er wat wisselvalliger weer voorspeld dus we nemen een rustdag … We luieren en lezen wat bij het zwembad en maken een wandelingetje over een deel van het complex.

Al lopend richting strand komen we eerst langs de sportvelden die geschikt zijn voor voetbal en minivoetbal. Vervolgens langs de opstelplaats voor de koffers (als je met een Club Med transfer gaat) en dan komen we bij het mooie strand.

Hier staan bedjes met parasols en er is ook een barretje. Tevens bevindt zich hier het quadverhuur station.

Dan gaat de ronde verder naar het hotel en het daarbij gelegen strand en Zen zwembad. Dit zwembadje is voor de echte rustzoekers: geen kinderen, geen muziek en geen aquagym.

Al met al is het een aardige wandeling, door mooi aangelegde tuinen met veel bomen en bloeiende planten en voor de liefhebbers ook een mooie trimroute.

Uiteraard maken we tijdens het ontbijt, de lunch en het diner gebruik van de heerlijke uitgebreide buffetten. Als we niet een beetje oppassen, komen we hier heel wat kilootjes aan …

Naar Noto

Als we de volgende dag de gordijnen open trekken ziet het er somber uit. Een goede dag om iets te ondernemen dus! Na het ontbijt, rond een uur of 10 stappen we in de auto richting Noto.

De afstand naar Noto is circa 85 kilometer, maar zijn het geen smalle kronkelende wegen, dan is het wel een vrachtauto of een tractor waardoor het niet opschiet … We arriveren dan ook pas rond 12 uur in Noto.

Barokstad

Noto, dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat, is na een zware aardbeving in 1693 opnieuw in barokstijl opgebouwd.

Na bij de eerste de beste winkel een paraplu te hebben gekocht (want het regent in Noto), lopen we door de hoofdstraat Corso Vittoria Emanuelle, die vol met indrukwekkende paleizen en kerken staat.

Doordat veel gebouwen herbouwd zijn met gebruik van kwetsbaar tufsteen, zijn sommige wat onderhevig aan erosie. Dit vergt natuurlijk veel onderhoud, maar persoonlijk vind ik het wel mooi dat het heel gelikte er net een beetje af is.

Prachtige kathedraal

In het midden van de straat, op de Piazza Municipio staan het stadhuis en de Kathedraal van Noto. Als we er langs lopen en een foto van de Kathedraal willen maken breekt net de zon even door … Lucky us!

De kathedraal, die door verkeerde restauratiewerken in 1996  bijna volledig instortte, is jarenlang gerestaureerd en sinds 2007 weer geopend voor publiek. Ondanks dat wij geen echte kerkgangers zijn, lopen we even naar binnen om het prachtige interieur te bewonderen.

We drinken nog wat op een overdekt terras en gaan dan door naar onze volgende bestemming.

Naar Siracusa

Een uur later arriveren we in Siracusa, waar we een prima gratis parkeerplaats onder een brug dichtbij het centrum vinden. We lopen richting centrum waar de vismarkt helaas net wordt opgebroken. Om de hoek lopen we tegen een terrasje aan waar verse vis op een barbecue wordt gegrild.

Er is nog net een tafeltje vrij … We nemen van alles wat en genieten van de heerlijke vis en de gezellige bedrijvigheid om ons heen.

Ortigia

Maar we komen hier om een klein beetje van Siracusa te proeven, dus op naar Ortigia, het oudste deel van de stad dat op een eiland ligt en door 3 bruggen is verbonden met het vaste land. Als vanzelf lopen we langs de overblijfselen van de ‘tempel van Apollo’.

We wandelen door pittoreske smalle straatjes met mooie Barokke gebouwen, die er ontegenzeggelijk met een zonnetje heel wat aantrekkelijker uit zullen zien. Boven aan de Piazza Duomo staat de kathedraal aan een mooi plein met nog veel meer fraaie bouwsels. Het is echt zo’n mooi klassiek Italiaans plein!

Op weg terug naar de Club geeft onze huurauto (een Opel Mokka) ineens aan dat de bandenspanning van de rechtervoorband attentie nodig heeft. Ik stop even en zie dat er een spijker in de band zit. Gelukkig zien we na enige tijd een tankstation met een bandenspecialist erbij. Met handen en voeten maak ik de eigenaar duidelijk wat er aan de hand is en hij repareert de band snel en vakkundig voor € 8,00. Een hele opluchting!

Ragusa Superiore

De volgende ochtend staat Ragusa op het programma. Ook deze stad is door de grote aardbeving getroffen en herbouwd. Ragusa staat sinds 2002 in zijn geheel op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Eerst gaan we naar het hoger gelegen ‘nieuwe deel’, genaamd Ragusa Superiore, waar veel mooie barokke gebouwen staan.

Het is er rustig, we lopen even rond en bekijken de Duomo San Giovanni van binnen en van buiten.

Ragusa Ibla

Met de auto gaan we vervolgens naar het oude lagere deel, genaamd Ragusa Ibla. Na een tijdje rondrijden vinden we een parkeerplek in een van de kleine straatjes en kunnen we dit deel gaan verkennen. Al snel lopen we langs de Duomo San Giorgio.

Helaas is de Domkerk op dit tijdstip gesloten, dus besluiten we even neer te strijken op een van de terrasjes. Het is eindelijk een mooie dag en we zijn dan ook dik tevreden met het zonnetje, ons stekje aan de voet van de kerk, onze overheerlijke  salade Caprese en een schotel met Italiaanse vleeswaren …

Na de lunch lopen we nog even rond. We zien schattige straatjes in een verstorven wijkje. Ook zien we overal groepjes mensen in prachtige kledij. Het blijkt de dag van de diploma uitreiking van de plaatselijke universiteit te zijn.

Mooi beeldhouwwerk

Aan de onderkant van de balkonnetjes zijn de balkonsteunen voorzien van prachtig beeldhouwwerk. Zo heeft elk huis zijn eigen karakter!

We lopen via een andere route terug naar de parkeerplek en kunnen daardoor de auto niet meer vinden. De batterij van de mobiel is bijna op en we willen google maps niet te veel gebruiken. Gelukkig zien we na een kwartiertje rondlopen (en voordat de échte paniek toeslaat) een bekende plek en weten we de auto toch terug te vinden.

Naar Agrigento

Als we de volgende ochtend door de gordijnen naar buiten gluren zien we een stralend blauwe lucht. Al gauw lopen we, na een overheerlijk ontbijt, langs de circusschool en tennisbanen waar al wat vroege vogels een balletje slaan, naar de parkeerplaats. Op naar de Tempelvallei bij Agrigento!

De weg er naar toe is zoals gewoonlijk weer niet al te lang maar wel tijdrovend.

De naam ‘vallei van de tempels’ is enigszins misleidend omdat de meeste restanten van de tempels op een heuvelrug staan aan weerszijden van een weg. We kiezen bewust voor het bovenste parkeerterrein zodat we naar beneden kunnen lopen. We hebben ergens gelezen dat er dan weer iets van vervoer terug is naar boven … Dat hopen we dan maar!

Valle dei Templi

Na een rij voor de kassa’s getrotseerd te hebben gaan we op pad, gewapend met een brochure met een plattegrond met uitleg zodat we tenminste weten waar de bouwwerken voor dienden.

Het geheel overtreft onze verwachtingen! We hebben al aardig wat opgravingen gezien maar dit geeft toch wel een heel mooie indruk van een Antieke stad. De ene tempel volgt op de andere en je waant je af en toe ver terug in de tijd. Er staat nog best veel van de gebouwen overeind en dat maakt het tot een fraai geheel.

We lopen hier dan ook geruime tijd rond en genieten van al het moois. Gelukkig is er halverwege wel een klein koffietentje om even wat vocht tot ons te nemen want het is aardig heet. We hebben ergens een bord gezien over een ‘busstop’ en gaan er maar vanuit dat we op deze manier terug kunnen.

Dat doet ons besluiten de vallei tot aan beneden toe te bekijken. Gelukkig blijkt het te kloppen en staat beneden ook een ‘busstop’ bord. We moeten even wachten voor het busje ( soort golfkarretje) komt maar zijn blij dat deze ons weer naar boven brengt.  

Na dit bezoek, dat zeker de moeite waard was, zoeken we onze auto weer op.

Turkse trappen

Niet al te ver van Agrigento zouden zich de ‘Scala dei Turchi’ moeten bevinden. De foto’s die we gezien hebben zijn intrigerend en we besluiten om deze dan ook maar eens met eigen ogen te gaan bekijken. Na een half uurtje rijden komen we bij de plaats aan waar deze zouden moeten zijn.

Vanaf de weg zie je er (nog) niets van maar aan de borden te zien zijn we op de juiste plek. We parkeren de auto en moeten dan de nodige trappen af naar het strand. Nog een stuk over het strand lopen dan verschijnen ineens om de hoek de ‘Turkse trappen’. Een krijtrots formatie die in de loop der eeuwen is uitgesleten tot een trapvormig geheel.

Omdat het niet een echt zonnige dag is hangt er een beetje een grauwsluier overheen maar we kunnen ons voorstellen dat in de volle zon de trappen oogverblindend wit zijn. Ondanks de hele klim terug omhoog, vinden we het leuk om gezien te hebben.

Het is nog een aardig ritje terug, maar in de namiddag zijn we weer op de club om met een gin tonic aan het zwembad de leuke dag nog eens de revue te laten passeren.

Nog twee dagen op Club Med

De laatste 2 dagen genieten we van de faciliteiten van Club Med. Het is mooi weer en al vroeg liggen we met een boekje bij het zwembad.

Tegen de middag wordt het ietsje drukker en wordt er aquagym gegeven, maar wij komen voor onze rust en gelukkig wordt er door de go’s (de ‘animatoren’ die voor het vertier zorgen) niet aangedrongen om mee te doen.

Laatste dag

De laatste dag vliegen we pas ’s avonds laat en kunnen we nog de hele dag op de Club blijven. Omdat onze kamer weer gebruikt moet worden, moeten we er na het ontbijt uit. Aan het eind van de dag kunnen we douchen in een huisje dat wat minder centraal gelegen is. Prima geregeld!

We willen voor donker bij de luchthaven aankomen en vertrekken daarom om een uur of 5 met onze huurauto richting Catania. De luchthaven en de autoverhuur staan allemaal goed aangegeven (dat hebben we wel eens anders mee gemaakt). Vlak voor we er zijn, tanken we de auto nog even af en dan zit het er toch echt op!

Tot slot

Club Med Kamarina heeft maar 3 drietanden en is op dit moment een van de minst luxe. Er is, ondanks dat, gigantisch veel te doen voor de actievelingen onder ons! Wijzelf hebben geen gebruik gemaakt van de vele activiteiten, maar hebben wel erg genoten van het lekkere eten en van tripjes in de omgeving.

Sicilië is een groot eiland en we hebben er slechts een stukje van gezien, maar wat we gezien hebben nodigt zeker uit tot een vervolgbezoek.

We hebben wel geleerd dat de het tijdrovend is om van de ene plaats naar de andere te komen. Een volgende keer dus wellicht meerdere accommodaties verspreid over het eiland boeken of naar de prachtige nieuwe Club Med Cefalu (5 drietanden!), dat in de buurt van Palermo ligt om van daaruit dingen te gaan bekijken …

 

Geschreven door: Peter van Limburg

 

 

Sicilië, perfecte combinatie van cultuur, strand en heerlijk eten

Sicilië heeft heel veel te bieden. Het is een prachtige bestemming om een culturele rondreis per auto of touringcar te maken, maar ook is het leuk om een strandvakantie te combineren met een van de vele excursiemogelijkheden.

En dan heb ik het nog niet eens over het heerlijke eten en drinken in de sfeervolle plaatsjes. Ik ben dan ook blij dat ik dit allemaal eens zelf kan gaan ontdekken.

Palermo

Half april is het zo ver! Direct na aankomst op Palermo Airport vertrekken wij naar de binnenstad van Palermo, de hoofdstad van Sicilië, die in het noordwesten van het eiland ligt. Samen met een lokale gids gaan we een aantal van de vele highlights van deze stad ontdekken.

Onze eerste kennismaking met dit eiland is nog maar net begonnen en ik ben al enthousiast! Wat een heerlijke Italiaanse sfeer ademt deze stad uit.

Kathedraal

Wij beginnen onze wandeling bij de Palermo Kathedraal, dat in de twaalfde eeuw werd gebouwd volgens de Arabische-Normandische bouwstijl. Het is een imposant bouwwerk dat  jaarlijks miljoenen bezoekers trekt.

Plein Quattro Canti

Wij vervolgen onze route en komen aan bij het plein Quattro Canti.

Vanwege de holle gevels van de vier monumenten heeft deze piazza geen scherpe hoeken. De gevels zijn ieder voorzien van een eigen fontein en van prachtige beelden.

Via Fontane Pretoria, een bijzonder fraaie fontein, is onze laatste stop Teatro Massimo Palermo, het imposante operahuis van Palermo.

Bij een gezellig pleintje eindigt onze tour. Staand aan de bar (omdat dit veel goedkoper is dan op het terras) drinken de meesten een kopje koffie maar zelf neem ik een heerlijk Italiaans ijsje.

Tuk Tuk

’s Avonds worden we bij ons hotel opgehaald door een Tuk Tuk, die ons, met maximaal 3 personen tegelijk, naar het restaurant brengt.

Een leuke manier van vervoer voor een ritje in de stad! De kosten voor een Tuk Tuk met chauffeur zijn ca € 80,= per uur.

CIDMA

De volgende ochtend staat ons een bijzondere excursie te wachten.

In de plaats Corleone gaan wij naar het anti maffia museum, genaamd CIDMA. In dit museum staat onder andere het archief van de onderzoeken in verband met het opsporen van maffialeden.

Wij krijgen een rondleiding (duurt circa 1 uur) van een Engels sprekende gids, die naar aanleiding van foto’s, ons het verhaal en de gruwelijke daden in de jaren 80 en 90 van de Maffia vertelt. Wij vinden het allemaal heel erg indrukwekkend.

We begrijpen dat Sicilië, ondanks dat het  een heerlijk eiland is met een zeer vriendelijke bevolking, toch nog steeds te maken heeft met de Maffia. Als toerist merk je hier gelukkig helemaal niks van.

Lunch in Selinunte

Na deze rondleiding vervolgen wij onze reis per touringcar door het mooie en groene landschap van Sicilië.

Het verbaast ons dat het binnenland zo mooi groen is, maar we horen van de reisleiding dat we in een gunstige tijd zijn. Vanaf eind juni wordt het door de warmte minder groen …

Wij gaan aan het strand lunchen in de plaats Selinunte. Deze plaats was in de klassieke oudheid een grote stad.

Helaas hebben wij geen tijd om de opgravingen van deze oude stad te bekijken, maar vanaf ons lunchadres op het strand kunnen wij wel wat resten van een van de tempels zien.

Turkse Trappen

Onderweg naar ons hotel, nabij de plaats Agrigento, stoppen we bij de Turkse trappen (Scala dei Turchi).

Deze witte rots bij Realmonte, ten zuidwesten van Agrigento, is van marma, een soort witte kalksteen. Weer en wind hebben in de loop der tijd een soort trap in de rots uitgehouwen.

We genieten van dit mooie uitzichtpunt en het helderblauwe water van de zee. Wat is Sicilië toch mooi!

De Valle dei Templi

Vandaag gaan we een bezoek brengen aan de Vallei van de tempels in Agrigento.

De Valle dei Templi zijn de belangrijkste opgravingen van Sicilië. Deze Agrigento tempels, die  ooit deel uitmaakten van de Griekse stad Akragas, staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco en moet je zeker eens in je leven gezien hebben. Bij aankomst staat de lokale gids ons al op de te wachten. Direct zien we al een mooie tempel tussen de bomen en grote cactussen opdoemen.

We wandelen rond in de tempelvallei en bekijken samen met de gids, 3 van de 7 tempels. Het blijft indrukwekkend om zo’n grote tempel te zien en je af te vragen hoe ze dat vroeger met alleen mankracht hebben kunnen bouwen.

Het is zeker de moeite waard om alle andere archeologische opgravingen van deze vallei te bezoeken, maar helaas moeten wij alweer door naar de volgende bestemming.

Typical Sicilian tasting

Nou ja helaas, we gaan eten! Er is ons een ‘typical Sicilian tasting’ met heerlijke Italiaanse wijn beloofd. Als we bij het restaurant in Enna aankomen, staat de tafel vol met lekkernijen. We kunnen nu eindelijk de Aranchini, gefrituurde risotto balletjes, vaak gevuld met mozzarella en bolognese saus proeven.

Als nagerecht krijgen we eigengemaakte cannolo, een gebakje uit de Siciliaanse keuken. Het bestaat uit een gerold koekje dat gevuld is met ricotta.

Villa Romana del Casale

Na een heerlijke maaltijd vertrekken we naar Villa Romana del Casale, dat zich in het midden van het eiland bevindt.

Deze grote villa, die uit circa 330 na Chr. stamt en tot de best bewaarde villa’s van de Romeinse tijd behoort, staat bekend om zijn prachtige vloermozaïeken, waaronder de  zogenaamde bikinimeisjes.

Catania

Na ons bezoek aan het binnenland van Sicilië is het weer tijd voor een stad. Vandaag gaan we naar de vis-, vlees- en groentemarkt in Catania. Het is ontzettend druk op de markt en het is mooi om te zien en te horen, hoe er gepassioneerd in het Italiaans, producten worden verkocht. Ik heb nog nooit zoveel soorten vis gezien. De koppen van de meest aparte vissoorten staan op de kramen.

Zelfs nog levende slakken worden er verkocht. Er zijn ook vele soorten bijzondere groenten. Het is echt de moeite waard om deze markt te bezoeken. Maar let, zoals bij de meeste markten, op voor zakkenrollers.

Als verrassing gaan we als lunch zelf pizza bakken. Als kleine kinderen staan we popelend te wachten, om na de uitleg van de echte pizzabakker, onze eigen pizza te maken. En wat smaakt hij lekker!

Taormina

Na de heerlijke lunch rijden we door naar de noordoostelijk gelegen kustplaats Taormina, een van de leukste en bekendste plaatsjes op Sicilië. Het heeft een autovrij centrum met leuke winkels en restaurantjes en er zijn meerdere mooie kleine strandjes te vinden.

Het bestaat uit twee delen met een vrij groot hoogteverschil en de wegen zijn dan ook veelal hellend. Wanneer iemand moeilijk ter been is kan dat lastig zijn. Er is een kabelbaan, de Funivia, en een pendelbus waarmee je tegen betaling van het ene deel naar het andere deel  kunt komen.

Amfitheater

Midden in het dorp staat het oude Griekse theater.

In het theater zijn een paar keer per jaar voorstellingen. We wandelen naar het bovenste gedeelte van het theater en vanuit die plek hebben we een schitterend uitzicht over de zee en de kustplaatsen Giardini Naxos, Letojanni en Taormina zelf.

Aan het einde van de dag rijden we naar ons overnachtingshotel in de kustplaats Letojanni, gelegen op korte afstand van Taormina.  Deze plaats heeft een lange gezellige boulevard langs het strand.

Vulkaan de Etna

Op alweer onze laatste dag gaan we na het ontbijt  naar Mount Etna, een actieve vulkaan aan de oostkust van Sicilië met een totale hoogte van circa 3329 meter. De Etna is een van de meest actieve vulkanen in de wereld en is bijna constant actief. Door de vruchtbare vulkanische bodem van de vulkaan, is er veel landbouw op de hellingen te vinden. Tevens zijn er veel wijngaarden, waarvan sommige ook bezocht kunnen worden.

Wij gaan met de gondel omhoog (vanaf 1900 meter tot 2500 meter hoogte). Dat is op zich al een hele belevenis. Het uitzicht is mooi en de zwarte vulkaan, met de nog aanwezige sneeuw geeft een mooi contrast.

Boven aangekomen kun je een warme jas en goede wandelschoenen huren, hetgeen voor sommigen geen overbodige luxe is aangezien het hier maar 3 graden Celsius is en er nog meer sneeuw ligt. Je kunt ook nog reserveren voor een tocht per jeep om nog hoger op de Etna te komen.

Na het maken van veel foto’s van deze indrukwekkende vulkaan gaan we weer met de gondel naar beneden. Beneden bij de parkeerplaats liggen nog 2 kraters waar we naar toe lopen.

Bij de laagste krater lopen we naar boven en daar lopen we een rondje om de krater. Erg leuk om te doen en ook leuk voor degene die liever niet met een gondellift omhoog gaat. Wat een mooie afsluiting van onze reis is het bezoek aan de Etna.

Tot slot

’s Avonds vertrekken we vanaf de luchthaven Catania, die in het oosten van Sicilië ligt, richting Schiphol. We hebben deze reis veel indrukken opgedaan en zijn tot de conclusie gekomen dat we zeker nog eens een keer terug komen. Sicilië heeft onze harten gestolen.

 

Geschreven door: Monique Boonders